Inleiding

Hier vindt u informatie over de beoordeling van een energiebesparingsrapport. Het geeft de toezichthouder handvatten bij de uitvoering van zijn werk. De informatie is ook interessant voor het bedrijf dat een energiebesparingsonderzoek uitvoert of laat uitvoeren. Deze informatie heeft geen juridische status.

De Informatie bestaat uit deel A (voorbereiding) en deel B (beoordelen van het rapport). Deel A beschrijft de aandachtspunten bij het verlenen van de opdracht. Het richt zich vooral op de opdrachtgever en de energie-adviseur. Deel B beschrijft welke onderdelen het rapport moet bevatten. De toezichthouder kan deel B raadplegen bij het beoordelen van het rapport. Ook voor de opdrachtgever en de energie-adviseur is deel B een handig hulpmiddel.

Naast deze module stelt InfoMil ook een checklist beschikbaar die u los van de module kunt gebruiken bij het beoordelen van het rapport. In de database Energiebesparing en Winst vindt u de erkende maatregelen. Deze database bevat ook maatregelen die niet erkend zijn maar wel interessant zijn voor de ondernemer.

In het Activiteitenbesluit zijn de bedrijven ingedeeld in de categorieën kleinverbruikers, middelgrote verbruikers en grootverbruikers van energie:

  • Kleinverbruikers: verbruiken per kalenderjaar minder dan 50.000 kWh aan elektriciteit en 25.000 m3 aardgasequivalenten aan brandstoffen (Activiteitenbesluit, artikel 2.15). Kleinverbruikers hebben geen plicht om energiebesparende maatregelen te nemen
  • Middelgrote verbruikers: verbruiken meer dan 50.000 kWh aan elektriciteit of 25.000 m3 aardgasequivalenten aan brandstoffen
  • Grootverbruikers: verbruiken meer dan 200.000 kWh aan elektriciteit of 75.000 m3 aardgasequivalenten aan brandstoffen

Erkende maatregelen

Om te voldoen aan artikel 2.15 van het Activiteitenbesluit, zijn er erkende maatregelen beschikbaar waarmee het bedrijf invulling kan geven aan deze plicht. De ondernemer mag ook op een andere wijze voldoen aan de plicht.

Dat betekent als een bedrijf de erkende maatregelensystematiek toe past, het bevoegd gezag geen extra maatregelen kan opleggen. Ook is het opleggen van een energiebesparingsonderzoek niet meer mogelijk.

Middelgrote verbruikers

De middelgrote verbruikers kunnen de erkende maatregelen doorvoeren. Zij voldoen dan aan de energiebesparingsverplichting uit het Activiteitenbesluit.

Een energiebesparingsonderzoek kunt u alleen verlangen bij grootverbruikers of type C-bedrijven. Bij type C-bedrijven moet dit in de omgevingsvergunning zijn opgenomen. Het energiebesparingsonderzoek maakt inzichtelijk welke energiebesparende maatregelen nog mogelijk zijn.

Grootverbruikers

Een grootverbruiker verbruikt meer dan 200.000 kWh aan elektriciteit of 75.000 m3 aardgasequivalenten aan brandstoffen (artikel 2.15, lid 3).

Ook grootverbruikers kunnen de erkende maatregelen doorvoeren als zij onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit vallen. Zij voldoen dan aan de energiebesparingsverplichting uit het Activiteitenbesluit. Het opleggen van een energiebesparingsonderzoek of extra maatregelen is dan niet meer mogelijk.

Als het bedrijf niet aan de energiebesparingsverplichting voldoet, kunt u over gaan tot handhaving. U mag ook eerst een energiebesparingsonderzoek verlangen. U geeft de drijver hiermee de gelegenheid aan te tonen dat hij wel voldoet. Als dit niet het geval is, kan hij maatregelen nemen alsnog te voldoen (Activiteitenbesluit artikel 2.15, lid 3).

Voordat u over gaat tot handhaving of voordat u een besparingsonderzoek verlangt, moet u aannemelijk maken dat niet is voldaan aan de energiebesparingsverplichting. Dat wil zeggen dat niet alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder zijn doorgevoerd. Dit kan door bij een bedrijfsbezoek na te gaan of algemeen aanvaarde maatregelen zijn toegepast. Na dit bezoek bepaalt u of verder onderzoek nodig is.

