Voldoet de installatie aan BBT?

Hoe moet het bevoegd gezag bij het bepalen van BBT voor de emissie naar lucht toetsen aan de beste beschikbare technieken die staan in de BBT-conclusies? En hoe bepaalt het bevoegd gezag BBT als er geen BBT conclusies van toepassing zijn?

Twee typen BBT-conclusies

De handleiding maakt onderscheidt in twee typen BBT-conclusies:

  1. BBT-conclusies met een milieuprestatieniveau in de vorm van een emissieniveau. Deze zijn in de BBT-conclusies te herkennen aan de engelse term Associated Emission Level (BAT-AEL).
  2. BBT-conclusies zonder een emissieniveau. Voorbeelden daarvan zijn grondstofverbruik of energieverbruik. Maar het kunnen ook maatregelen zijn zoals het monitoren en het toepassen van een milieuzorgsysteem.

Hieronder volgt voor beide typen BBT conclusie hoe het bevoegd gezag de installatie hieraan moet toetsen. Let op: naast eisen die volgen uit de BBT bepaling, kunnen ook eisen uit andere regelgeving gelden. Het gaat hierbij vooral om eisen die in het Activiteitenbesluit staan.

Toetsen aan BBT conclusies met een emissieniveau (BAT AEL)

De emissies van een installatie in normale bedrijfsomstandigheden zijn niet hoger dan de emissieniveaus in de BBT conclusies. Dit volgt uit artikel 5.5 lid 6 van het Bor.

De beschrijving van een BBT-conclusie met een emissieniveau in de BBT-conclusies bestaat uit de volgende elementen:

  • een numerieke range van emissieniveaus
  • een eenheid (bijvoorbeeld mg/Nm3)
  • de referentie omstandigheden, bijvoorbeeld standaardomstandigheden (273,15 K, 101,3 kPa, in droog rookgas, standaard zuurstofconcentratie)
  • de middelingstijden, bijvoorbeeld half uur-, uur-, dag-, 48-uur-of kalendermaandgemiddelden
  • voor zover nodig en als de onderbouwing van de gegevens dit toelaat kan het emissieniveau ook uitgedrukt zijn in een korttijd gemiddelde en langtijd gemiddelde

Normale bedrijfsomstandigheden

De BAT AEL moet gaan over de brandbreedte van emissieniveaus verkregen in normale bedrijfsomstandigheden. Dit volgt uit artikel 5.5 lid 8 van het Bor. Bij de BBT-conclusies en de bijbehorende BREF staat doorgaans wat voor een sector de normale procesomstandigheden zijn.

De Richtlijn industriële emissies geeft aan wat in elk geval niet onder normale bedrijfsomstandigheden valt. Dit staat in artikel 17 lid 1f. Niet normale bedrijfsomstandigheden zijn het starten en stilleggen, lekken, storingen, korte stilleggingen en de bedrijfsbeëindiging van een installatie.

Het bedrijf bepaalt de periodes voor opstarten en stilleggen bij grote stookinstallaties (> 50 MW) volgens het uitvoeringsbesluit 2012/249/EU. Deze verplichting staat in artikel 5.8 van de Activiteitenregeling. Zie voor meer informatie de handleiding Grote stookinstallaties.

Bij de toetsing moet het bevoegd gezag ook nagaan of de toegepaste techniek in de BBT conclusies / BREF staat beschreven. Is dat niet het geval dan beoordeelt het bevoegd gezag of de techniek een beste beschikbare techniek is. De verplichting staat in artikel 9.3 lid 1a van de Mor. Bij deze beoordeling houdt het bevoegd gezag rekening met de criteria in artikel 5.4 lid 3 van het Bor.

Deze verplichting geldt dus naast de verplichtingen om aan het emissieniveau in de BBT conclusies te voldoen. Artikel 9.3 in het Mor is een implementatie van artikel 14 lid 5 uit de Richtlijn industriële emissies.

Voorbeeld BBT-conclusies met een emissieniveau

BBT-conclusie 16 van de BREF voor de productie van glas is een voorbeeld van een BBT-conclusie met een emissieniveau. BBT is stofemissies afkomstig van afgassen van smeltovens beperken door een rookgaszuiveringssysteem. Voorbeelden zijn het toepassen van een elektrostatische stofvanger of een doekfilter.

Techniek: de rookgaszuiveringssystemen bestaan uit end-of-pipetechnieken die alle vaste materialen filtreren op het punt waar de meting plaatsvindt. De techniek is algemeen toepasbaar.

Het BBT emissieniveau voor stofemissies afkomstig uit smeltovens is <10-20 mg/Nm3. Op pagina 6 van de BBT-conclusies staat welke middelingstijden en referentieomstandigheden gelden.

Toetsen aan BBT conclusie zonder een emissieniveau

Voorbeelden van een BBT conclusie zonder een emissieniveau zijn grondstofverbruik, water of energieverbruik, het ontstaan van afvalstoffen en het afvangrendement van een afgasbehandelingstechniek. De eenheid van deze BBT-conclusies is het verbruik per massa geproduceerd product (kg/ton).

BBT conclusies zonder een emissieniveau kunnen ook maatregelen zijn zoals het monitoren van emissies of het toepassen van een milieuzorgsysteem. Het bevoegd gezag toetst of de techniek voldoet aan de milieuprestatie uit de BBT-conclusies. Dit volgt uit artikel 9.3 van de Regeling omgevingsrecht (Mor).

Techniek niet in BBT-conclusie / BREF (de fragmentlink zelf wordt niet getoond)

Het bevoegd gezag toetst dus aan de BBT-conclusies. Daarnaast gaat het bevoegd gezag ook na of er emissiegrenswaarden gelden uit het Activiteitenbesluit of andere regelgeving.

