1a-Ontspanningsvaten (waarin spuiwater in druk wordt verlaagd) toepassen.

Algemeen

Nummer
FA6
Bedrijfstak
Rubber- en kunstofindustrie
Activiteit
In werking hebben van een stookinstallatie (emissies naar de lucht)

Toepasbaarheid

Warmteterugwinsystemen ontbreken voor spuiwater.

Beschrijving

Bij de stoomcyclus ontstaan verontreinigingen in het water van de stoomketel. Om te veel verontreinigingen te voorkomen wordt de ketel gespoeld (in vaktaal spuien) door een deel van het water uit de ketel te verversen. Onopgeloste verontreinigingen zakken waarna een bodemspui ze afvoert. De opgeloste verontreinigingen verdwijnen door steeds water uit de ketel, onder het wateroppvervlakte, af te voeren. Dit heet continu spuien.

Bij het spuien gaat ketelwater onder hoge druk en temperatuur verloren, soms tot wel 15% van de stoomproductie. Om het spuiwater te aan te vullen vindt toevoeging van vers, maar koud, water plaats (in vaktermen suppletiewater).

Het spuiwater heeft door de hoge druk en hoge temperatuur een hoge energie-inhoud. Door warmte uit spuiwater terug te winnen en nuttig in te zetten gaat er minder energie verloren.

Een ontspanningsvat zit achter de spuivoorziening en heeft een lagere druk dan de druk in de stoomketel. Het ontspanningsvat brengt (in vaktaal ontspant) het spuiwater van hoge druk naar een lagere druk waarbij stoom vormt. Deze stoom is in de stoominstallatie nuttig in te zetten bij een stoomvrager (vaak de ontgasser) of verwarming. Dit bespaart energie.

Een ontspanningsvat is meestal een rechtopstaand metalen vat. Het is aangesloten op de stoomketel en vaak de ontgasser. Het vat heeft dan ook minimaal twee condensaatleidingen en een stoomleiding.

Als stoom afkoelt condenseert een deel van de stoom. Omdat dit condensaat in een stoomleiding ongewenst is, moet het afgevoerd worden. Condenspotten zitten in een stoomleiding en scheiden de stoom van het condensaat. Ze zijn te herkennen aan een appendage in of aan een stoomleiding waar een condensaatleiding vanaf loopt. Omdat condensaat, of water, naar het laagste punt van een stoomleiding stroomt zal de condenspot ook bij dit laagste punt staan.

Doelmatig beheer en onderhoud

Controleren instellingen en het borgen van een doelmatige werking en gebruik van de warmteopwekking:

  • controleren instellingen bedrijfstijden
  • controleren instellingen stookgrenzen (afstellen op warmtebehoefte)
  • controleren instellingen stooklijnen (afstellen op warmtebehoefte)
  • controleren betrouwbaarheid binnen- en buitenvoelers (ijken sensoren)
  • controleren of binnen- en buitenvoelers op een representatieve plek zijn geïnstalleerd (hermonteren/-installeren voelers)
  • controleren temperatuurinstellingen stookinstallatie voor buiten bedrijfstijden (nachtverlaging)
  • periodiek onderhouden van de stookinstallatie
  • verlagen instellingen temperatuur van het tapwater tot minimaal 60 oC
  • controleren retourwatertemperatuur na distributie en warmte-afgifte

Rendementsverlies van de warmtewisselaars beperken:

  • Periodiek controleren en schoonmaken van de warmtewisselaars

Controleren van de doelmatige werking procesinstallaties voor een doelmatig gebruik van proceswater:

  • controleren op en voorkomen van waterlekkages
  • controleren op en beperken van verdampingsverliezen

Financiële aspecten

Het betreft een stoominstallatie van tenminste 3 MW, die gedurende tenminste 1500 uur per jaar in gebruik is; Minimaal 50% van voedingswater bestaat uit vers suppletiewater.

Stoomvrager is aanwezig die met discontinu aanbod van ontspanningsstoom kan worden gevoed (veelal de ontgasser).

Zelfstandig moment: Ja. Natuurlijk moment: Ja.