Vaststellen van de van toepassing zijnde erkende maatregelen

Als de inrichting onder de werking valt van artikel 2.15, dan is de volgende stap het bepalen:

  • of er een erkende maatregelenlijst beschikbaar is voor de bedrijfstak
  • of de drijver voor de erkende maatregelensystematiek kiest
  • welke maatregelen van de lijst al aanwezig zijn
  • welke maatregelen van de lijst de drijver nog wil treffen

Er is een erkende maatregelenlijst (EML) beschikbaar voor de volgende bedrijfstakken (geactualiseerd 1-4-2019):

  • Metaalelektro en MKB-metaal
  • Autoschadeherstelbedrijven
  • Rubber- en kunststofindustrie
  • Commerciële datacenters
  • Gezondheids- en welzijnszorginstellingen
  • Kantoren
  • Onderwijsinstellingen
  • Automotive
  • Horeca
  • Agrarisch
  • Sport en recreatie
  • Voedingsmiddelenindustrie (Groente- en Fruitverwerkende industrie, Frisdranken-, Water- en Sappenproducenten, Bakkerij- en Zoetwarenindustrie)
  • Drukkerijen, papier en karton
  • Bouwmaterialen
  • Verf en drukinkt
  • Tankstations en autowasinrichtingen
  • Meubels en hout
  • Bedrijfshallen
  • Detailhandel

Niet voor alle bedrijfstakken is er een lijst. U houdt dan toezicht als eerder, toen er nog geen erkende maatregelen waren. Hierover kunt u meer lezen bij het onderdeel: Drijver past erkende maatregelen niet toe.

Kiest de drijver er voor van de  EML gebruik te maken, dan gelden enkel de maatregelen van de lijst. U mag geen extra maatregelen meer voorschrijven. De keuze houdt in dat de drijver de lijst accepteert. Dit betekent niet dat alle maatregelen van de lijst voor ieder bedrijf relevant zijn. Dit hangt af van de uitgangssituatie, de randvoorwaarden en de bijzondere omstandigheden. Dit is voor iedere maatregel benoemd in de lijst.

Stelt de drijver de terugverdientijd van maatregelen ter discussie, dan is het mogelijk dit na te (laten) rekenen. In de Activiteitenregeling is sinds 1 juli 2019 een formule opgenomen in bijlage 10a. Hier is precies uitgelegd welke parameters u wel en niet meeneemt in de berekening.

De formule voor de terugverdientijd is nu al te vinden in de conceptregeling, bijlage 10a (pdf, 495 kB).

Als de drijver de maatregelen toch niet accepteert ondanks dat de terugverdientijd 5 jaar of minder is, dan vervalt deelname aan de erkende maatregelenlijst. U kunt dan controleren alsof de drijver niet voor het gebruik van de lijsten kiest.

U bekijkt welke maatregelen de ondernemer al heeft genomen. Bij deze maatregelen hoeft u alleen na te gaan of het beheer en onderhoud doelmatig is.

De aandacht gaat nu naar de nog ontbrekende maatregelen. Heeft de ondernemer ontbrekende maatregelen op de planning staan? Zijn er uitzonderingsmogelijkheden waardoor een maatregel niet geldt?

Het is mogelijk dat een maatregel wel in de lijst staat, maar deze niet geldt bij die inrichting. Bijlage 10 bevat voor iedere maatregel de uitzonderingsmogelijkheden. Het gaat om:

  • De uitgangssituatie op basis van een referentietechniek
  • De technische en economische randvoorwaarden
  • Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment
  • de bijzondere omstandigheden

Hierover kunt u meer lezen in de Handreiking erkende maatregelen. Zie het onderdeel Bijlage 10 bij de Activiteitenregeling onder de kop 'Format van de maatregelen in bijlage 10 bij de Activiteitenregeling'.

Als u daar naar vraagt moet de drijver u de gegevens overleggen die u nodig heeft om de uitzonderingen te kunnen bepalen (zie bevoegdheden).

Voor de nog uit te voeren maatregelen spreekt u een realisatietermijn af. De afspraken legt u vast in een brief (of maatwerkvoorschrift). Na het verstrijken van deze termijn controleert u of ze zijn uitgevoerd. Uitgangssituatie is de techniek die nu aanwezig is. Het hangt af van de uitgangssituatie of een maatregel wel of niet terug te verdienen is in 5 jaar of minder.

Technische en economische randvoorwaarden

Of een maatregel echt is terug te verdienen in 5 jaar of minder hangt af van een aantal parameters. Denk hierbij aan het energieverbruik, de gebruiksoppervlakte of de moeilijkheid van de technische veranderingen.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment

Sommige maatregelen hebben op ieder moment een terugverdientijd van 5 jaar of minder. Dit is een zelfstandig moment. Andere maatregelen alleen bij een natuurlijk moment. Een natuurlijk moment is bijvoorbeeld een grote verbouwing of een als een installatie aan vernieuwing toe is. Als er geen natuurlijk moment is, hoeft de drijver de maatregel niet te nemen. Hierover leest u meer in de handreiking. Zie Bijlage 10 bij de Activiteitenregeling bij het onderdeel 'Natuurlijk en zelfstandige moment'.

Bijzondere omstandigheden

De bijzondere omstandigheden gaan over het bouwjaar, het energielabel en de energie-index. Het hangt af van deze factoren of de gebouwgebonden maatregelen gelden. Dit is het geval als het gebouw (vrij) nieuw is of een bepaald energielabel of energie-index heeft. Als er vrijstelling geldt voor de gebouwgebonden maatregelen is dit aangegeven. Dit is te vinden bij de omschrijving van de maatregel in bijlage 10 van de Regeling onder het kopje 'Bijzondere omstandigheden'.

Het label, index of het bouwjaar geven aan dat het gebouw aan een bepaalde kwaliteit voor energiebesparing voldoet. Het wil niet zeggen dat alle maatregelen echt in de inrichting aanwezig zijn.

Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) gaat er van uit dat de terugverdientijd van de niet-getroffen maatregelen hoger is dan 5 jaar als het bedrijf een energielabel heeft. In werkelijkheid kan dit anders zijn.

Benodigde gegevens om uitzonderingen vast te stellen

Beoordeel welke informatie u van de drijver nodig heeft om de uitzonderingen te bepalen. De drijver moet u de gegevens overleggen die hiervoor nodig zijn:

  • energielabel van het gebouw
  • bouwjaar
  • informatie over de uitgangssituatie (bijvoorbeeld over installaties en installatiegegevens. Hiervoor kunt u ook  op Google street view kijken. Zo krijgt u inzicht in het aantal gebouwen binnen de inrichting en installaties op het dak)
  • informatie over de economische randvoorwaarden
  • informatie over technische randvoorwaarden
  • technische gegevens van de installaties, om de uitgangssituatie bij de inrichting te bepalen