Veiligheidsvoorschriften voor de opslag van zwart kruit, rookzwak kruit en patronen

In paragraaf 4.1.2 van het Activiteitenbesluit en de -regeling zijn eisen opgenomen over de opslag van zwart kruit, rookzwak kruit en meer dan 10.000 patronen voor vuurwapens.

Deze paragraaf is van toepassing op de opslag van maximaal:

  • 50 kg rookzwak kruit
  • 1 kg zwart kruit
  • 50 kg netto explosieve massa noodsignalen
  • 250.000 munitiepatronen of hagelpatronen of onderdelen voor vuurwapens
  • 250.000 patronen voor schiethamers

Algemene informatie over deze activiteit vindt u op de webpagina Andere ontplofbare stoffen.

Deze paragraaf is niet van toepassing op defensie. Veiligheidseisen die voor defensie gelden zijn opgenomen op de pagina Opslag ontplofbare stoffen bij defensie.

De effectafstanden voor de opslag van zwart kruit, rookzwak kruit en meer dan 10.000 patronen voor vuurwapens is ongeveer 8 meter. Dit is op basis van onderzoek door TNO. Daarom is in de artikelen 4.3 en 4.4 van het Activiteitenbesluit opgenomen dat vanaf deze opslag een afstand van ten minste 8 meter tot (beperkt)kwetsbare objecten moet worden aangehouden. Voor patronen voor vuurwapens hoeft deze effectafstand niet meer te worden aangehouden als de opslag is gelegen in een brandcompartiment of als brandcompartiment is uitgevoerd.

ADR klasse 1.3

Rookzwak kruit valt onder de klasse 1.3 van het ADR. Deze stof mag tot een hoeveelheid van 50 kg binnen het Activiteitenbesluit worden opgeslagen. Artikel 4.12 van de Activiteitenregeling geeft de voorwaarden waaronder dat moet. Rookzwak kruit wordt ten minste opgeslagen in een brandcompartiment. Binnen het brandcompartiment wordt het rookzwak kruit opgeslagen in vakken van een bepaalde constructie. Per vak is maximaal 1 kilogram rookzwak kruit aanwezig in de standaardverpakking. Voor de vakken is minimaal 1 meter vrije ruimte. De deur van het brandcompartiment met een brandwerendheid van 60 minuten is zelfsluitend, opent naar buiten werkt als drukontlasting.

Omdat zwart kruit explosiever is dan rookzwak kruit, zijn de voorwaarden voor het opslaan ervan strenger. Per vak is daarom niet meer dan 250 gram zwart kruit aanwezig. De voorgeschreven vakverdeling wordt al tientallen jaren gebruikt en beperkt de gevolgen van een calamiteit, omdat het onderlinge beïnvloeding voorkomt.

Andere gevaarlijke stoffen van de klasse 1.3 komen in het civiele gebruik verder alleen voor als (scheeps)noodsignaal. Tot 50 kg noodsignalen worden opgeslagen in een brandcompartiment of in een PGS 15 brandveiligheidsopslagkast. Het bevoegd gezag kan bij maatwerkvoorschrift het voorschrift 3.3.3 van PGS 15 (maximaal 2 kasten op een verdieping) niet van toepassing verklaren, mits aanvullende eisen worden gesteld aan de brandwerende voorzieningen of branddetectie of aan de aanwezigheid van deskundig personeel binnen de inrichting als bedoeld in voorschrift 3.14.1 van PGS 15.

ADR klasse 1.4

Pyrotechnisch speelgoed of pyrotechnische voorwerpen worden beschouwd als gevaarlijke stoffen van klasse 1.4. Dat geldt ook voor hagel- en munitiepatronen. Gevaarsaspecten van deze stoffen en voorwerpen zijn zeer gering. Een hoeveelheid tot 250.000 patronen kan met het aanhouden van de effectafstand van 8 meter of opslag in een brandcompartiment of als brandcompartiment worden opgeslagen.


Uw onderwerpen