Verzamel informatie over de installatie

Het bevoegd gezag moet toetsen of de technieken en bedrijfsvoering die een IPPC-installatie toepast of gaat toepassen voldoet aan de BBT-conclusies. Welke informatie is nodig om de emissies naar de lucht te toetsen?

Informatiebronnen

Technische informatie over de installatie kan afkomstig zijn van meerdere bronnen:

  • Informatie uit de aanvraag.
  • Informatie die het bedrijf aanlevert aan het bevoegd gezag op basis van vergunningvoorschriften. Een voorbeeld zijn voorschriften over monitoring.
  • Informatie verzamelt door toezichthouders bij bedrijfsbezoeken.
  • Rapportage verplichtingen die het bedrijf heeft op basis van overige wet- en regelgeving. Een voorbeeld is de E-PRTR rapportage.

Benodigde gegevens per emissiebron

Voor het vaststellen van BBT heeft het bevoegd gezag informatie nodig over de aard en omvang van de emissies. De aanvrager van de vergunning moet deze gegevens aanleveren op basis van artikel 4.1 van de Regeling omgevingsrecht (Mor). De definitie van BBT staat in artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). BBT omvat volgens deze definitie ook de wijze van bedrijfsvoering. Daarom is ook informatie nodig over hoe het bedrijf de installatie onderhoudt en exploiteert.

Per emissiebron naar de lucht zijn voor de beoordeling de volgende gegevens beschikbaar:

Gegevens bepaald tijdens normale bedrijfsomstandigheden:

  • de uitgestoten stof
  • de emissievracht in kg per uur of in debiet in m3 per uur of in kg/batch
  • concentratie in mg per m3

Overige gegevens:

  • emissiepatroon
  • emissieduur
  • emissie in bijzondere omstandigheden [LINK] (storingen, starten, stoppen)
  • omschrijving van toegepaste emissiebeperkende voorzieningen
  • rendement van emissiebeperkende voorzieningen
  • wijze en frequentie van uitgevoerde controle
  • voor ZZS stoffen: onderzoek naar vermijden of verlagen van deze emissies

Over welke stoffen zijn gegevens nodig?

Het bevoegd gezag moet in de omgevingsvergunning emissiegrenswaarden vaststellen voor de stoffen genoemd in bijlage II van de Richtlijn industriele emissies (RIE). Dit staat in artikel 5.5 van het Bor. Dezelfde verplichting geldt ook voor andere verontreinigde stoffen die van belang zijn. Een stof is van belang als de hoeveelheid emissie van deze stof nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu. Dit gaat zowel om emissie uit het bedrijf direct of om indirecte emissie door overdracht tussen milieucompartimenten.

In de BBT-conclusies staat onder het kopje "definities" welke stoffen tot een stofgroep behoren waarvoor in de conclusies BBT emissieniveaus staan. Het uitgangspunt is dat het bevoegd deze stoffen beschouwt als van belang voor die installatie.

In BREF's vastgesteld vóór 6 januari 2011 staat in het hoofdstuk BAT niet altijd op dezelfde manier de beschrijving van stoffen. Dit zijn de BREF's waarvan het hoofstuk BAT dus geldt als BBT-conclusies. Het hoofstuk BAT kan dus onduidelijk zijn. Ga dan na in het hoofdstuk "Techniques to consider in the determination of BAT" of hierin een betere omschrijving van de stoffen staat.

Bestaande of nieuwe installatie?

Bij BBT-conclusies kan het onderscheid in bestaande of nieuwe installaties van belang zijn. Er is geen algemene definitie van bestaand en nieuw die voor alle BREF's en BBT-conclusies van toepassing is. Dit is afhankelijk van de BBT-conclusie en de techniek waarop deze betrekking heeft.

Uitgangspunt is dat de BBT-conclusies en de daarbij behorende BREF aangeeft wanneer en bij welke technieken het onderscheid tussen bestaande en nieuwe installatie voor die sector van belang is. In de (nieuwe) BBT-conclusies staat in de definities wat voor die sector een nieuwe en bestaande installatie is.

Voorbeeld BBT-conclusie met onderscheid tussen nieuw en bestaand

Een voorbeeld is BBT-conclusie 20 uit de BBT-conclusies voor de IJzer- en staalproductie.

"De BBT voor primaire emissies van bestaande sinterfabrieken is stofemissies van afgas van de sinterband verminderen door middel van geavanceerde elektrostatische stofvangers indien doekfilters niet kunnen worden toegepast."

Wat een bestaande of nieuwe installatie is staat voor in het document bij de definities.

"nieuwe installatie": een installatie die op het terrein van de inrichting gebouwd wordt na publicatie van deze BBT- conclusies of een installatie die volledig herbouwd wordt op de bestaande fundamenten na publicatie van deze BBT- conclusies;

— "bestaande installatie": een andere dan een nieuwe installatie;.


Uw onderwerpen

Stappenplan BBT bij IPPC

Stappenplan_verzamel informatie