Inhoud aanvraag Omgevingsvergunning Milieu

Hier vindt u informatie over de inhoud van de aanvraag voor een omgevingsvergunning Milieu voor een inrichting gericht op het aspect geluid.

In de Regeling Omgevingsrecht (Mor) is vastgelegd welke gegevens (indieningsvereisten) over de inrichting door de aanvrager aangeleverd moeten worden bij een aanvraag voor een Omgevingsvergunning Milieu.

Voor een omgevingsvergunning Milieu zijn deze indieningsvereisten vastgelegd in hoofdstuk 1 (Algemene indieningsvereisten voor een Omgevingsvergunning) en hoofdstuk 4 (specifieke indieningsvereisten voor een Omgevingsvergunning Milieu).

De indieningsvereisten gericht op een aanvraag Omgevingsvergunning Milieu zijn afhankelijk van de situatie:

  • § 4.1 Oprichten en in werking hebben van een inrichting
  • § 4.2 Veranderen van een inrichting of de werking daarvan en de revisievergunning
  • § 4.3 Milieuneutrale verandering
  • § 4.4 Indieningsvereisten met betrekking tot een mijnbouwwerk

Op de webpagina Akoestisch onderzoek en de Omgevingsvergunning Milieu wordt ingegaan op de relatie tussen een akoestisch onderzoek en de hieronder beschreven indieningsvereisten.

Meer algemene informatie vindt u op:

  • Aanvraag omgevingsvergunning (algemeen, procedureel en inhoud)
  • Inhoud aanvraag Omgevingsvergunning Milieu algemeen.

Oprichting en in werking hebben van een inrichting

In artikel 4.1 zijn een aantal algemene indieningsvereisten opgenomen die betrekking hebben op een aanvraag voor de oprichting en inwerking hebben van een inrichting. Voor de beoordeling van het aspect geluid zijn in ieder geval de onderstaande gegevens van belang:

  • de indeling, de uitvoering, de activiteiten en de processen in de inrichting en de ten behoeve daarvan toe te passen technieken of installaties, waaronder begrepen de wijze van energievoorziening, voor zover die redelijkerwijs van belang kunnen zijn voor de beoordeling van de nadelige gevolgen voor het milieu, die de inrichting kan veroorzaken (art. 4.1 lid 1 onder a Mor);
  • De aard en omvang van de belasting van het milieu die de inrichting tijdens normaal bedrijf kan veroorzaken. Daarbij hoort een overzicht van de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die daardoor kunnen worden veroorzaakt (art. 4.1 lid 1 onder e Mor);
  • De maatregelen of voorzieningen die zijn of worden getroffen om de nadelige gevolgen voor het milieu die de inrichting kan veroorzaken, te voorkomen of te beperken (art. 4.1 lid 1 onder g Mor);

In artikel 4.5 "Geluid" zijn voor een aantal categorieën inrichtingen extra indieningsvereisten voor het aspect geluid opgenomen. Het gaat om de volgende categorieën inrichtingen:

Bij een aanvraag voor een inrichting behorende tot de bovenstaande categorieën gevallen moeten dan ook de volgende gegevens worden verstrekt (artikel 4.5):

  1. de aard van de geluiden en hoogte van de te verwachten geluidsbelasting welke de inrichting binnen een door het bevoegd gezag aangegeven gebied buiten de inrichting kan veroorzaken
  2. de tijden waarop die geluidsbelasting zich zal voordoen
  3. de methode waarmee de aard van de geluiden en hoogte van de geluidsbelasting zijn vastgesteld.

Verandering van de inrichting / revisievergunning

In § 4.2 van het Mor staan de indieningsvereisten voor een verandering van de inrichting dan wel wel een revisievergunning.

Verandering van de inrichting
De algemene vereisen voor een aanvraag voor een verandering van de inrichting staan in artikel 4.17 Mor:

  • de beoogde verandering van de inrichting of van de werking daarvan (art. 4.17, lid 1 onder a Mor);
  • op welke gegevens en bescheiden die eerder zijn verstrekt de verandering van invloed is, met een aanduiding van de door de verandering veroorzaakte wijzigingen daarvan (art. 4.17, lid 1 onder b Mor);
  • voor een verdaarnaast zijn ook de meeste indieningsvereisten (art. 4.1 t/m 4.15 Mor) van het oprichten en inwerking van een inrichting van toepassing (art. 4.17, lid 2 Mor);

N.B. 1. Wanneer er sprake is van een milieuneutrale verandering zijn de indieningsvereisten van artikel 4.21 van toepassing.
N.B. 2. Bij een verandering van een inrichting is geen aanvraag nodig als de verandering van een inrichting of van de werking daarvan overeenstemt met de voor de inrichting verleende vergunning en de voorschriften (artikel 2.4 Bor). In dat geval levert de inrichtinghouder geen akoestische gegevens aan.

Revisievergunning
Voor een aanvraag voor een revisievergunning geldt dat de artikelen 4.1 t/m 4.17 Mor van overeenkomstige toepassing zijn (art. 4.20 Mor).

Milieuneutrale verandering

Bij een beperkte verandering van de inrichting of de werking daarvan die geen andere of grotere nadelige gevolgen (de zogenoemde neutrale verandering) geldt op basis van artikel 3.10 lid 3 Wabo de reguliere procedure in plaats van de uitgebreide procedure. Of er sprake is van een milieuneutrale verandering is ter beoordeling van het bevoegd gezag. In artikel 4.21 Mor staan de indieningsvereisten voor een beperkte verandering van de inrichting die de inrichtinghouder moet vermelden:

  1. de vergunning of vergunningen krachtens welke de inrichting is opgericht dan wel in werking is;
  2. de beoogde verandering van de inrichting of van de werking daarvan;
  3. gegevens waaruit blijkt van welke onderdelen en in welke mate van de onder a bedoelde vergunning of vergunningen en de daaraan verbonden beperkingen en voorschriften wordt afgeweken;
  4. het tijdstip waarop beoogd wordt de voorgenomen verandering te verwezenlijken;
  5. gegevens waaruit blijkt dat:
    1°. de beoogde verandering van de inrichting of van de werking
    daarvan niet leidt tot andere of grotere nadelige gevolgen voor
    het milieu dan volgens de geldende vergunning is toegestaan;
    2°. geen verplichting bestaat tot het maken van een
    milieueffectrapport;
    3°. het veranderen niet leidt tot een andere inrichting dan
    waarvoor eerder een vergunning is verleend.

Als het bevoegd gezag op basis van deze gegevens oordeelt dat er sprake is van een milieuneutrale verandering zal zij de reguliere procedure van toepassing verklaren. Is naar de mening van het bevoegd bezag geen sprake van een milieuneutrale verandering kan zij, indien nodig, de aanvrager vragen de aanvraag aan te vullen (op basis van artikel 4:15 Awb) en als de aanvraag niet wordt aangevuld deze buiten behandeling verklaren (art. 4:5 Awb).


Wetgeving