Het begrip ‘aannemelijk’ is niet in wetgeving omschreven. Daarom is het aan de toezichthouder zelf om te beoordelen of het bedrijf voldoet aan de besparingsplicht. Het is niet redelijk een handhavingstraject te starten of een onderzoek te verlangen als het bedrijf:

  • een recente energiebalans en een lijst met besparingsmogelijkheden kan overleggen
  • kort geleden (minder dan 4 jaar geleden) een onderzoek heeft uitgevoerd dat een goed inzicht geeft in het besparingspotentieel en,
  • deze maatregelen heeft doorgevoerd of een planning heeft om dat te doen

Gaat het om een bedrijf dat onder de werkingsfeer van het Activiteitenbesluit valt? Dan kan het bevoegd gezag via maatwerk alle maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder opleggen. Let wel, als het bedrijf werkt volgens de erkende maatregelensystematiek, dan kunt u geen extra maatregelen meer verlangen.

Als het om een type-C bedrijf gaat (vergunningplichtig), dan legt het bevoegd gezag de maatregelen in de omgevingsvergunning vast.

Als het bedrijf denkt dat de opgelegde maatregel een langere terugverdientijd heeft dan 5 jaar, dan is dat aan te tonen door bijvoorbeeld 3 offertes te overleggen.

Als de drijver de erkende maatregelen uit de Activiteitenregeling (bijlage 10) doorvoert, dan voldoet hij aan de energiebesparingsverplichting uit het activiteitenbesluit. Hij moet ze wel goed beheren en onderhouden. Het bevoegd gezag mag het energiebesparingsonderzoek dan niet meer voorschrijven. Dit blijkt uit artikel 2.16 van de Activiteitenregeling.

Type C-bedrijven

Type C-bedrijven zijn vergunningplichtige bedrijven. Dit zijn onder meer de zogenoemde IPPC-bedrijven met zeer energie-intensieve industriële installaties. De omgevingsvergunning kan een voorschrift bevatten dat om de aantal jaar een energiebesparingsonderzoek vraagt. Meer informatie over energiebesparing in de omgevingsvergunning vindt u op de pagina over de Wabo, waar energie in de omgevingsvergunning aan bod komt.

Uitzondering op plicht treffen energiebesparende maatregelen

Er zijn een aantal uitzonderingen op het treffen van energiebesparende maatregelen. Van deze bedrijven mag u geen energiebesparingsonderzoek verlangen. Het gaat om:

  • Kleinverbruikers
  • ETS-bedrijven
  • MJA-bedrijven
  • Gebouwgebonden maatregelen bij nieuwbouw
  • Gebouwen met een energielabel
  • Bedrijven die een Energie Prestatie Advies in combinatie met de InstallatiePerformance Scan hebben laten uitvoeren. Het is niet logisch van hen energiebesparingsonderzoek te verlangen.
  • Glastuinbedrijven die deelnemen aan het CO2-vereveningssysteem

Kleinverbruikers

Kleinverbruikers hebben een jaarlijks energieverbruik van minder dan 50.000 kWh aan elektriciteit EN een jaarlijks verbruik aan aardgasequivalenten van minder dan 25.000 m3.

Van kleinverbruikers kunt u geen energiebesparende maatregelen verlangen (Activiteitenbesluit, artikel 2.15, lid 5). In het Activiteitenbesluit is een algemeen zorgplichtbeginsel voor de 'drijver van de inrichting' opgenomen (Activiteitenbesluit artikel 2.1): De inrichting moet doelmatig energie verbruiken. In de handreiking Erkende maatregelen leest u meer over de zorgplicht. De uitleg staat onder 'Energiebesparing in wet en regelgeving' en vervolgens onder 'Activiteitenbesluit'.

Emission Trade System (ETS)

Bedrijven die meedoen aan CO2-emissiehandel hoeven geen energiebesparende maatregelen te nemen (Activiteitenbesluit, artikel 2.15, lid 5 en Besluit omgevingsrecht artikel 5.12, lid 1). Het systeem van CO2-emissiehandel is er namelijk al op gericht de CO2-uitstoot te verminderen.

