Erkende maatregelen in de Activiteitenregeling

De Activiteitenregeling bevat een uitwerking van artikel 2.15 uit het Activiteitenbesluit. Het omschrijft hoe de drijver van de inrichting kan voldoen aan de energiebesparingsverplichting uit het Activiteitenbesluit. Aan bod komen:

Erkende maatregelen

In afdeling 2.5, 'Energiebesparing' van de Activiteitenregeling is artikel 2.16 opgenomen. Het verwijst naar de erkende maatregelen voor energiebesparing in bijlage 10 bij de Activiteitenregeling. Hiermee kan de drijver aan de energiebesparingsverplichting voldoen. Alle erkende maatregelen voor energiebesparing hebben op het niveau van hun bedrijfstak een terugverdientijd van vijf jaar of minder. In de Activiteitenregeling wordt vanaf 1 juli 2019 een formule voor de terugverdientijd opgenomen in bijlage 10a.

De formule is nu al te vinden in de conceptregeling, bijlage 10a (pdf, 495 kB). Hierin vindt u een precieze uitleg welke parameters u wel en niet meeneemt in de berekening.

Door het uitvoeren van alle erkende maatregelen voor een bepaalde bedrijfstak voldoet een inrichting aan de energiebesparingsverplichting.

Het toezicht beperkt zich dan tot het vaststellen of de erkende maatregelen:

  • genomen zijn
  • juist worden uitgevoerd
  • beheerd en onderhouden worden

Voor ondernemers die de erkende maatregelenlijst niet gebruiken, verandert er niets ten opzichte van de situatie die tot najaar 2015 gold. De al bestaande verplichting uit artikel 2.15 blijft bestaan. Bij ondernemers die er voor kiezen de maatregelenlijst niet te gebruiken, houdt het bevoegd gezag toezicht volgens artikel 2.15.

De geactualiseerde erkende maatregelen uit artikel 2.16 van de Activiteitenregeling zijn per 1 april 2019 in werking. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat zal de maatregelen regelmatig actualiseren.

Per 1 juli 2019 is de informatieplicht energiebesparing van kracht en moet de drijver van de inrichting gemeld hebben of hij/zij de erkende maatregelen heeft genomen.

Alternatieve maatregelen

Een ondernemer kan voor één van de maatregelen een gelijkwaardige alternatieve maatregel kiezen. Een gelijkwaardig alternatief is geen erkende maatregel. Het is een maatregel die gelijkwaardig of beter is binnen die activiteit of dat type maatregel.

Een alternatieve maatregel voor verlichting kan alleen maar een andere verlichtingsmaatregel vervangen. Het is niet mogelijk een verlichtingsmaatregel te vervangen door (bijvoorbeeld) een verwarmingsmaatregel. Een drijver van een inrichting kan kiezen voor het toepassen van andere energiebesparende maatregelen dan de erkende maatregelen (uit bijlage 10 bij de Activiteitenregeling). De getroffen maatregel moet dan voldoen aan het doelvoorschrift in het Activiteitenbesluit en gelijkwaardig (of zelfs beter) zijn dan de erkende maatregelen.

Het staat de drijver daarbij vrij om te kiezen voor energiebesparende maatregelen die een langere terugverdientijd hebben dan 5 jaar. Het gaat namelijk niet om de terugverdientijd, maar om de hoeveelheid energie die de inrichting bespaart. Deze keuzes zijn de eigen verantwoordelijkheid van de drijver van de inrichting. Vooraf hoeft de drijver geen toestemming van het bevoegd gezag te vragen. Dit is wel aan te raden om discussie achteraf te voorkomen. Bij twijfel aan de gelijkwaardigheid van de maatregel gaan het bevoegd gezag en de ondernemer met elkaar in gesprek. Hierbij bekijken ze de technische achtergrondinformatie van de maatregel.

Vindt het bevoegd gezag dat de maatregel niet gelijkwaardig is aan de erkende maatregel? Dan moet het bevoegd gezag dat aannemelijk maken. De drijver overhandigt dan de beschikbare informatie aan het bevoegd gezag. Door het toepassen van gelijkwaardige alternatieve maatregelen wijkt de drijver af van bijlage 10 bij de Activiteitenregeling. Daarmee is niet meteen de erkende maatregelaanpak van tafel. Eventuele discussie gaat alleen over deze ene alternatieve maatregel.

Doelmatig beheer en onderhoud

De maatregelen voor doelmatig beheer en onderhoud (DBO) zijn een belangrijk onderdeel van het toezicht op erkende maatregelen voor energiebesparing. Aandacht voor dergelijke maatregelen borgt 'het succes' van de erkende maatregel. Hierdoor wordt de energiebesparing daadwerkelijk bereikt en verdient de investering zich echt terug.

De ondernemer moet alle genomen energiebesparende maatregelen juist gebruiken en onderhouden. DBO-maatregelen zijn eigenlijk bijbehorende maatregelen van de erkende maatregelen. Ze geven aan hoe de drijver de erkende maatregel moet beheren en onderhouden.

De kennisbank Energiebesparing en Winst bevat alle erkende maatregelen met een uitgebreidere beschrijving dan in bijlage 10 bij de Regeling. De DBO-maatregelen staan ook in de database als onderdeel van de erkende maatregelen.

De toezichthouder neemt DBO mee in zijn oordeel over naleving van de energiebesparingsverplichting. Uiteraard moet de drijver ook een gelijkwaardige alternatieve maatregel doelmatig beheren en onderhouden. Anders dan bij de erkende maatregelen is niet vooraf vast te stellen hoe DBO er bij deze alternatieve maatregel uit ziet. Vooraf is nu eenmaal niet bekend welke alternatieve maatregelen de drijver zal treffen.

De lijst met DBO-maatregelen per bedrijfstak kunt u vinden op de pagina Erkende maatregelen, in tabel 1, kolom DBO.


Uw onderwerpen