9.4 Maatregelen
Ruimtelijke ordening en milieu
Inhoud pagina: 9.4 Maatregelen
Om ruimtelijke scheiding tussen de risicobronnen en kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten te realiseren heeft het nemen van maatregelen bij de risicobron de voorkeur. Indien dit niet mogelijk is moeten maatregelen in de omgeving van de risicobron worden genomen.
Bij het voorbereiden van besluiten (omgevingsvergunning en een ruimtelijk besluit) moet altijd afgestemd worden met de andere instrumenten die de overheid heeft om de omgeving te beschermen tegen nadelige effecten van ongevallen. Dit zijn met name de (internationale) verplichtingen die gelden aan het transport van gevaarlijke stoffen, eisen die gelden voor arbeidsveiligheid, en het beleid c.q. afspraken die gelden ten behoeve van brandpreventie/-bestrijding. Deze instrumenten versterken elkaar, om zodoende de veiligheid te waarborgen.
Maatregelen aan de bron
De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is het instrument om de risico’s en effecten van inrichtingen (bedrijven) zoveel mogelijk te elimineren of te minimaliseren. Volgens de Wabo moet altijd de beste beschikbare techniek (BBT) worden voorgeschreven in de omgevingsvergunning voor vergunningplichtige inrichtingen. Voor steeds meer bedrijfsactiviteiten wordt de (internationale) kennis over de meest veilige en minst milieubelastende technieken ontsloten door middel van BBT- documenten. Veel PGS publicaties zijn aangewezen als BBT document . Voor bedrijfsactiviteiten waarvoor geen BBT-document beschikbaar is, moet het bevoegde gezag zelf beoordelen welke maatregelen noodzakelijk zijn. Als blijkt dat de veiligheid onvoldoende gewaarborgd kan worden, wordt een aanvraag om vergunning geweigerd.
Voor wat betreft het transport van gevaarlijke stoffen heeft de gemeente in het kader van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wvgs) de bevoegdheid om op wegen binnen de gemeentegrenzen een routering voor het vervoer van gevaarlijke stoffen vast te stellen. Voor verandering van het gebruik van buisleidingen c.q. initiatieven voor ingebruikname van nieuwe buisleidingen, moet er door de gemeente contact worden gelegd met de eigenaar/beheerder. Door in een vroeg stadium de situatie te bespreken, kunnen maatregelen worden genomen om het risico (en daarmee de aan te houden afstand) zo beperkt mogelijk te houden en de buisleiding in te passen in de overige ruimtelijke ontwikkelingen. Voor complexe situaties bij bedrijven of transportroutes moet risico-onderzoek worden uitgevoerd.
Maatregelen in de omgeving
Hoe minder personen rond een risicovolle activiteit aanwezig zijn, hoe beter de veiligheidssituatie. Hier speelt de ruimtelijke ordening een belangrijke rol, namelijk door in bestemmingsplannen adequate zoneringen toe te passen en zorgvuldig opgestelde staten van bedrijfsactiviteiten op te nemen. Daarbij moet rekening worden gehouden met toekomstige uitbreidingswensen van zowel de (beperkt) kwetsbare objecten als de risicovolle activiteiten. Bestaande bestemmingsplannen moeten worden doorgelicht op eventuele ruimte die nog beschikbaar is voor uitbreiding binnen de huidig vastgelegde kaders.
De provinciale risicokaarten zijn een belangrijk hulpmiddel. Soms is het echter nodig om meer informatie te betrekken bij het relevante bevoegde gezag. In paragraaf 9.5 is een overzicht opgenomen welke andere hulpmiddelen door het Rijk ter beschikking zijn gesteld voor de beoordeling van nieuwe situaties en het vastleggen van genomen beslissingen met ruimtelijke consequenties.