Voorbeelden van een BBT-conclusie zonder een emissieniveau

BREF ijzer en staalproductie, BBT-conclusie 31: De BBT is het koolwaterstofgehalte van het sintermengsel verlagen door de gerecycleerde procesresiduen zorgvuldig te selecteren en voor te behandelen. In alle gevallen moet het oliegehalte van de gerecycleerde procesresiduen < 0,5% en dat van het sintermengsel < 0,1% zijn.

BREF voor de productie van glas, BBT-conclusie 4: De BBT is diffuse gasemissies afkomstig van de opslag en hantering van vluchtige grondstoffen voorkomen of als dat niet haalbaar is, beperken door toepassing van een of meer van de volgende technieken:

  1. containers voor de bulkopslag van grondstoffen die onderhevig zijn aan temperatuurveranderingen ten gevolge van verhitting door de zon behandelen met een verf met lage zonlichtabsorptie
  2. temperatuurbeheersing voor de opslag van vluchtige grondstoffen
  3. tankisolatie voor de opslag van vluchtige stoffen
  4. voorraadbeheer
  5. gebruik van tanks met een drijvend dek voor de opslag van grote hoeveelheden vluchtige aardolieproducten
  6. gebruik van systemen met dampretourleidingen voor het overbrengen van vluchtige vloeistoffen (bv. tankswagens naar opslagtank)
  7. gebruik van tanks met een bolvormige bovenkant voor de opslag van vloeibare grondstoffen
  8. gebruik van druk/ vacuumkleppen in tanks die ontworpen zijn om drukschommelingen te weerstaan
  9. bij de opslag van gevaarlijke materialen: toepassing van technieken (bv. adsorptie, absorptie, condensatie) om het vrijkomen ervan tegen te gaan.
  10. bij de opslag van schuimende vloeistoffen: ondergronds vullen

BBT bepaling als er geen BBT conclusies van toepassing zijn

Bij een installatie kunnen emissies van stoffen vrijkomen waarvoor geen BBT-conclusie bestaat en geen eisen staan in andere BBT-documenten. In dat geval moet het bevoegd gezag zelf BBT bepalen. Dit volgt uit artikel 5.4 lid 2 van het Bor. Bij het vaststellen van BBT moet het bevoegd gezag in ieder geval rekening houden met de criteria uit artikel 5.4 lid 3 van het Bor.

Het bevoegd gezag toetst dus aan deze criteria wat BBT is. Daarnaast gaat het bevoegd gezag ook na of er emissiegrenswaarden uit het Activiteitenbesluit of andere regelgeving gelden.

Hulpmiddelen bij toetsing aan criteria in artikel 5.4 lid 3 Bor:

De Raad van State heeft in het verleden enkele keren een summiere toets uitgevoerd op de "eigen" invulling van BBT door het bevoegd gezag. Voorbeeld uitspraken zijn:

BBT bij bestaande installaties

De vergunningverlener kan bij een bestaande installatie nagaan welke emissieniveaus de installatie behaalt met het toepassen van de technieken uit de vergunningaanvraag of de verleende vergunning. De volgende factoren zijn bepalend voor deze emissieniveaus:

  • zuiverheid en kwaliteit van eindproduct,
  • het ontwerp, bouw, omvang en capaciteit van de installatie
  • gebruikte grondstoffen

Meer informatie over de motivatie voor de onderbouwing van de BBT emissieniveaus staat in het hoofdstuk Techniques to consider in the determination of BAT. Vooral de informatie onder het kopje ‘environmental performance and operational data’ is van belang.

In de definitie van beste beschikbare techniek uit de Richtlijn industriële emissies staat "voor het bereiken van een hoog niveau van bescherming van het milieu meest doeltreffende technieken om de emissies en de nadelige gevolgen voor het milieu die een inrichting kan veroorzaken te voorkomen of als dat niet mogelijk is zoveel te mogelijk te beperken".

De doelstelling van de Richtlijn industriële emissies is het zoveel mogelijk beperken van de emissie. Bij het bepalen van BBT voor een specifieke installatie moet het bevoegd gezag beoordelen waar in de range van de BBT emissieniveau het BBT niveau van deze specifieke installatie ligt. Dit is dus niet automatisch de bovenkant van de BBT-range.

BBT bij nieuwe installaties

Bij het oprichten van een nieuwe installatie moet de vergunning verlener ervan uitgaan dat door toepassing van de beste beschikbare technieken de installatie beter zal presteren dan bestaande installaties. Daardoor zal het BBT emissieniveau vaak aan de onderkant van de bandbreedte liggen.

Samenvattende tabel

De tabel geeft een samenvatting per type BBT conclusie op welke manier het bevoegd gezag beoordeelt of de installatie voldoet aan de BBT-conclusie.

Het bevoegd gezag toetst dus aan de BBT-conclusies. Daarnaast gaat het bevoegd gezag ook na of er emissiegrenswaarden gelden uit het Activiteitenbesluit of andere regelgeving

Samenvattende tabel

BBT met een emissieniveau

Het bedrijf past bij de installatie dezelfde techniek toe als in de BBT conclusies/BREF.

Het bedrijf past een andere techniek toe dan in de BBT conclusies.

BBT zonder een emissieniveau

Het bedrijf past dezelfde techniek toe als in de BBT conclusies.

  • techniek voldoet aan de milieuprestatie die staat in de BBT-conclusies (Artikel 9.2 Mor).

Het bedrijf past een andere techniek toe dan in de BBT conclusies.

Geen BBT conclusies voor stof A.

Stof A komt vrij bij installatie


Uw onderwerpen

Stappenplan BBT bij IPPC

Stappenplan_toets aan BBT