FB1a-Deurschakeling of bewegingsmelder toepassen

Algemeen

Nummer
FB1
Bedrijfstak
Onderwijs
Activiteit
In werking hebben van een koelinstallatie

Toepasbaarheid

Deurschakeling en bewegingsmelder ontbreken.

Beschrijving

Als er geen mensen in de koel- of vriescel zijn, kan het licht uit. Voor mensen die hun handen vol hebben is het lastig om het licht uit of aan te doen. Het verlichten kost elektriciteit, en het wegkoelen van de warmte van de lampen ook. Als dit niet meer nodig is, is dat de energiebesparing.

Deurschakeling

Een deurcontact schakelt het licht uit. Een deurschakelaar is vaak een indrukcontact (indrukbare pin) in het kozijn. Of het is een kastje met een scharnierbare looprol meestal aan de zijkant van de deur. Bij het openen van de deur schiet de pen of de looprol naar zijn uiterste stand. Het verbreekcontact doet het licht uit.

Bewegingsmelder

Een bewegingssensor kan het licht uitschakelen als er een tijd geen beweging is. De aanwezigheidsdetectie zet dan het licht uit. Bij beweging zet de aanwezigheidsdetectie het licht weer aan. Een aanwezigheidssensor vindt u in de koel- of vriescel. Als personen langere tijd in de koel- of vriescel zijn, is de aanwezigheidsschakelaar het meest geschikt.

De aanwezigheidssensoren zijn als plafond- of wanduitvoering te koop. De types zijn:

  • Infrarood (IR) sensoren: deze zien de (kleinste) wisselingen in de menselijke warmtestraling op. Sensoren kunnen de bewegingen loodrecht of in een hoek van de sensor herkennen.
  • Akoestische sensoren: deze zien verschil in de omgeving door echoverandering

Doelmatig beheer en onderhoud

Doelmatige werking en gebruik van de koelinstallatie voor productkoeling:

  • Periodiek de temperatuur- en tijdinstellingen controleren en waar nodig herprogrammeren.
  • Controleren op en verwijderen van ijsvorming op de verdamper.
  • Afstellen van de koelinstallatie om onnodige koeling te beperken.
  • Uitschakelen koelsysteem in ongebruikte ruimtes.
  • Periodiek de condensor en verdamper van het koelsysteem reinigen en de luchtaanzuiging bij de condensor controleren.
  • Periodiek het rendement controleren en onderhouden van de koelinstallatie.
  • Verplaatsen van warmteproducerende apparatuur naar buiten de gekoelde ruimten.
  • Optimaliseren van koeling setpoints voor een hogere koeltemperatuur.

Warmteverlies beperken door naden, kieren en andere openingen in de wand:

  • Controleren op en het dichten van naden en kieren in de wand.
  • Periodiek controleren en herstellen van schade aan isolatiemateriaal.
  • Voorkomen van koudebruggen en het beperken van warmteverlies via bestaande koudebruggen.

Doelmatige werking van de koelinstallatie voor productkoeling:

  • Koelinstallaties op een koele locatie (of in een koele ruimte) plaatsen

Voorkomen koudeverlies uit koeling of koelmeubel:

  • Sluiten deur koeling (als aanwezig)
  • Afdekken koelmeubelen (als aanwezig)

Doelmatige werking en gebruik van verlichting:

  • Periodiek schoonmaken van armaturen, lampen, reflectoren en bijhorende schakelingen en regelingen
  • Vervang tijdig defecte lampen
  • Aanpassen van het verlichtingsniveau aan de activiteit

Financiële aspecten

Geïnstalleerd vermogen verlichting in koel- en vriescel is minimaal 250 Watt.

Zelfstandig moment: Ja. Natuurlijk moment: Ja.