Jan van den Heuvel

Home > Organisatie > 15 jaar InfoMil > Jan van den Heuvel

Jan van den Heuvel

Inhoud pagina: Jan van den Heuvel

DCMR Milieudienst Rijnmond wordt vaak genoemd als voorloper van de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD). Al sinds jaar en dag worden de milieuproblemen in de regio Rijmond effectief aangepakt door samenwerking tussen provincie, gemeenten, bedrijven en milieuorganisaties. Van den Heuvel over de sleutel voor een succesvolle RUD: "Een goede rolverdeling tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. DCMR is een uitvoeringsdienst, de bestuurder eindverantwoordelijke. Het is goed dat uitvoering van beleid op afstand staat: je weet dan zeker dat beleid goed wordt uitgevoerd."

“Eén van de grootste uitdagingen is schaalvergroting en sturing op hoger niveau”

DCMR Milieudienst Rijnmond wordt vaak genoemd als voorloper van de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD). Al sinds jaar en dag worden de milieuproblemen in de regio Rijmond effectief aangepakt door samenwerking tussen provincie, gemeenten, bedrijven en milieuorganisaties. Van den Heuvel over de sleutel voor een succesvolle RUD: “Een goede rolverdeling tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. DCMR is een uitvoeringsdienst, de bestuurder eindverantwoordelijke. Het is goed dat uitvoering van beleid op afstand staat: je weet dan zeker dat beleid goed wordt uitgevoerd.”

“Een economische en ruimtelijke ontwikkeling die past binnen de bestaande milieuruimte vraagt om een integrale, gebiedsgerichte benadering van de milieuproblematiek. Hiervoor is een dynamisch, integraal instrumentarium nodig.”

Van den Heuvel is een warm pleitbezorger voor integraliteit. Daarom vindt hij het jammer dat Europa op dat vlak achterloopt. “Op Europees niveau worden veel milieunormen sectoraal vastgesteld. Dan zie je dat je niet het maximale uit de wet- en regelgeving kunt halen. Want als elk bedrijf zich perfect houdt aan technische normen, wil dat niet altijd zeggen dat dit in samenhang bekeken ook de beste omgevingskwaliteit oplevert. In de Rijnmond zijn we op milieugebied de saneringsfase voorbij. Het gaat nu om het beheren en ontwikkelen van het gebied, op een manier dat de economische en ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande milieuruimte. Dat vraagt om een meer integrale, gebiedsgerichte benadering van de milieuproblematiek. Hiervoor is een dynamisch, integraal instrumentarium nodig.”
Meer integraliteit zou ook goed zijn voor ondernemers, stelt Van den Heuvel. “Zij vinden de overheid erg versnipperd. De WABO is een goede ontwikkeling voor kleine bedrijven, maar grote ondernemingen hebben nog steeds te maken met aparte stelsels voor milieu, water, natuur en veiligheid.”

Nederlandse ontwikkelingen

Van den Heuvel signaleert twee nationale ontwikkelingen waarbij hij kritische kanttekeningen maakt: meer algemene regels en vermindering van regeldruk. “In het Rijnmondgebied hebben straks nog maar een paar honderd bedrijven een milieuvergunning nodig. Terwijl ook bedrijven die potentieel voor hinder zorgen om aandacht vragen. De rol van de overheid valt door de algemene regels aan de voorkant van het proces weg. Dit lijkt in het voordeel van bedrijven, maar is het in de praktijk lang niet altijd: de overheid verschijnt pas als het verkeerd gaat. Een ondernemer maakt liever aan de voorkant afspraken zodat hij zeker weet dat hij aan de eisen voldoet. En vergunningen zijn toegesneden op zijn bedrijf.”
Daarnaast heeft de DCMR-directeur de indruk dat vermindering van regeldruk belangrijker wordt gevonden dan de milieusituatie. En dat baart hem zorgen. “In de saneringsfase was er een noodzaak voor een krachtige overheid. Maar nu de milieusituatie onder controle is, is men op een lichter regime overgestapt waarbij minder regeldruk centraal staat. Dat levert nieuwe milieuproblemen op.”


