Bernard ter Haar

Home > Organisatie > 15 jaar InfoMil > Bernard ter Haar

Bernard ter Haar

Inhoud pagina: Bernard ter Haar

Samenhang. In kennis, financiën, beleid, en uitvoering. Dat is de belangrijkste opdracht voor de toekomst. Directeur-Generaal Milieu Bernard ter Haar vertelt hoe hij deze missie in de praktijk wil brengen.

“Integrale kennis is belangrijke sleutel om milieubeleid te doen slagen”

Samenhang. In kennis, financiën, beleid, en uitvoering. Dat is de belangrijkste opdracht voor de toekomst. Directeur-Generaal Milieu Bernard ter Haar vertelt hoe hij deze missie in de praktijk wil brengen.

De afgelopen vijftien jaar heeft Nederland het milieubeleid onder controle gekregen. Niet op elk gebied, maar Ter Haar constateert dat de belangrijkste emissies zijn teruggedrongen. Geuroverlast, uitstoot van zwavel – en daarmee zure regen - zijn daarvan goede voorbeelden. “Dat is deels te danken aan scherpere normen en deels aan het bewustzijn bij de industrie dat er wat moest gebeuren.”

“We mogen niet op nationaal niveau achterover gaan leunen vanuit de gedachte dat het milieu wel via Brussel wordt geregeld. Voor de toekomst is het zaak ons nationale milieubeleid goed onder controle te houden.”

Europa

De tweede belangrijke ontwikkeling sinds 1995 is de toenemende Europese invloed op milieubeleid. “De grote kracht hiervan is dat alle landen aan de regels worden onderworpen. Voor Nederland, met een open economie, is dat heel belangrijk. Dus ik ben heel positief over Europa, maar het mag er niet toe leiden dat we op nationaal niveau achterover gaan leunen vanuit de gedachte dat het milieu wel via Brussel wordt geregeld. Voor de toekomst is het zaak ons nationale milieubeleid goed onder controle te houden. Dus normen niet laten wegglippen maar aanscherpen als het nodig is. En tegelijk de context niet uit het oog verliezen. Toen de Europese luchtkwaliteitsnormen voor fijn stof werden geëffectueerd, konden we daaraan niet voldoen zonder de economie plat te leggen. Dat kan natuurlijk niet en dan is het realistisch om derogatie aan te vragen. Het Nationaal Samenwerkingsplan Luchtkwaliteit geeft ons de ruimte om in 2015 aan de grenswaarden te voldoen.”

Internationale vraagstukken

Daarnaast vindt Ter Haar dat Nederland zich internationaal meer moet manifesteren omdat de mondialisering van milieu sinds 1995 fors is toegenomen. “Neem de klimaatverandering. Vijftien jaar geleden sprak een handjevol wetenschappers erover, nu is iedereen ermee bezig. Klimaatverandering is een internationaal vraagstuk dat internationaal moet worden opgelost. Nederland kan daaraan een serieuze bijdrage leveren in gremia binnen en buiten Europa, zoals de G20. We zijn altijd goed geweest in het bij elkaar brengen van internationale partijen. En we worden serieus genomen omdat we een goed milieubeleid voeren en niet vanuit de macht van een groot land denken. Ambities brengen echter wel verplichtingen met zich mee. In dit geval betekent het dat we een goed nationaal energiebeleid moeten hebben om mee te doen in de klimaatdiscussie.”

Einde aan versnippering

De Directeur-Generaal Milieu stelt dat de Nederlandse regelgeving voldoende is om de beoogde milieudoelen te halen, maar het is wel de vraag of de regelgeving voldoende wordt nageleefd en gehandhaafd. De versnippering in organisaties die zich bezighouden met milieuhandhaving, vindt Ter Haar zorgelijk. “Het is nauwelijks mogelijk om vanuit hoger niveau richting te geven aan handhaving omdat het zo fragmentarisch is. Lokaal is er geen overzicht en dat is ook logisch als je niet met elkaar samenwerkt. Door de handhaving meer te bundelen, kunnen we meer bereiken. Dus het is heel nuttig als de Regionale Uitvoeringsdiensten er snel komen. En de ruimte krijgen om de dingen die ze willen doen, ook echt te kunnen doen. Daarop ga ik letten. Daarnaast is het landsdekkend beeld belangrijk. Het OM zit hier met smart op te wachten, om zo meer overzicht te krijgen en de regie te kunnen voeren.”

“We moeten samenhang brengen in de kennis bij onze nationale instituten, zoals RIVM, TNO, Agentschap NL en het Centraal Planbureau. Je moet een integraal beeld hebben van duurzaamheid om goede keuzes te maken.”

Integrale kennis

Om het milieubeleid goed te kunnen uitvoeren, moet een aantal losse schakels in de milieuketen met elkaar worden verbonden. “De politie concentreert zich bijvoorbeeld nog teveel op veiligheid en bestrijding van misdaad. Kennis van en aandacht voor milieucriminaliteit moet bij een aantal korpsen hoger op de agenda staan. We zijn nu in gesprek met collega’s bij Justitie om dit te organiseren. Ik heb hier ervaring mee opgedaan in mijn vorige baan bij Financiën. In de vastgoedsector werd veel geld witgewassen. In overleg met het OM en de politie hebben we de criminaliteit aangepakt. Dat kan ook in milieuland.”
Integrale kennis is volgens Ter Haar een belangrijke sleutel om het milieubeleid te doen slagen. “Hiervoor moeten we samenhang brengen in de kennis bij onze nationale instituten, zoals RIVM, TNO, Agentschap NL en het Centraal Planbureau. We hebben nu nog wel eens de neiging om met onze eigen deelgebieden bezig te zijn. Kijk naar energie. De een doet wat met windenergie, de ander met aardwarmte en weer iemand anders houdt zich bezig met zonnecellen. Je moet een integraal beeld hebben van duurzaamheid om goede keuzes te maken. Wat werkt wel en wat werkt niet? Welke investeringen zijn zinvol? Daarna kun je een goede strategie formuleren voor energievraagstukken. Deze tijd vraagt erom. InfoMil zou die contacten met andere instituten kunnen leggen, kennis verzamelen, omvormen tot integrale kennis en dat beschikbaar stellen.”

Economische verdieping

Milieubeleid – en uitvoering hebben ook een financiële component. Hoe wil Ter Haar dit bekostigen? “Van de Rijksbegroting hoeven we niet veel te verwachten. Nu niet en de komende jaren ook niet. Daarvoor is de staatsschuld te hoog opgelopen. Maar je hoeft niet alles uit de begroting te halen. Een aantal jaren geleden introduceerden we het principe ‘de vervuiler betaalt’. Hier kan nog wel wat bij. Allereerst moeten we stoppen met alle fiscale vrijstellingen die leiden tot meer energiegebruik en vervuilende brandstoffen. Rode diesel is hiervan en voorbeeld. Daarnaast kunnen we nog veel regelen via fiscale vergroening. Dit past erg bij mijn leefwereld als econoom: je moet de externe effecten van milieuactiviteiten meerekenen. Verder is meer helderheid nodig in overheidsbeleid op lange termijn. Terecht krijgen we kritiek van investeerders dat het milieu-economische beleid ad hoc is. Het ene jaar kon men rekenen op een bepaalde subsidie, het andere jaar werd dit vervangen door een andere stimulerende maatregel. Dus we moeten duidelijkheid bieden over beleid. Op basis daarvan kunnen we goede economische prikkels geven.”

 

Kenniscentrum InfoMil