Fasering maatregelen

De toezichthouder kan met de drijver afspraken maken over het nemen van 'redelijke termijnen' voor het nemen van maatregelen. Dit heet fasering. De drijver krijgt daarmee meer tijd om maatregelen te nemen. Hiermee kan de toezichthouder beter rekening houden met bedrijfseconomische omstandigheden (zoals beperkte financieringsmogelijkheden), aanstaande natuurlijke momenten of split incentives. Inrichtingen kunnen daarnaast, vrijwillig, extra energiebesparende maatregelen nemen.

In overleg met de drijver legt het bevoegd gezag de fasering vast door de datum te benoemen. Het kan hier ook om maatregelen gaan die zich altijd terugverdienen binnen 5 jaar (verdienen zich ook terug bij een zelfstandig moment). In bijlage 10 staat of dat het geval is. Zo kan het bevoegd gezag rekening houden met:

  • Bedrijfseconomische omstandigheden: het kan daarbij gaan om de financiële situatie van een inrichting, waardoor aantoonbaar fasering van de maatregelen nodig is. Een voorbeeld is de situatie dat een bedrijf geen lening krijgt van de bank. Ook kan het gaan over split incentives. Misschien hebben huurder en beheersorganisatie tijd nodig om afspraken te maken. Het gaat dan om afspraken over het nemen van besparingsmaatregelen en de gevolgen voor de huurcontract. Meer uitleg hierover vindt u bij huurder, verhuurder en split incentives. De drijver kan faseren niet gebruiken om het nemen van maatregelen vooruit te schuiven. Geldgebrek dat ontstaat door slecht management valt niet onder de hier bedoelde 'bedrijfseconomische omstandigheden'.
  • Investerings- en vervangingsmomenten: het gaat er om aan te sluiten bij bekende natuurlijke momenten in de bedrijfsvoering zoals regelmatig onderhoud en renovaties. Ook al verdient een maatregel zich binnen 5 jaar terug, de uitvoering is goedkoper door aan te sluiten bij een natuurlijk moment. Het bevoegd gezag mag hier rekening mee houden.

Het stellen van termijnen voor het nemen van de maatregelen is belangrijk. De tijd die nodig is, is afhankelijk van de situatie. De drijver levert een planning met de tijden aan van doorvoering van de maatregelen.

Het bevoegd gezag beoordeelt deze planning en geeft wel of geen goedkeuring. In een maatwerkvoorschrift staat voor iedere uitgestelde maatregel een redelijke termijn. Het bevoegd gezag communiceert de fasering aan de ondernemer, die daarna verantwoordelijk is voor de uitvoering. Het bevoegd gezag controleert of de drijver de maatregelen neemt.