Basisnet

Gevaarlijke stoffen vervoeren is risicovol. Om gevaarlijke stoffen te vervoeren moeten vervoerders zich houden aan veiligheidseisen. Transportroutes en de omgeving nabij deze transportroutes moeten aan speciale eisen voldoen. Het Basisnet maakt het mogelijk dat het vervoer van gevaarlijke stoffen blijft plaatsvinden op een zo veilig mogelijke manier.

In Nederland worden dagelijks honderdduizenden tonnen gevaarlijke stoffen vervoerd, van chemicaliën tot vuurwerk. Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen, per buisleiding of door de lucht.

Het vervoer van gevaarlijke stoffen brengt risico's met zich mee. Bij een ongeval tijdens het transport kunnen gevaarlijke stoffen vrijkomen met schadelijke of zelfs dodelijke gevolgen voor mens en milieu. Bijvoorbeeld een explosie, een brand of het vrijkomen van een gifwolk. Om dit te voorkomen moet het vervoer van gevaarlijke stoffen aan eisen voldoen.

Wet- en regelgeving vervoer gevaarlijke stoffen

Er geldt verschillende nationale en internationale wet- en regelgeving voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Dit zorgt ervoor dat de kans op een ongeval en het vrijkomen van deze stoffen zo klein mogelijk is. Er bestaat wet- en regelgeving voor vervoer van gevaarlijke stoffen per:

  • weg
  • spoor
  • binnenvaart
  • zeevaart*
  • luchtvaart*
  • buisleiding*

* Deze manieren van vervoer blijven hier buiten beschouwing.

De regelgeving gaat onder andere over: de eigenschappen van de gevaarlijke stof, het voertuig, de lading, de belading van het voertuig, de verpakking, de documentatie en kennis en opleiding van de betrokken personen.

Toezicht en handhaving

De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) houdt toezicht op de uitvoering van deze wetten en regels. Net als de politie kan de ILT waar nodig handhaven.

Vervoer gevaarlijke stoffen heeft invloed op de omgeving

Een incident of ongeval waarbij gevaarlijke stoffen vrijkomen, kan altijd gebeuren. Ondanks dat het transportmiddel met gevaarlijke stoffen voldoet aan alle eisen. Dit kan voor problemen zorgen voor de overige verkeersdeelnemers. Maar ook voor de mensen die vlakbij de transportroutes wonen of verblijven.

Het vervoer van gevaarlijke stoffen kan voor spanning zorgen met plannen voor ruimtelijke ontwikkelingen van gemeenten, zoals woningbouw.

De overheid ontwikkelde het Basisnet:

  1. om gevaarlijke stoffen te kunnen blijven vervoeren tussen de belangrijkste industriële plaatsen binnen Nederland en
  2. om de risico's voor omwonenden langs de transportroutes binnen de wettelijke grenzen te houden.

Het Basisnet maakt gemeenten verder duidelijk waar nog nieuwe kwetsbare objecten mogen worden gebouwd, zoals woningen.

Wat is het Basisnet?

Het Basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Binnen bepaalde grenzen wordt dit vervoer over weg, binnenwater en spoor gegarandeerd. Het Basisnet heeft betrekking op de Rijksinfrastructuur: hoofdwegen (snelwegen), hoofdwaterwegen (binnenwateren) en hoofdspoorwegen (enkele uitzonderingen daargelaten).

Wat is het doel van het Basisnet?

Het Basisnet heeft als doel een evenwicht voor de lange termijn te creëren tussen de belangen van het vervoer van gevaarlijke stoffen, de bebouwde omgeving en de veiligheid van mensen die wonen of verblijven dicht in de buurt van de infrastructuur waar dit vervoer plaatsvindt. Het Basisnet stelt verder regels aan het vaststellen en beheersen van de risico's voor het vervoer van gevaarlijke stoffen (vervoerskant).