Ontwikkeling RUD’s

Regionale Uitvoeringsdiensten zijn een belangrijk wapen in de strijd tegen versnippering in uitvoering van omgevingsbeleid. “De DCMR is ontstaan vanuit urgentie bij bestuurders. Het is allang bekend dat de kwaliteit van de uitvoering van omgevingsbeleid vraagt om schaalvergroting en professionaliteit. De Raad van State vernietigt regelmatig uitspraken, omdat besluiten niet voldoen aan de wet. De overheid doet teveel beroep op kennis van buiten, zoals adviesbureaus die na een klus vertrekken. Bepaalde kennis moet je intern ontwikkelen en vasthouden. Dat doen we hier bij de DCMR. Ik zou dan ook alle bestuurders die sceptisch zijn over de noodzaak om milieuproblemen grootschaliger en professioneler aan te pakken, hier willen uitnodigen. Dan kunnen ze zien hoe je een enorme bijdrage kunt leveren aan de verbetering van de kwaliteit van de beleidsuitvoering met behoud van bestuurlijke verantwoordelijkheid.”

“Schaalvergroting, sturing op hoger niveau is één van de grootste uitdagingen op milieugebied. Het verloopt nu moeizaam door alle betrokken partijen en hun belangen. De structuur is versnipperd.”

Goede samenwerking

Volgens Van den Heuvel is de sleutel om goed samen te werken met provincie en gemeenten een goede rolverdeling tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. “DCMR is een uitvoeringsdienst, en de bestuurder eindverantwoordelijke. Het is goed dat de uitvoering van beleid op afstand staat, je weet dan zeker dat het beleid goed uitgevoerd wordt. Kortom: de bestuurder maakt het beleid en DCMR voert dit uit. We brengen verslag uit en als we denken dat iets consequenties heeft, overleggen we dat. Bestuurlijke sensitiviteit is één van de kerncompetenties van DCMR-medewerkers.”
Schaalvergroting, sturing op hoger niveau is één van de grootste uitdagingen op milieugebied, stelt de DCMR-directeur. “Ketensamenwerking neemt hier een belangrijke plaats in. Daarom is het belangrijk dat de ketensamenwerking is vastgelegd in het basistakenpakket van RUD’s. Eén van de schakels moet probleemeigenaar zijn. Toch verloopt het proces moeizaam door alle betrokken partijen en hun belangen. Er is nog geen relatie tussen deze partijen. De structuur is versnipperd.”

Topinstituut InfoMil

Met de komst van de RUD’s verandert ook de rol van InfoMil. Van den Heuvel vindt dat InfoMil zich meer moet richten op zaken die de RUD’s niet doen en moet loslaten wat overheden zelf kunnen.
“InfoMil levert een onontbeerlijke bijdrage aan de kwaliteit en efficiëntie van de overheidsbesluitvorming. Maar InfoMil is ook een belemmering voor de ontwikkeling van de kwaliteit van decentrale uitvoering. Door de laagdrempeligheid van InfoMil is er geen noodzaak, geen prikkel om eigen kennis en kwaliteit te ontwikkelen. InfoMil heeft wat dat betreft zijn functie vervuld. Daarom zou InfoMil zich moeten ontwikkelen tot een topinstituut dat zich bijvoorbeeld richt op het vertalen van internationaal beleid naar de nationale situatie. Basale kennis en expertise moeten worden ondergebracht bij RUD’s.”

Advies voor de milieuminister

De nieuwe milieuminister zal het niet makkelijk krijgen in de huidige economische crisis. Toch denkt Van den Heuvel dat het mogelijk is om te voorkomen dat milieu niet het kind van de rekening wordt. “Je kunt de economie ook op een duurzame manier herstellen. Maak dingen niet zoals ze waren, maar investeer in een duurzame toekomst. Dit is mijn advies aan de nieuwe milieuminister: doe alles wat je kunt om er een duurzame toekomst van te maken.”

 

Kenniscentrum InfoMil