1a-Hoogrendementsketels 107 (HR 107-ketels) met radiatoren en/of indirecte luchtverhitters toepassen.

Algemeen

Nummer
FA1
Bedrijfstak
Rubber- en kunstofindustrie
Activiteit
In werking hebben van een stookinstallatie (emissies naar de lucht)

Toepasbaarheid

Stoomketels met stoomluchtverhitters zijn aanwezig, of stoomketels met stoom/waterwarmtewisselaars en radiatoren en/of luchtverhitters zijn aanwezig.

Beschrijving

Bij het opwekken en distribueren van warmte in de vorm van stoom gaat energie verloren met de rookgassen en zijn er leiding- en stralingsverliezen. Hoe lager de stoomtemperatuur, hoe lager de energieverliezen zijn. Bij een stoominstallatie zijn er daarnaast nog extra verliezen vanwege het spuien (schoonspoelen) van de stoomketel en het optredende en af te voeren condensaat in de stoom transportleidingen.

Met ruimteverwarming op een lagere temperatuur is een energiebesparing tot wel 50% mogelijk. De energiezuinigheid van deze verwarmingsinstallaties is met name afhankelijk van het type warmteopwekking, het type warmtetransport en het type warmteafgiftesysteem.

Radiatoren en/of indirecte luchtverhitters behoren tot de traditionele centrale verwarming die in dit geval gekoppeld zit aan een energiezuinige warmteopwekker, de HR107-ketel. Het cv-water is het transportmedium en de radiotoren en/of (met cv-water) ‘gestookte’ luchtverhitters staan de warmte af.

HR107-ketel

Een HR107-ketel wekt warmte energiezuinig op. Een HR-ketel is te herkennen aan een afvoerleiding van condenswater. Het gaskeurlabel (een sticker) zit aan de buiten- of binnenkant van de ketel of bij het keuringsrapport. Ook kan het online te vinden zijn. Dit label noemt de klasse (in dit geval “HR107”) van de ketel. De ketel staat in de technische ruimte of de stookruimte.

Een HR-ketel heeft een rookgascondensor in het rookgaskanaal. Door waterdamp in de rookgassen te condenseren komt namelijk warmte vrij.

De HR-ketel levert tot 10% extra warmte vergeleken met een VR-ketel. De warmte komt ten goede aan het verwarmingssysteem van het gebouw. Bij een HR-ketel moet het retourwater (het water uit het gebouw naar de ketel toe) lager zijn dan 55 ˚C. Als dit niet zo is condenseert de waterdamp in de rookgassen niet. Hoe kouder het retourwater, hoe makkelijker de condensatie en hoe hoger het rendement van de HR-ketel is. Daarom leidt een te hoog ingestelde stooklijn tot een lager rendement van de HR-ketel. Dat is ook het geval bij een luchtovermaat.

Een HR-ketel heeft een modulerende branderregeling. De modulerende regeling past het vermogen van de ketel aan de warmtebehoefte aan. Als er veel warmte nodig is, werkt de brander voluit. Als de ruimte op temperatuur is, gaat de brander op een lager vermogen werken. De verwarming van de ruimte is op deze manier gelijkmatiger. Het bespaart energie omdat de opstartverliezen in de ketel minder zijn. Ook zorgt de modulerende regeling voor een lagere retourtemperatuur waardoor de warmteterugwinning met condensatie van de rookgassen hoger is. Daarnaast gaat de installatie langer mee, omdat er minder grote temperatuurverschillen zijn.

Een HR-ketel heeft een modulerende brander met een rendement van ongeveer 95% (bovenwaarde, dat is het rendement met condensatiewarmte) en 107% (onderwaarde, dat is het rendement zonder condensatiewarmte waardoor het hoger dan 100% kan zijn).

Indirecte luchtverhitter

De indirecte luchtverhitter draagt de warmte uit de ketel over op lucht. Dit gebeurt met een warmtewisselaar met een medium (zoals water). Een ventilator blaast de warmte de ruimte in.

Het verschil tussen een direct en indirect gestookte luchtverhitter is dat de direct gestookte luchtverhitter een gasbrander en rookgasafvoer heeft. De luchtverhitter wekt de warmte zelf op. Bij een indirect gestookte luchtverhitter zit de brander en rookgasafvoer ergens anders en transporteert de warmte naar de luchtverhitter. Omdat de ketel (verwarming) ergens anders staat, blijft de lucht schoon en droog. Dat maakt de indirecte luchtverhitter geschikt voor grotere ruimtes met veel mensen of weinig ventilatie.

Een indirect gestookte luchtverhitter hangt meestal boven in de hal of tegen de muur. De luchtverhitter is aangesloten op de (geïsoleerde) cv-leidingen. De luchtverhitter zuigt de te verwarmen lucht uit de ruimte aan en blaast deze na verwarming weer terug de ruimte in.

Een ventilator zorgt voor een goede verdeling van de warmte. Het kan veel lucht aan. De opwarmtijd gaat sneller dan bij bijvoorbeeld vloerverwarming en past zich sneller aan de wens aan. Dit maakt de luchtverhitter een zuinige manier van verwarmen.

In de direct gestookte situatie is er geen transportmedium van de warmte, dat is de te verwarmen lucht zelf. Een ingebouwde ventilator zuigt de lucht uit de ruimte aan en blaast de lucht langs de warmtewisselaar terug de ruimte in.

Radiator

Een radiator is een warmtewisselaar die warmte van een vloeistof afgeeft aan de omgeving. Het is een onderdeel van de centrale verwarming. De radiator bestaat uit een goed geleidend materiaal zoals staal. Hoe groter het oppervlak van de radiator, hoe beter de warmte-overdracht.

Een radiator is een plaat of een aantal kolommen.

Doelmatig beheer en onderhoud

Controleren instellingen en het borgen van een doelmatige werking en gebruik van de warmteopwekking:

  • controleren instellingen bedrijfstijden
  • controleren instellingen stookgrenzen (afstellen op warmtebehoefte)
  • controleren instellingen stooklijnen (afstellen op warmtebehoefte)
  • controleren betrouwbaarheid binnen- en buitenvoelers (ijken sensoren)
  • controleren of binnen- en buitenvoelers op een representatieve plek zijn geïnstalleerd (hermonteren/-installeren voelers)
  • controleren temperatuurinstellingen stookinstallatie voor buiten bedrijfstijden (nachtverlaging)
  • periodiek onderhouden van de stookinstallatie
  • verlagen instellingen temperatuur van het tapwater tot minimaal 60 oC
  • controleren retourwatertemperatuur na distributie en warmte-afgifte

Rendementsverlies van de warmtewisselaars beperken:

  • Periodiek controleren en schoonmaken van de warmtewisselaars

Financiële aspecten

Het betreft een ruimteverwarming die gedurende tenminste 2000 uur per jaar een warmtevraag heeft.

Het benodigde warmtevermogen bedraagt tenminste 100 kWh thermisch.

Aansluitpunt voor gas is aanwezig binnen een afstand van 50 meter van te verwarmen ruimte.

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja, als stoomketel óf stoomruimteverwarmingsinstallatie wordt vervangen.