Format van de maatregelen

In de erkende maatregelenlijst heeft de beschrijving van iedere maatregel hetzelfde format. Als voorbeeld ziet u de afbeelding hieronder.Knipsel

Sector of bedrijfstak

Boven elke lijst staat per bedrijfstak een tekst. In deze tekst vindt u SBI-codes. De lijst geldt voor inrichtingen met deze SBI-codes.

Activiteit

Bij iedere bedrijfstakken horen bepaalde activiteiten. In de eerste regel van de tabel staat de activiteit waarvoor de maatregel van toepassing is.

Nummer maatregel

Iedere maatregel heeft een code met drie elementen. Per bedrijfstak kunnen gelijke maatregelen andere nummers hebben. Bijvoorbeeld bij kantoren kan maatregel GD1 zijn 'Binnenverlichting automatisch beperken op basis van daglichttoetreding door ramen en daklichten'.

Voor onderwijsinstellingen is het de maatregel 'Warmteverlies via warmwaterleidingen en -appendages beperken'.

Eerste letter

G: gebouw, gebouwgebonden maatregelen. Bijvoorbeeld maatregelen voor:

  • isolatie
  • ruimteventilatie
  • ruimteverwarming
  • ruimte- en buitenverlichtingsinstallatie

F: Faciliteiten, faciliteitgebonden maatregelen. Bijvoorbeeld maatregelen voor:

  • stookinstallatie
  • perslucht
  • lift
  • pompen

P: Processen, procesgebonden maatregelen. Dit zijn maatregelen die branchespecifiek zijn. Bijvoorbeeld maatregelen voor:

  • spuitcabine
  • oven
  • procesbaden
  • spuitcabines
  • coaten van metalen

Tweede letter

Iedere activiteit binnen één lijst heeft een eigen (tweede) letter. Deze letter is volgordelijk. Iedere nieuwe activiteit binnen de gebouw-, faciliteit- of procesgebonden maatregelen krijgt een opvolgende letter.

Een activiteit is bijvoorbeeld 'Het ventileren van een ruimte' of 'In werking hebben van een verlichtingsinstallatie'.

Cijfer

Voor een activiteit kunnen meerdere maatregelen mogelijk zijn. Deze krijgen binnen een lijst een eigen nummer.

Omschrijving maatregel

In deze regel staat omschreven wat de maatregel doet. Hoe de maatregel energie bespaart. Bijvoorbeeld 'Warmteverlies via warmwaterleidingen en -appendages beperken'.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Hier kunt u zien welke technieken mogelijk zijn om energie te besparen door 'Het warmteverlies via warmwaterleidingen en -appendages te beperken'. Bijvoorbeeld het aanbrengen van isolatie.

Uitgangssituatie ten opzichte van een op basis van een referentietechniek

Of een maatregel zich echt in 5 jaar of minder terugverdient, hangt af van van de situatie die op dat moment aanwezig is. Zo zal een LED-lamp zich sneller terugverdienen als er gloeilampen zijn dan wanneer er al spaarlampen zijn.

Technische randvoorwaarden

Soms is een maatregel technisch niet mogelijk, bijvoorbeeld omdat er grote veranderingen nodig zijn om de maatregel te kunnen nemen. In dat geval verdient de maatregel zich niet in 5 jaar of minder terug. Daarom zijn er technische randvoorwaarden. Als voorbeeld: voor een HR-ketel is een technische randvoorwaarde dat condens- en rookgasafvoer mogelijk moet zijn. Als dat niet kan, geldt de maatregel niet.

Economische randvoorwaarden

De maatregel moet zich in 5 jaar of minder terugverdienen. Dat is alleen niet altijd het geval. Het hangt bijvoorbeeld af van het energiegebruik en de energieprijs. Zo kunnen voor grote gebouwen lagere energieprijzen gelden waardoor maatregelen zich niet in 5 jaar terugverdienen. Zo verdient isolatie van warmwaterleidingen zich niet terug als het gasverbruik onder een drempel zit.

Toepasbaar op een natuurlijk of zelfstandig moment?

Sommige maatregelen zijn alleen verdienen zich alleen terug als de maatregel op een natuurlijk moment plaatsvinden. Alleen als de drijver het dak toch al vervangt, is dakisolatie rendabel. De kosten voor de verbouwing zijn er al. Alleen de extra kosten tellen mee voor het berekenen van de terugverdientijd. De drijver bepaalt het moment van vernieuwing van het dak, groot onderhoud of renovatie. De drijver moet op dat moment weten dat de regels uit artikel 2.15 gelden.

Als een maatregel toepasbaar is op een natuurlijk moment, is de maatregel ook toepasbaar op een zelfstandig moment. Andersom geldt dit niet per definitie.

Bijzondere omstandigheden

Als een gebouw een bepaald energielabel heeft, dan hoeft de drijver niet alle gebouwgebonden maatregelen van de lijst te nemen. Het gaat hierbij om een totaal niveau van energiezuinigheid. Het is mogelijk dat een paar maatregelen er niet zijn. Als het gebouw een energielabel heeft, hoeft de drijver deze maatregel toch niet te nemen.