Verbouwen en sloop

Het verwijderen van asbestbevattend materiaal uit bouwwerken is aan strenge regels gebonden. In de regel mag asbest alleen verwijderd worden door een gecertificeerd verwijderingsbedrijf. Hiervoor moet eerst een asbestinventarisatierapport opgesteld worden door een  gecertificeerd inventarisatiebedrijf. Voor de verwijdering moet hiervan melding gedaan worden bij het bevoegd gezag. Meestal is dit de gemeente. Bij deze melding hoort dit asbestinventarisatierapport.

In een beperkt aantal gevallen mag de verwijdering ook door een niet gecertificeerd bedrijf gedaan worden. Een opsomming staat in artikel 4 lid 2 van het Asbestverwijderingsbesluit.

Particulieren mogen strikt omschreven toepassingen, ook weer na melding bij de gemeente, zelf verwijderen. Vervolgens kan dit materiaal verpakt bij de gemeentewerf ingeleverd worden. Deze toepassingen staan opgesomd in artikel 4 lid 3 van het Asbestverwijderingsbesluit.

Wettelijk kader

Het Asbestverwijderingsbesluit 2005

In het Asbestverwijderingsbesluit  staat dat degene die een bouwwerk geheel of gedeeltelijk uit elkaar neemt of laat nemen dient te beschikken over een asbestinventarisatierapport als hij weet of redelijkerwijs kan weten dat zich in het bouwwerk asbest of een asbesthoudend product bevindt. Dit rapport moet ter beschikking gesteld worden aan degene die de handeling verricht. In het besluit staan ook enkele uitzonderingen opgenomen wanneer er geen inventarisatierapport nodig is. De belangrijkste is dat bij bouwwerken van na 1 januari 1994 geen inventarisatierapport noodzakelijk is.

Ook staat in het Besluit opgenomen in welke gevallen een particulier zelf asbest mag verwijderen en welke voorzorgsmaatregelen hij hierbij minstens moet nemen.

Het Bouwbesluit 2012

In het Bouwbesluit  staat dat er voordat begonnen wordt met de verwijdering van asbest een melding gedaan moet worden bij het bevoegd gezag. In de regel is dit de gemeente en moet de melding gedaan worden via het OLO (het omgevingsloket online). Daarnaast staan er voorschriften opgenomen het doen van een start- en eindmelding. Normaal gesproken moet een melding vier weken van te voren gedaan worden. In sommige gevallen (mutatieonderhoud) en particuliere verwijdering is dit vijf werkdagen.

Ook staat in het Bouwbesluit dat, wanneer er op basis van het Asbestverwijderingsbesluit een inventarisatierapport nodig is, dit aangeleverd moet worden bij de melding.

Het Arbeidsomstandighedenbesluit

Het Arbeidsomstandighedenbesluit geldt voor bedrijfsmatige werkzaamheden. Het maakt hierbij niet uit of er sprake is van werknemers of van zelfstandigen. In het kort geldt dat er binnen het Besluit uitgegaan wordt van een risicoklasse-indeling. Risicoklasse 1 heeft het laagste risico, risicoklasse 2a het hoogste. De risicoklasse wordt bepaald door het gecertificeerde asbestinventarisatiebedrijf. De meeste asbestverwijderingswerkzaamheden worden ingedeeld in risicoklasse 2.

Werkzaamheden die vallen binnen risicoklasse 2 en 2a moeten worden uitgevoerd door een gecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf en moeten door dit bedrijf ook worden gemeld in het Landelijk asbestvolgsysteem.

Werkzaamheden die vallen binnen risicoklasse 1 mogen worden uitgevoerd door een niet voor asbest gecertificeerd verwijderingsbedrijf. Deze bedrijven moeten wel aan specifieke eisen voldoen  die volgen uit het Arbeidsomstandighedenbesluit. Zo moet het bedrijf zorgen voor onderwijs en voorlichting van de medewerkers.

Asbest in objecten

In het Asbestverwijderingsbesluit 2005 staat de definitie van een object. Denk hierbij aan personenauto's, vrachtwagens, treinstellen, trams, vaartuigen en onderdelen van vaartuigen (bijvoorbeeld machinekamer, lieren). Voor asbestverwijdering uit objecten is niet de gemeente maar de Inspectie Leefomgeving en Transport het bevoegd gezag. Uiteraard is het Arbeidsomstandighedenbesluit van overeenkomstige toepassing.

Vrijgavenormen

Nadat asbest verwijderd is door een gecertificeerd bedrijf moet er een eindmeting plaatsvinden door een geaccrediteerd laboratorium. Bij een buitensanering bestaat de eindmeting uit een visuele inspectie. Bij een binnensanering vindt er ook een meting plaats op achtergebleven vezels. Pas na een positief resultaat van de eindmeting mag de ruimte weer door derden betreden worden. De eindmeting dient om te controleren of het asbest op zorgvuldige wijze verwijderd is en de ruimte weer veilig te betreden is.

De wettelijke concentratie-eis in de Arbowet- en regelgeving  is per 1 januari 2015 aangepast. De vrijgavenorm voor serpentijnasbest is toen verlaagd naar 2000 vezels/m3. De vrijgavenorm voor amfibool asbest (pdf, 55 kB) is per 1 januari 2017 aangepast naar 2000 vezels/m3 Meer detail hierover is te vinden op het Arbo-portaal.  Aanleiding is het advies van de Gezondheidsraad over asbest en het gezamenlijke rapport van TNO en RIVM.