Wanneer is op- en overslag van verpakte gevaarlijke stoffen vergunningplichtig?

Vraag

Wanneer geldt vergunningplicht voor de op- en overslag van verpakte gevaarlijke stoffen?

Antwoord

Met ingang van 1 januari 2013 is de aanwijsplicht rondom aanwezigheid van verpakte gevaarlijke stoffen gewijzigd. (BOR bijlage I, categorie 4.4) Men wordt vergunningplichtig als er:

  • een opslagvoorziening voor verpakte gevaarlijke stoffen, anders dan kunstmeststoffen van meststoffengroep 1 of 2, of CMR-stoffen met een opslagcapaciteit van meer dan 10.000 kg aanwezig is, of

  • op enig moment in een brandcompartiment tijdelijke opslag plaats vindt van in totaal meer dan 10.000 kg gevaarlijke stoffen in verpakking of CMR-stoffen in verpakking.

Opslagvoorcapaciteit > 10 ton

Bor bijlage 1 categorie 4.4 sub i onder 1 gaat het over ‘opslagcapaciteit van meer dan 10.000 kg'. Hier wordt niet de feitelijke opslagcapaciteit van de kluis bedoeld, want die is immers mede afhankelijk van het gewicht van de opgeslagen stoffen. Het gaat om de toegestane hoeveelheid gevaarlijke stoffen. Dus onder het Activiteitenbesluit mag maximaal 10 ton verpakte gevaarlijke stoffen per opslagvoorziening worden opgeslagen. Wordt er meer dan 10 ton aan verpakte gevaarlijke stoffen per opslagvoorziening opgeslagen, dan geldt vergunningplicht.

Tijdelijke op- en overslag

Met ingang van 1 januari 2013 is het BOR gewijzigd. Er is een definitie toegevoegd voor tijdelijke opslag: "opslag van verpakte gevaarlijke stoffen of CMR-stoffen die zijn geadresseerd aan derden en, voorafgaand aan of aansluitend op transport, buiten een opslagvoorziening voor verpakte gevaarlijke stoffen of CMR-stoffen verblijven".

Met een opslagvoorziening wordt een opslagvoorziening bedoeld zoals in PGS 15 is bedoeld.

De tijdelijke opslag is niet gerelateerd aan een tijdsduur waarmee de gevaarlijke stoffen binnen de inrichting aanwezig zijn.


Uw onderwerpen