ONO-installatie

Homepage > Onderwerpen > Afvalwater metalektro > ONO-installatie

ONO-installatie

Inhoud pagina: ONO-installatie

Toepasbaarheid

Toepasbaarheid

Voor afvalwaterstromen die zware metalen en cyanide bevatten wordt de ONO-installatie veelvuldig toegepast als end-of-pipe-techniek. Dergelijke waterstromen komen ook in de metalektro industrie vaak voor. De ONO-installatie kan ook als behandelingstechniek voor een deelstroom worden ingezet of in combinatie met andere technieken als het afvalwater andere verontreinigingen bevat of de toegepaste techniek niet efficiënt genoeg is.

Financiële aspecten

Financiële aspecten

Bij het in de inleiding omschreven debiet en belasting zijn de investeringskosten een veelvoud van €€€€€. De jaarlijkse operationele kosten zijn €€€€

Afbeelding

Afbeelding

ONO -neutraliseren (bron: Hegin MetalFinishing B.V.)

Uitgebreide beschrijving

Uitgebreide beschrijving

Een ONO-installatie bestaat uit drie processen, te weten ontgiften, neutraliseren en ontwateren. Ontgiften van afvalwater kan noodzakelijk zijn bij de aanwezigheid van cyanide of (VI)-chroom. Cyanide wordt in de ontgiftingsstap geoxideerd met bijvoorbeeld natriumhypochloriet, terwijl chroom 6+ met behulp van natriumsulfiet gereduceerd kan worden tot chroom 3+.

In de tweede stap wordt ernaar gestreefd om de opgeloste zware metalen om te zetten in moeilijk oplosbare metaalhydroxiden. De vorming van deze metaalhydroxiden verloopt voor de meeste metalen goed bij een zuurgraad van 8 à 10. De tweede stap komt dus neer op een pH-correctie. Hiervoor wordt veelal kalkmelk, natronloog of zoutzuur gebruikt. De hydroxiden kunnen door middel van bezinking, flotatie of filtratie worden afgescheiden van het water. Om de afscheiding te verbeteren wordt meestal een zogenaamd polyelektroliet gedoseerd.

Het hydroxideslib wordt na bezinken in bijvoorbeeld lamellenseparatie, dortmundertank, (elektro)flotatie of microfiltratie verder ontwaterd (derde stap). De ontwateringsstap bij een ONO bestaat vaak uit een kamerfilterpers. In dit apparaat wordt batchgewijs het slib in kamers en door een filterdoek geperst. Het doek houdt het slib tegen, waardoor er een sliblaag op dit doek wordt opgebouwd. Het perswater wordt bij een continue ONO teruggevoerd in de neutralisatietank om opnieuw behandeld te worden. Bij een batch-ONO wordt slechts het eerste perswater terug in de reactor gevoerd en geloosd nadat er een sliblaag is opgebouwd. Om de ontwatering te verbeteren worden hulpstoffen gedoseerd, zoals de reeds genoemde kalkmelk.

De metaalconcentratie van het behandelde water varieert van 0,5 mg/l voor bijvoorbeeld koper tot enkele mg/l voor bijvoorbeeld nikkel. Het water van een batch-ONO voldoet meestal zonder nabehandeling aan de gestelde eisen voor lozing op een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). Bij een continue ONO zal veelal een nabehandeling in de vorm van zandfiltratie noodzakelijk zijn. Bij aanschaf van een nieuwe installatie is het gebruikelijk een nabehandelingstechniek in de vorm van filtratie te integreren.

Voor- en nadelen milieu

Voor- en nadelen milieu

De omzetting van giftige componenten als cyanides en zeswaardige chroomverbindingen in minder giftige verbindingen vindt in de ONO-installatie efficiënt plaats. Zware metalen kunnen in een ONO veelal verwijderd worden tot beneden de 1 milligram. Wel zijn voor het bedrijven van een ONO veel chemicaliën nodig. Hierdoor worden relatief veel componenten (zouten) in het water gebracht. Ook ontstaat er over het algemeen een hoeveelheid slib die als reststof voor verdere bewerking bij derden, bijvoorbeeld als ‘mono-slib', wordt aangeboden, of als afvalstof dient te worden gestort (klasse C2 of C3).

Kosten