Gevaarlijke stoffen vervoeren is risicovol en zorgt dus voor beperkingen voor de ruimtelijke ordening (ruimtelijke ordeningskant). Er zijn namelijk regels om mensen die dicht bij deze hoofdwegen, binnenwateren en hoofdspoorwegen wonen of verblijven een beschermingsniveau te bieden.

Aan dit beschermingsniveau wordt voldaan als het risico vanuit het vervoer niet hoger ligt dan wat maatschappelijk acceptabel is. Zo mogen er bijvoorbeeld geen huizen gebouwd worden vlakbij transportroutes voor gevaarlijke stoffen.

Hoe is de wetgeving rond het Basisnet opgebouwd?

De wetgeving over het Basisnet wordt ook wel "Wet Basisnet" genoemd. De "Wet Basisnet" is een heel stelsel van wetten en regels die hun oorsprong hebben liggen in verschillende gebieden.

Wet vervoer gevaarlijke stoffen

Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is de Wet Vervoer Gevaarlijke Stoffen (Wvgs) de belangrijkste wet. De Wvgs is in de afgelopen tijd al aangepast aan het Basisnet.

Besluit externe veiligheid transportroutes

Voor ruimtelijke ordening in relatie tot de transportroutes is er het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) ontstaan. Dit besluit is gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet milieubeheer.

Regeling Basisnet

In de Regeling Basisnet staat waar risicoplafonds liggen langs transportroutes en welke regels er gelden voor ruimtelijke ontwikkeling.

De Regeling Basisnet is per 21 november 2016 aangepast in verband met het verkleinen van het plasbrandaandachtsgebied langs enkele rijkswegen (Staatscourant nr. 61352). (pdf, 389 kB)

Bouwbesluit

Het aangepaste Bouwbesluit bevat regels rondom bouwen binnen Plasbrandaandachtsgebieden.

Overige regels

In de Beleidsregels EV-beoordeling tracébesluiten geeft de minister van Infrastructuur en Milieu aan hoe moet worden omgegaan met externe veiligheid bij uitbreiding of aanpassing van de rijksinfrastructuur in relatie tot het Basisnet. De Beleidsregel over het verwerven van woningen langs basisnetroutes heeft betrekking op het oplossen van huidige en mogelijke toekomstige knelpunten bij bestaande woningen langs basisnetroutes. De beleidsregel gaat in op de reikwijdte van de in deze beleidsregel beschreven aankoopregeling en de criteria voor aankoop door het Rijk. Vervolgens komt aan de orde door wie en binnen welke termijn een beroep op de regeling kan worden gedaan en de rol van Rijkswaterstaat bij de uitvoering.

De minister kan volgens de gewijzigde Wvgs wegen aanwijzen waarover het vervoer van bepaalde gevaarlijke stoffen verboden is. Dit verbod wordt kenbaar gemaakt met het plaatsen van het verkeersbord C22, uit bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, via de wijziging van de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens (verkeersbord bij verbod wegen voor vervoer gevaarlijke stoffen).

Inwerkingtreding van het Basisnet

De regelgeving over het Basisnet geldt sinds 1 april 2015, door het op 3 maart 2015 gepubliceerde Besluit van inwerkingtreding Basisnet.

Hoe werkt het Basisnet?

Het Basisnet stelt grenzen aan de risico's die het vervoer van gevaarlijke stoffen kan opleveren voor omwonenden in de vorm van risicoplafonds. Risicoplafonds zijn het resultaat van een afweging die in overleg met alle betrokken partijen (gemeenten, provincies, chemische industrie, vervoerders, infrastructuurbeheerders) is gemaakt. Deze risicoplafonds zijn vastgelegd in risicoafstanden of risicozones uitgedrukt in meters vanaf de infrastructuur. Risico's voor omwonenden ontstaan niet alleen door het vervoer van gevaarlijke stoffen maar ook als er te dicht bij de infrastructuur wordt gebouwd. Het Basisnet stelt daarom ook grenzen aan de bebouwing. Het Basisnet trekt zo langs wegen/spoorlijnen/vaarwegen een denkbeeldige streep. Risic'’s van het vervoer van gevaarlijke stoffen moeten binnen en de bebouwing moet buiten deze virtuele streep blijven.

