1-Spouwmuren isoleren.

Algemeen

Nummer
GA1
Bedrijfstak
Rubber- en kunstofindustrie
Activiteit
Isoleren van de gebouwschil

Toepasbaarheid

Isolatie in spouwmuren ontbreekt. Gebouwen worden verwarmd.

Beschrijving

Een spouwmuur bestaat uit een binnenmuur en een buitenmuur met daartussen een luchtlaag, de spouw. Een spouwmuur is minimaal 24 cm dik (te meten bij deuren en ramen) en heeft vaak ventilatievoorzieningen, zoals ventilatieroosters of open stootvoegen. Bij een na geïsoleerde spouwmuur zijn in de gevel afgedichte gaten aanwezig. Bij na-isolatie aan de binnenzijde van het gebouw is vaak een afwerking met gipsplaten aanwezig. Isolatiemateriaal in de spouwmuur verlaagt het verlies aan warmte of koude door de buitenmuur. Hierdoor hoeft de verwarmingsinstallatie minder warmte toe te voeren aan de ruimte. In de zomer treedt er minder warmte naar binnen waardoor de airconditioning minder koude hoeft te leveren. Naast energiebesparing zorgt spouwmuurisolatie vaak ook voor een verhoogd comfort.

Er zijn verschillende isolatiematerialen voor spouwmuren beschikbaar. Veel gebruikte isolatiematerialen zijn PUR-schuim, geëxpandeerd polystyreenschuim (EPS) en glas- of steenwol. In het onderstaande is een overzicht van isolatiematerialen als voorbeeld weergegeven:

  • UF-schuim: dit materiaal isoleert het slechtst en past men bijna niet meer toe;
  • Steenwol- en glaswolvlokken: dit materiaal past men veel toe. Het materiaal heeft als nadeel dat het soms gaat 'inklinken'. Het inklinken gebeurt binnen enkele jaren ruimschoots binnen de garantieperiode. Dit is van boven af dan eenvoudig aan te vullen;
  • PS-schuimparels: dit materiaal past men veel toe. Het materiaal moet men met voldoende lijm in de spouw inspuiten. Zodat een ‘plaat’ in de spouw ontstaat. Bij het gebruiken van te weinig lijm, zal het rondom het pand, via openingen, vanuit de spouw 'sneeuwen';
  • gesiliconiseerde perlitekorrels: dit materiaal past men relatief weinig toe. Het materiaal gedraagt zich in de spouw als water, dus als er openingen zijn, zal het materiaal gedeeltelijk weer uitlopen;
  • PUR-schuim: is op de bouwlocatie aan te maken en past men veel toe. Het juist aanmengen en inspuiten kan alleen bij bepaalde condities van het buitenklimaat.

In de periode 1920 tot 1960 zijn gebouwen steeds vaker met een spouwmuur gerealiseerd. Sinds 1975 zijn spouwmuren met isolatie uitgerust. Door de dikte van de muur op te meten (dikker dan 24cm is vrijwel zeker een spouwmuur), of een gaatje in de buitenmuur te boren kan worden vastgesteld of er daadwerkelijk een spouw aanwezig is.

Financiële aspecten

Aardgasverbruik is minder dan 170.000 m3  per jaar.

Zelfstandig moment: Ja. Natuurlijk moment: Ja.

Aanvullende informatie

In kantoorgebouwen met minimaal een energielabel C, of kantoorgebouwen met een bouwjaar vanaf 2003 of later wordt aangenomen dat de maatregel al is genomen. Het energielabel staat voor de energieprestatie op basis van getroffen maatregelen.