1a-Ontspanningsvat toepassen waarin condensaat in druk wordt verlaagd (naar atmosferische druk).

Algemeen

Nummer
FE2
Bedrijfstak
Rubber- en kunstofindustrie
Activiteit
In werking hebben van een stoominstallatie, niet zijnde stookinstallatie

Toepasbaarheid

Warmteterugwinsysteem  ontbreekt voor condensaat.

Condensaat mag niet verontreinigd zijn.

Beschrijving

Bij de stoomcyclus ontstaan verontreinigingen in het water van de stoomketel. Om te veel verontreinigingen te voorkomen wordt de ketel gespoeld (in vaktaal spuien) door een deel van het water uit de ketel te verversen. Onopgeloste verontreinigingen zakken naar de bodem. Daarna voert een bodemspui ze af. De opgeloste verontreinigingen verdwijnen door steeds water uit de ketel, onder het wateroppvervlakte, af te voeren. Dit heet continu spuien. Bij het spuien gaat ketelwater onder hoge druk en temperatuur verloren, soms tot wel 15% van de stoomproductie. Om het spuiwater te aan te vullen vindt toevoeging van vers, maar koud, water plaats (in vaktermen suppletiewater).

Het spuiwater heeft door de hoge druk en hoge temperatuur een hoge energie-inhoud. Door warmte uit spuiwater terug te winnen en nuttig in te zetten gaat er minder energie verloren.

Voor een zo goed mogelijke werking moet het temperatuurverschil tussen de warme en de koude stroom minimaal 5°C zijn.

In de leiding van de warme stroom zit een warmtewisselaar. De koude stroom (het verse, schone en koude (proces)water gaat door de warmtewisselaar. Het koude water neemt een deel van de warmte van het vervuilde water op. Door dit voorverwarmen hoeft de gewone warmtebron (stookinstallatie, elektrische spiraal etc.) minder warmte toe te leveren. Dit is de energiebesparing.

De warmte uit het spuiwater is te gebruiken voor een ander bedrijfsproces maar wordt vooral gebruikt voor voorverwarming van het verse koude suppletiewater. De warmtewisselaar zit in het ontspanningsvat (op lage druk) of direct na de ketel (op hoge druk). In beide situaties warmt het verse behandelde koude suppletiewater op in de warmtewisselaar voordat het naar de voedingswatertank gaat.

Warmtewisselaars zijn in verschillende vormen te koop. Bijvoorbeeld de buizenwarmtewisselaar. Deze heeft meestal een cilindrische vorm.

Deze is te herkennen aan twee dikkere platen waar tussen kleine platen van roestvrijstaal zijn opgesloten. Vaak zijn de platen aan elkaar gelast of zorgen trekstangen voor de opsluiting van de platen. De platen hebben ribbels. Er ontstaan parallelle kanalen. De ene luchtstroom stroomt door de even kanalen, de andere in tegengestelde richting (kruislings) door de oneven kanalen. De warme en de koude stroom kunnen niet met elkaar in aanraking komen dankzij de platen. De warme afvoer draagt warmte over via de metalen warmtewisselaar aan de koude stroom. Met een platenwisselaar is een rendement tot 90% te bereiken.

Een andere toepassing is de buizenwarmtewisselaar. Deze is te herkennen aan een buizen in een mantel of buis. De buizenwisselaar is van binnen makkelijk te reinigen. Voor warmteterugwinning van proceswater is de buizenwarmtewisselaar het meest geschikt.

Beide uitvoeringen zijn te herkennen aan minimaal 4 aansluitingen. Een aanvoer- en retouraansluiting voor de warme stroom die afkoelt. Dit is bijvoorbeeld het vervuilde condensaat. De andere is de aanvoer en retour voor de koude stroom die opwarmt. Dit is bijvoorbeeld het nieuwe schone ketelvoedingswater.

Bijkomend voordeel is het verlagen van de koelwater temperatuur. Hierdoor worden bestaande luchtkoelers efficiënter of is er minder mengwater nodig voor het terugkoelen van het te lozen van koelwater op het riool.

Doelmatig beheer en onderhoud

Controleren instellingen en het borgen van een doelmatige werking en gebruik van de stoominstallatie:

  • Periodiek controleren op en herstellen van lekkages bij condenspotten (stoom wordt doorgelaten en niet alleen condensaat).
  • Periodiek controleren op en herstellen van stoom- en condensaatlekkages in de stoominstallatie.
  • Verlagen stoomdruk op basis van de gebuiker die de hoogste druk vraagt.
  • Verlagen stoomdruk buiten bedrijfstijden.
  • Afsluiten van ongebruikte stoomleidingen.
  • Periodiek controleren van de economiser en de rookgascondensor op vervuiling.
  • Periodiek analyseren van de waterkwaliteit van het water waarmee de ketel wordt gevoed.

Controleren instellen en het borgen van een doelmatige werking en gebruik van isolatiemateriaal van leidingen, appendages en installaties in onverwarmde ruimten:

  • Periodiek het isolatiemateriaal controleren op en het herstellen van beschadigingen van het isolatiemateriaal  (van bijvoorbeeld verwarmingsinstallaties en koelinstallaties met bijhorende leidingen en appendages).

Rendementsverlies van de warmtewisselaars beperken:

  • Periodiek controleren en schoonmaken van de warmtewisselaars.

Financiële aspecten

Bedrijfstijd stoominstallatie is minimaal 500 uur per jaar.
Zelfstandig moment: Nee.
Natuurlijk moment: Ja, als stoomgebruiker (waarbij het condensaat verloren gaat) wordt gemodificeerd, of stoom- en condensaatleidingnet voor meer dan 50% wordt gewijzigd.