Geluidsgevoelige objecten Wet geluidhinder

De Wet geluidhinder (Wgh) biedt vooral in het ruimtelijk spoor bescherming tegen (spoor)weglawaai en industrielawaai van inrichtingen gelegen op een gezoneerd industrieterrein. In de Wet geluidhinder wordt een beperkt aantal typen objecten beschermd.

De Wet geluidhinder beschermt de volgende objecten:

  • woningen
  • andere geluidsgevoelige gebouwen
  • geluidsgevoelige terreinen

Deze bescherming geldt als het gebruik van deze objecten is toegestaan volgens het bestemmingsplan, de beheersverordening, omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan of beheersverordening. Op tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan met een periode van maximaal 10 jaar is de Wet geluidhinder niet van toepassing.

Woningen
Onder "woning" wordt verstaan (art. 1 Wgh):

  • gebouw of gedeelte van een gebouw waar bewoning is toegestaan op grond van de geldende planologische status (bestemmingsplan, de beheersverordening, omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan of beheersverordening).

Bedrijfswoningen
De Wet geluidhinder kent het begrip bedrijfswoning niet. Een bedrijfswoning is gewoon een woning, waarvoor het mogelijk is een hogere waarde (als nodig) te verlenen. Dit geldt natuurlijk alleen voor bedrijfswoningen die zijn gelegen in een geluidszone.

Andere geluidsgevoelige gebouwen
Het besluit geluidhinder (Bgh) wijst volgens art. 1 Wgh een "ander geluidsgevoelig gebouw" aan. Art. 1.2 Bgh wijst onderstaande gebouwen aan als "ander geluidsgevoelig gebouw":

  • onderwijsgebouwen
  • ziekenhuizen en verpleeghuizen
  • verzorgingstehuizen
  • psychiatrische inrichtingen
  • kinderdagverblijven

De aanwijzing als "ander geluidsgevoelig gebouw" geldt niet voor de delen van een gebouw die een andere bestemming hebben dan de verblijfsruimten zoals genoemd in art. 1.1 lid 1 onder d Bgh.

Alle objecten die niet onder bovenstaande categorieën zijn te scharen, zijn op basis van de Wet geluidhinder niet beschermd tegen geluidhinder. In twijfelgevallen (valt een bepaalde bestemming onder een bepaalde categorie) is een goede motivering van belang.

Geluidsgevoelige terreinen
Het Besluit geluidhinder (Bgh) wijst volgens art. 1 Wgh een "geluidsgevoelig terrein" aan. Art. 1.2 Bgh wijst onderstaande terreinen aan als "geluidsgevoelig terrein":

  • woonwagenstandplaatsen
  • ligplaatsen voor woonschepen

Enkele specifieke objecten

Hieronder staan een aantal specifieke objecten besproken. Daarbij is in sommige gevallen gebruik gemaakt van jurisprudentie. Het is goed om te realiseren dat uitspraken altijd gaan over een specifiek geval waarbij allerlei overwegingen een rol kunnen spelen. Wanneer u een van de uitspraken wilt aanhalen, adviseert InfoMil om de gehele uitspraak op te vragen en de overwegingen goed in acht te nemen.

Ligplaats voor woonschepen
Sinds 1 juli 2012 benoemt het Besluit geluidhinder bestemde ligplaatsen voor woonschepen als geluidsgevoelig terreinen. Er is voor toepassing van de Wgh in het ruimtelijk spoor (Wro, afwijken bestemmingsplan Wabo) specifiek overgangsrecht opgenomen. Sinds 1 juli 2012 mag de gemeente via gemeentelijke verordeningen ligplaatsen in het water aanwijzen die woonschepen in mogen nemen. De gemeente kan deze ligplaatsen tot 1 juli 2022 bij de eerste toepassing van een aantal procedures van rechtswege opnemen in het bestemmingsplan. Dit mogen zij doen zonder ze te toetsen als geluidsgevoelig terrein. (zie ook: Ligplaatsen voor woonschepen als gevoelige functie.)

Kinderdagverblijf
Sinds 1 juli 2012 noemt het Besluit geluidhinder een kinderdagverblijf een ander geluidsgevoelig gebouw. Er is voor toepassing van de Wgh in het ruimtelijk spoor (Wro, afwijken bestemmingsplan Wabo) geen specifiek overgangsrecht opgenomen (zie ook: Kinderdagverblijven als gevoelige functie).

Gevangenis
Gevangenissen, jeugdgevangenissen en TBS-inrichtingen zijn niet geluidsgevoelig in het kader van de Wet geluidhinder. Dit volgt uit art. 1.3 Bgh.

Recreatiewoningen/vakantiewoningen/motel/hotel
Hotels, recreatiewoningen en kantoren zijn niet geluidsgevoelig in het kader van de Wet geluidhinder.

Eerdere uitspraken hierover:

  • Vakantiewoningen die naar hun aard niet bestemd zijn voor bewoning in de zin van de Wet geluidhinder doch voor recreatief verblijf hoeven niet bij de besluitvorming te worden betrokken. ABRvS 30 mei 2000, nr. 199901166/1,Geluid, september 2000
  • Een motel is in het kader van de Tracéwet geen geluidsgevoelig object. N.B. De Tracéwet verwees in het kader van geluidsgevoelige objecten naar de Wet geluidhinder. ABRvS 17 maart 2004, nr. 200300807/1.

Praktijklokaal van een technische school
Delen van een onderwijsgebouw die in een bestemmingsplan een ander bestemming hebben gekregen dan leslokaal, theorielokaal of theorievaklokaal worden niet aangemerkt als een deel van het geluidsgevoelige gebouw. Dit volgt uit de definitie van verblijfsruimte in artikel 1.1. lid 1 onder d van het Bgh. Bijvoorbeeld een practicumruimte, een gymnastieklokaal of een kantoorruimte die als zodanig zijn aangewezen in het bestemmingsplan, vallen niet onder de werking van het Bgh. Als in het bestemmingsplan enkel het onderwijsgebouw als geheel staat genoemd. En er geen aparte bestemming is gegeven voor verschillende delen van het gebouw, valt het onderwijsgebouw in zijn geheel onder de werking van de Bgh.