GD12a-Daglichtafhankelijke regelingen voor dimmen van verlichting toepassen

Algemeen

Nummer
GD12
Bedrijfstak
Meubels en hout
Activiteit
In werking hebben van ruimte- en buitenverlichtingsinstallatie

Toepasbaarheid

Daglichtafhankelijke schakelingen of -regelingen ontbreken in een bedrijfshal.

Hoogfrequente (HF) armaturen met langwerpige fluorescentielampen (TL) (niet retrofit) zijn aanwezig.

Verlichting is apart schakelbaar langs ramen en/of onder daglichtopeningen.

Beschrijving

Daglicht heeft een hoge lichtintensiteit en kan de noodzaak voor kunstmatige verlichting in de dagperiode overbodig maken. Een daglichtafhankelijke regeling dimt of schakelt de verlichting volledig uit, afhankelijk van de hoeveelheid binnenvallend daglicht. Als onvoldoende daglicht beschikbaar is, is kunstmatige verlichting (tijdelijk) nodig.

Een veel toegepaste lichtsensor is een kleine zwarte buis in het armatuur of een grijze klem die een individueel armatuur en TL-lamp aanstuurt. Ook kan een centrale lichtsensor een groep verlichtingspunten aansturen. Een lichtsensor kan ook in de behuizing van een aanwezigheidssensor zijn geïntegreerd. Door de kunstmatige verlichting automatisch daglichtafhankelijk te regelen, wordt het elektrische vermogen (aantal watt) van het verlichtingssysteem verlaagd (‘licht wordt gedimd’). Door dit verlaagde vermogen vermindert ook het energieverbruik. In tegenstelling tot een daglichtafhankelijke schakeling schakelt een daglichtafhankelijke regeling de lichtbron niet uit. De lichtbron blijft onder spanning staan en levert een rustiger beeld, omdat schakelmomenten ontbreken. Met een beperkte vertraging wordt op een effectieve wijze ingespeeld op de huidige weersomstandigheden. De lichtsensor detecteert het huidige lichtniveau op de werkplek en stuurt het regelbare voorschakelapparaat aan. Deze aansturing vindt plaats op basis van een voorprogrammering op basis van een ingesteld lichtniveau (in lux) in de lichtsensor. Daglichtafhankelijke regelingen en lichtsensoren zijn in de volgende uitvoeringen beschikbaar:

  • een lichtsensor die met behulp van een clip op het armatuur is bevestigd en per armatuur het lichtniveau regelt;
  • een centrale lichtsensor die de armaturen in een ruimte of per stramien (als stelsel van een gebouw) regelt waarbij vooraf het aantal te regelen armaturen is vastgesteld (via ‘master’ en ‘slave’);
  • een lichtsensor wordt in de nabijheid van het armatuur aangebracht;
  • een centrale lichtsensor is per groep armaturen aangebracht.

Financiële aspecten

Geïnstalleerd vermogen per verlichtingsgroep is minimaal 0,7 kW.

Daglichtoppervlak in dak is minimaal 10% van dakoppervlak of daglichtopper- vlak in gevel is minimaal 30% van  vloeroppervlak.

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.