Risicovolle daken eerder saneren

Asbestdaken zijn naar verwachting na 2024 verboden. Vormen daken een gevaar voor de veiligheid of de gezondheid? Dan is het mogelijk om een sanering eerder af te dwingen. Dit was altijd al zo. In de toelichting op de (ontwerp)wijziging van het Asbestverwijderingsbesluit is hier nog een keer uitdrukkelijk op gewezen.

De Woningwet (Artikel 1a) eist dat de eigenaar van een bouwwerk er voor zorgt dat dit bouwwerk geen gevaar voor de gezondheid of de veiligheid oplevert. Dit staat ook in het Bouwbesluit (Artikel 7.21).

Hechtgebonden asbest

Als er sprake is van een gevaar voor de gezondheid of de veiligheid kunnen Burgemeester en Wethouders optreden tegen de aanwezigheid van een asbestdak. In principe is asbest in daken hechtgebonden en daarmee niet direct gevaarlijk. De vraag is natuurlijk wanneer een dak zodanig verweerd of beschadigd is dat er geen sprake meer is van een hechtgebonden dak.

Ook de toestand van de rest van het pand en de ligging kan van invloed zijn. Dit is per dak verschillend en kan niet uit alleen een bouwjaar afgeleid worden. Het is dus niet zo dat een dak uit 1992 perse minder gevaarlijk is dan een dak uit 1970.

Raad van State

Vaak zal de aanleiding om een dak te beoordelen bestaan uit een verzoek tot handhaving van omwonenden. Inmiddels heeft de Raad van State enkele uitspraken gedaan. Deze uitspraken zijn overigens allemaal van voor de aankondiging van het dakenverbod. In twee gevallen oordeelde de Raad dat er geen sprake was van gevaar voor de volksgezondheid omdat er sprake was van hechtgebonden materiaal.

In een geval was er sprake van een golfplatendak dat met een hogedrukspuit was bewerkt. Hier werd naar het oordeel van de Raad terecht aangenomen dat er sprake was van een gevaar voor de volksgezondheid. Het asbestdak moest daarom verwijderd worden.

Deskundigenrapport

Uit de uitspraken blijkt in elk geval dat er veel waarde gehecht wordt aan de uitslag van een deskundigenrapport. Of dit een rapport van een gecertificeerd inventarisatiebedrijf moet zijn of van een gespecialiseerde medewerker van de omgevingsdienst met eventueel een ondersteunende analyse door een laboratorium zal moeten blijken.