MeerJarenAfspraak

Van bedrijven of instellingen die deelnemen aan de Meerjarenafspraken energiebesparing (MJA3) is het niet logisch een energiebesparingsonderzoek te verlangen. Voorwaarde is dat ze een goedgekeurd en een uitgevoerd energie efficiëntie plan (EEP) hebben. Tijdens de looptijd worden zij geacht te voldoen aan de energiebesparingsverplichting uit het Activiteitenbesluit.

In het Energieakkoord is afgesproken dat voor deelnemers aan de meerjarenafspraak energie (MJA3) de huidige MJA-systematiek van kracht blijft. Zij committeren zich aan het opstellen en uitvoeren van een energie-efficiëntieplan en het nemen van maatregelen met een terugverdientijd kleiner dan of gelijk aan vijf jaar.

Gebouwgebonden maatregelen bij nieuwbouw

Het Bouwbesluit (artikel 5.2) en het Besluit energieprestatie gebouwen stelt eisen aan energiezuinigheid. Ieder gebouw voldoet hier aan bij oplevering. Het gaat om gebouwen die na 2003 zijn opgeleverd.

Na oplevering kunt u aannemen dat het de drijver aan de energiebesparingsverplichting voor gebouwgebonden maatregelen voldoet.

De uitzondering geldt alleen voor het gebouw waarop het Bouwbesluit van toepassing is. Voor de overige gebouwen van de inrichting (bijvoorbeeld op hetzelfde terrein) geldt de uitzondering niet.

Gebouwen met een energielabel

Het Besluit energieprestatie gebouwen kent een energielabel. Dit label is 10 jaar geldig. Als een gebouw een label C heeft van minder dan 10 jaar oud, dan voldoet het gebouw. Gebouwgebonden maatregelen zijn dan niet meer nodig. Zo geldt bijvoorbeeld in de kantorensector dat de maatregel 'Warmte- en koudeverlies via buitenmuur beperken' wordt geacht te zijn getroffen als sprake is van minimaal energielabel C.

De uitzondering geldt alleen voor het gebouw waarop het energielabel van toepassing is. Voor de overige gebouwen van de inrichting geldt de uitzondering niet.

Energie Prestatie Advies in combinatie met de InstallatiePerformance Scan

Het Energie Prestatie Advies voor utiliteitsbouw (EPA-U) in combinatie met een InstallatiePerformance Scan geeft (na goedkeuring) invulling aan de onderzoeksverplichting. Dit geldt alleen voor de gebouwschil en gebouwgebonden installaties. Dit onderzoek gaat niet in op bedrijfsprocessen. Het plan van aanpak bevat termijnen voor de uitvoering van de maatregelen. Beoordeel als toezichthouder de kwaliteit van het EPA-U advies en de InstallatiePerformance scan. Hierover leest u meer op de website van RVO.

Glastuinbedrijven die deelnemen aan het CO2-vereveningssysteem

Als de inrichting deelneemt aan het CO2-vereveningssysteem voor de glastuinbouw, dan geldt het energiebesparingsvoorschrift uit het Activiteitenbesluit niet. Het systeem richt zich namelijk op beperking van de CO2-uitstoot (Activiteitenbesluit, 2.15, lid 6). Op de website van RVO kunt u meer over dit onderwerp lezen.

Energy Efficiency Directive

Per 1 juli 2019 is RVO het bevoegd gezag voor de Energy Efficiency Directive. Gemeentes en provincies hoeven hierop niet langer toe te zien.

De EED en het Activiteitenbesluit zijn verschillende regelingen. Dit betekent dat beide verplichtingen gelden. Wel vervalt de verplichting van de energie-audit als de drijver een energiebesparingsonderzoek heeft laten uitvoeren zoals benoemd in artikel 2.15 van het Activiteitenbesluit. Dit is geregeld in artikel 7 van de implementatieregeling.

De EED beschrijft een auditplicht, het in kaart brengen van de mogelijke energiebesparende maatregelen. Artikel 2.15 schrijft voor dát de maatregelen getroffen moeten worden.

Dit neemt niet weg dat het bevoegd gezag vrijstellingen kan geven als er sprake is van overlapping.

De EED (de Europese Energie-Efficiency Richtlijn) gaat over de verplichting voor grotere ondernemingen om een energie-audit uit te voeren. Meer over de EED kunt u lezen op de pagina: Kansen voor energie efficiency met nieuwe richtlijn op de website van RVO.

Dit informatieblad gaat niet in op de werking van de EED.