FG1a-Meerdere gevirtualiseerde servers werken op een minder aantal fysieke servers

Algemeen

Nummer
FG1
Bedrijfstak
Onderwijs
Activiteit
In werking hebben van een serverruimte

Toepasbaarheid

Geen gevirtualiseerde omgeving aanwezig.

Beschrijving

Een server is een computer (of een programma) die een dienst levert aan een gebruiker. Een server kan dus een fysieke server zijn maar ook een virtuele server (dat als een programma op een fysieke server werkt). Meer virtuele servers werken op een paar fysieke servers.

Iedere virtuele server heeft zijn eigen besturingssysteem en een eigen deel van het geheugen en werkgeheugen. Een virtuele server kent daarnaast zijn eigen processen waarbij ook een eigen filesysteem mogelijk is. De virtuele servers staan wel op één of een paar fysieke servers maar werken los van elkaar.

Een virtuele server kan alles doen wat een fysieke server ook kan. Het is aan te raden om een (virtuele) server die de processor intensief gebruikt op een aparte fysieke server uit te voeren. Zo blijven andere virtuele servers snel werken.

Steeds meer bedrijven maken gebruik van virtuele servers in een cloud-omgeving. In dat geval heeft het bedrijf zelf geen of minder fysieke servers meer staan.

Door de betere benutting van de fysieke servers zijn er minder fysieke servers nodig. Daardoor is er ook minder elektriciteit nodig. Dit is de energiebesparing.

Een server is voor verschillende doelen te gebruiken. Vaak heeft de server de naam van de toepassing. Bijvoorbeeld een: bestandenserver, applicatieserver, webserver, databaseserver, mailserver, printerserver, gameserver, enzovoort.

Door specificaties van de software op de servers op te vragen zijn virtuele machines te herkennen en is het elektrisch vermogen te bepalen.

Let op: Er is een verschil tussen een server en een datacenter. Een datacenter heeft een vermogen vanaf ongeveer 0,9 MW. Een serverruimte heeft een vermogen vanaf 5 kW.

Doelmatig beheer en onderhoud

Doelmatige werking en gebruik van apparatuur, machines, installaties en computers:

  • Buiten bedrijfstijden apparatuur, machinerie en installaties uitschakelen die onnodig aanstaan.
  • Periodiek de temperatuur- en tijdinstellingen controleren en waar nodig herprogrammeren.
  • Borgen van de goede werking van apparatuur, machinerie en installaties die passen bij een juist gebruik (overeenkomstig de ontwerpuitgangspunten).
  • Uitvoeren van preventief onderhoud.
  • Afstellen van de koelinstallatie om onnodige koeling te beperken.
  • Uitschakelen koelsysteem in ongebruikte ruimtes.
  • Periodiek de condensor en verdamper van het koelsysteem reinigen en de luchtaanzuiging bij de condensor controleren.
  • Periodiek het rendement controleren en onderhouden van de koelinstallatie.
  • Verplaatsen van warmteproducerende apparatuur naar buiten de gekoelde ruimten.
  • Optimaliseren van koeling setpoints voor een hogere koeltemperatuur

Doelmatige werking en gebruik borgen van de ruimtekoeling:

  • Afstellen van de koelinstallatie om onnodige koeling te beperken.
  • Uitschakelen koelsysteem in ongebruikte ruimtes.
  • Periodiek de condensor en verdamper van het koelsysteem reinigen en de luchtaanzuiging bij de condensor controleren.
  • Periodiek het rendement controleren en onderhouden van de koelinstallatie.
  • Verplaatsen van warmteproducerende apparatuur naar buiten de gekoelde ruimten.
  • Optimaliseren van koeling setpoints voor een hogere koeltemperatuur

Financiële aspecten

Serverruimte heeft een opgesteld vermogen van minimaal 5 kW.

Zelfstandig moment: Nee. Natuurlijk moment: Ja.