1-Groter condensoroppervlak toepassen zodat temperatuurverschil tussen condensor en buitentemperatuur maximaal 10°C wordt.

Algemeen

Nummer
FB17
Bedrijfstak
Detailhandel
Activiteit
In werking hebben van een productkoeling

Toepasbaarheid

Temperatuurverschil tussen condensor en buitentemperatuur is minimaal 20°C.

Koeltemperatuur is lager of gelijk aan 2°C.

Beschrijving

De koelmachine heeft een verdamper waarmee het warmte haalt uit het te koelen medium of de te koelen ruimte. Met een condensor staat de koelmachine de opgenomen warmte af (meestal aan de buitenlucht). Hoe kleiner het verschil in temperatuur van het koudemiddel tussen de verdamper en de condensor, hoe hoger het (theoretisch) rendement van de koelmachine.

Bij een groter oppervlak van de condensor is het warmte-uitwisselingsvlak groter. Met een groter warmte-uitwisselingsoppervlak is in een bepaalde tijd meer warmte met dezelfde hoeveelheid koudemiddel over te dragen bij dezelfde temperaturen. Andersom geldt ook, met dezelfde hoeveelheid koudemiddel met een lager temperatuurverschil is dezelfde hoeveelheid warmte af te voeren in een bepaalde tijd. Met een ongeveer twee keer zo groot condensoroppervlak is een temperatuurverschil tussen de condensor en buitenlucht van maximaal 10°C mogelijk.

Bij een kleiner temperatuurverschil van het koudemiddel tussen de verdamper en de condensor is de coëfficiënt of performance (COP) van de koelmachine hoger. Een hogere COP is een besparing op het elektriciteitsverbruik van de koelmachine. In beide gevallen hoeft de koelmachine minder hard te werken voor hetzelfde resultaat. Dus minder energie te leveren. Dit is de besparing.

De condensor staat vaak op het dak of hangt aan de muur. De donkere warmtewisselaar heeft koelvinnen. Een ventilator blaast buitenlucht tegen de warmtewisselaar. Op het scherm van de koelmachine is soms de condensortemperatuur uit te lezen.

Doelmatig beheer en onderhoud

Doelmatige werking en gebruik van de koelinstallatie voor productkoeling:

  • Periodiek de temperatuur- en tijdinstellingen controleren en waar nodig herprogrammeren.
  • Controleren op en verwijderen van ijsvorming op de verdamper.
  • Afstellen van de koelinstallatie om onnodige koeling te beperken.
  • Uitschakelen koelsysteem in ongebruikte ruimtes.
  • Periodiek de condensor en verdamper van het koelsysteem reinigen en de luchtaanzuiging bij de condensor controleren.
  • Periodiek het rendement controleren en onderhouden van de koelinstallatie.
  • Verplaatsen van warmteproducerende apparatuur naar buiten de gekoelde ruimten.
  • Optimaliseren van koeling setpoints voor een hogere koeltemperatuur.

Warmteverlies beperken door naden, kieren en andere openingen in de wand:

  • Controleren op en het dichten van naden en kieren in de wand.
  • Periodiek controleren en herstellen van schade aan isolatiemateriaal.
  • Voorkomen van koudebruggen en het beperken van warmteverlies via bestaande koudebruggen.

Doelmatige werking van de koelinstallatie voor productkoeling:

  • Koelinstallaties op een koele locatie (of in een koele ruimte) plaatsen.

Voorkomen koudeverlies uit koeling of koelmeubel:

  • Sluiten deur koeling (als aanwezig).
  • Afdekken koelmeubelen (als aanwezig).

Doelmatige werking en gebruik van verlichting:

  • Periodiek schoonmaken van armaturen, lampen, reflectoren en bijhorende schakelingen en regelingen.
  • Vervang tijdig defecte lampen.
  • Aanpassen van het verlichtingsniveau aan de activiteit.

Financiële aspecten

Koelvermogen is maximaal 250 kWthermisch.

Bedrijfstijd koelinstallatie is minimaal2.200 vollasturen per jaar.

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.