Energieverbruik

In het kader van de omgevingsvergunning en bij een melding in het kader van het Activiteitenbesluit milieubeheer is het van belang te weten wat het energieverbruik van de inrichting is. Inrichtingen kunnen in drie verschillende categorieën worden ingedeeld: kleingebruikers, middelgebruikers en de grootgebruikers.

Dit sluit aan bij het Activiteitenbesluit milieubeheer. In het vergunningverleningsproces gebruikt men de module Energie in de omgevingsvergunning.

Driedeling energieverbruik

  1. De kleinverbruikers verbruiken minder dan 25.000 m3 gas én minder dan 50.000 kWh elektriciteit.
  2. Voor middelgrote verbruiker ligt dit tussen de grenzen: 25.000 m3 < gasgebruik ≤ 75.000 m3 of 50.000 kWh
    < elektriciteitsgebruik ≤ 200.000 kWh.
  3. En tot slot voor grootverbruikers is het gasverbruik meer dan 75.000 m3 en/of het elektriciteitsverbruik meer dan 200.000 kWh.

In de tabel is dit samengevat.

Overzicht energieverbruik
Verbruik elektriciteit [kWh] < 50.000 ≥ 50.000 en
≤ 200.000
> 200.000

Verbruik brandstof [m3 aardgasequivalenten]

< 25.000

Klein

Middelgroot

Groot

≥ 25.000 en

≤ 75.000

Middelgroot

Middelgroot

Groot

> 75.000

Groot

Groot

Groot

Aanpak toezicht kleinverbruiker

Voor kleinverbruikers neemt het bevoegd gezag geen voorschriften over het besparen van energie op in de vergunning. Wel wordt in gesprekken met de drijver van de inrichting energiebesparing en het treffen van maatregelen gestimuleerd.

Aanpak toezicht middelgrote verbruiker

Bij middelgrote verbruikers beoordeelt het bevoegd gezag of alle rendabele (BBT-) maatregelen zijn genomen. Als dit niet het geval is, kan het bevoegd gezag een haalbaarheidsonderzoek naar specifieke (BBT-) maatregelen eisen (brief van het ministerie van VROM, kenmerk DGM/SB2007109294, januari 2008).

Aanpak toezicht grootverbruiker

Ten slotte geldt voor grootverbruikers dat het bevoegd gezag een energieonderzoek kan eisen. Een plan van aanpak of uitvoeringsplan is onderdeel van dit energiebesparingsonderzoek. Het bedrijf toont daarin aan dat alle rendabele maatregelen zijn genomen of wanneer welke maatregel wordt genomen (fasering van maatregelen).