Op een bepaalde afstand (afhankelijk van het risicoplafond op een traject) vanaf de infrastructuur mag het risico op overlijden van mensen door een ongeluk met gevaarlijke stoffen op deze infrastructuur ten hoogste één op een miljoen jaar zijn. Dit is het beschermingsniveau dat voor omwonenden is vastgelegd in het Basisnet. Binnen de tussenruimte vanaf de infrastructuur en de geldende risicoafstand kan het risico groter zijn dan één op de miljoen. In deze tussenruimte mogen geen woningen staan.

De risicoplafonds zijn vastgelegd in risicoafstanden en niet in aantallen tankauto's/ketelwagens/schepen per stofcategorie. Dit is gedaan om:

  • logistieke flexibiliteit te waarborgen. Binnen de risicoplafonds is variatie in de omvang en samenstelling van het vervoer mogelijk. Een toename van het vervoer van gevaarlijke stoffen in de ene stofcategorie kan worden gecompenseerd met een afname in een andere stofcategorie;
  • het bedrijfsleven te stimuleren tot veiligheidsmaatregelen. Als het vervoer veiliger wordt, kan binnen hetzelfde plafond meer vervoer plaatsvinden.
  • Omdat ook andere aspecten dan de omvang van het vervoer meespelen bij de bepaling van het risico. Zoals bijvoorbeeld bij het Basisnet Spoor : de aanwezigheid van wissels, de breedte van het spoor, de positie van bepaalde stoffen in een trein ten opzichte van elkaar.

Dit betekent dat overschrijding van de vervoersaantallen in één of enkele stofcategorieën nog niet hoeft te betekenen dat ook de plafonds worden overschreden. Om dat te kunnen zien, moeten eerst, op basis van de vervoersaantallen, de risico's worden berekend. Daarna worden de risico's vergeleken met de risicoplafonds. Dat gebeurt elk jaar via monitoring die achteraf plaats vindt.

Gemeenten mogen niet bouwen binnen de afstand die het risicoplafond uitdrukt. Daarnaast moeten gemeenten bij bouwplannen het risico voor de bevolking inzichtelijk maken. De gemeenteraad kan dan een duidelijk besluit nemen over welk risico aanvaardbaar is. Het is lastig voor gemeenten om bij hun ruimtelijke plannen de risico's inzichtelijk te maken op de jaarlijks wisselende vervoerstromen. Per traject waarvoor het risicoplafond geldt, is daarom een vast vervoerspakket bepaald waar gemeenten bij hun ruimtelijke plannen van uit kunnen gaan. Dat zijn de vervoersaantallen per stofcategorie zoals opgenomen in de Regeling Basisnet.

Binnen de risicoplafonds is variatie in de omvang en samenstelling van het vervoer zoals hierboven beschreven mogelijk. Zelfs als op een bepaald traject geen vervoer van gevaarlijke stoffen wordt verwacht en daarom alle vervoersaantallen op 0 staan, is binnen de risicoplafonds nog enig vervoer mogelijk. Veiligheidsregio’s moeten bij de voorbereiding op incidenten er dan ook van uit te gaan dat vervoer van alle gevaarlijke stoffen –op voorwaarde dat dit uiteraard voldoet aan de strenge internationale en nationale regels- over een bepaald traject mogelijk is.

Monitoringrapportages

Vanuit de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wvgs, art.15) is de minister van Infrastructuur en Milieu verplicht om binnen 2 jaar na inwerkingtreding een onderzoek te doen naar mogelijke overschrijdingen van de risicoplafonds. De Minister brengt telkens na het onderzoek verslag uit aan de Tweede Kamer over de resultaten.

Over het jaar 2016 zijn naast het verslag (pdf, 448 kB) (met aanbiedingsbrief (pdf, 143 kB)), drie monitoringrapportages opgesteld voor het Basisnet Weg (pdf, 4.2 MB), Water (pdf, 1.7 MB) en Spoor (pdf, 3 MB).

Weg