Structuur en indeling

Het Activiteitenbesluit regelt activiteiten met een bepaalde milieurelevantie, ongeacht in welke branche deze activiteit wordt uitgevoerd. Dat betekent dat voor alle bedrijven die onder het besluit vallen dezelfde regels gelden. Dit geldt ook voor bepaalde activiteiten van vergunningplichtige bedrijven.

Het Activiteitenbesluit is uit zes hoofdstukken opgebouwd:

Of een bepaald hoofdstuk op een bedrijf van toepassing is, hangt af van het type inrichting (A, B of C).

Systematiek

Milieuwetgeving

Het Activiteitenbesluit werkt wettelijke milieuaspecten uit in concrete voorschriften en maatregelen. Deze aspecten staan in de Wet milieubeheer en in de Waterwet. Deze wetten vormen dus de juridische basis.

Activiteitenregeling

Activiteitenbesluit

Het Activiteitenbesluit bestaat uit een algemeen deel met voorschriften voor de inrichting als geheel en een deel met activiteiten met specifieke doelvoorschriften per activiteit. In de bijbehorende Activiteitenregeling zijn de concrete 'erkende' en verplichte maatregelen per activiteit opgenomen om aan de doelartikelen van het Activiteitenbesluit te voldoen.

Soms is het mogelijk om met 'maatwerkvoorschriften' af te wijken van de regels van het Activiteitenbesluit.

Het Activiteitenbesluit en de -regeling kennen drie soorten overgangsrecht.

De twee laatstgenoemde soorten overgangsrecht staan in het besluit bij de desbetreffende paragrafen in hoofdstuk 2 tot en met 5.

Structuur Activiteitenbesluit

Hoofdstuk 1 Algemeen

In afdeling 1.1 van dit hoofdstuk zijn de begripsbepalingen, de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit (welke inrichtingen vallen wel of niet onder het Activiteitenbesluit) en procedurele bepalingen opgenomen.

De regels voor het indienen van een melding zijn opgenomen in afdeling 1.2. Deze afdeling geldt niet voor inrichtingen type A.

In het begin van de hoofdstukken en paragrafen van het Activiteitenbesluit is aangegeven welke onderdelen per type inrichting van toepassing kunnen zijn.

Hoofdstuk 2 Algemene voorschriften voor het hele bedrijf

Dit hoofdstuk bevat voorschriften per milieuthema, die van toepassing zijn op alle type A en B inrichtingen die onder de algemene regels van het Activiteitenbesluit vallen. Sommige onderdelen zijn van toepassing zijn op vergunningplichtige inrichtingen, type C.

In afdeling 2.1 is de algemene zorgplicht vastgelegd. Zorgplicht houdt - vrij vertaald - in dat een bedrijf alle negatieve gevolgen voor het milieu zoveel mogelijk moet voorkomen of anders beperken. De zorgplicht komt aan de orde als een bepaalde paragraaf in het Activiteitenbesluit een bepaald milieuaspect niet of niet voldoende regelt en komt aan bod bij toezicht en bij het stellen van maatwerk.

Hoofdstuk 3 Voorschriften voor activiteiten

Dit hoofdstuk bevat de voorschriften voor de activiteiten, die gelden voor inrichtingen type A, B of C. Ze gelden dus ook voor vergunningplichtige, type C inrichtingen.

Het gaat hierbij onder andere om activiteiten die ook eerder al geregeld waren in algemene regels. Zoals algemene regels voor tankstations

Daarnaast staan er veel activiteiten die ook bij vergunningplichtige bedrijven voorkomen, zoals bepaalde opslagactiviteiten en installaties.Ook staan er lozingen die voorheen in diverse Lozingenbesluiten waren geregeld.

Om het overzichtelijk te houden, zijn deze activiteiten ingedeeld in afdelingen en daaronder verschillende paragrafen. Deze kopjes hebben verder geen andere (juridische) functie. Wanneer u wilt weten of een activiteit geregeld is in het Activiteitenbesluit en op welk type inrichting een activiteit van toepassing is, kijkt u naar het eerste artikel van een paragraaf.

Werking naast de vergunning

De voorschriften in hoofdstuk 3 gelden voor type C-inrichtingen naast de omgevingsvergunning en hoeven dus niet in de vergunning opgenomen te worden. Bedrijven met een IPPC-installatie zijn ook altijd type C-inrichtingen.

Hoofdstuk 4 Voorschriften voor activiteiten

Ook dit hoofdstuk bevat algemene regels ingedeeld naar activiteit. Het verschil met hoofdstuk 3 is dat hoofdstuk 4 alleen geldt voor inrichtingen type A of type B. Deze voorschriften gelden niet voor type C inrichtingen.

Als een type C inrichting een activiteit uit hoofdstuk 4 uitvoert, dan moet het bevoegd gezag de voorschriften voor die activiteit dus opnemen in de omgevingsvergunning.

Net als in hoofdstuk 3 zijn deze activiteiten ingedeeld in afdelingen en daaronder verschillende paragrafen. Wanneer u wilt weten of een activiteit geregeld is in het Activiteitenbesluit en op welk type inrichting een activiteit van toepassing is, kijkt u naar het eerste artikel van een paragraaf.

Hoofdstuk 5 Industriële emissies

In dit hoofdstuk staan activiteiten die voorkomen in sommige type C-inrichtingen. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op inrichtingen type A en in de praktijk ook niet op inrichtingen type B.

De voorschriften zijn niet in alle gevallen 'integraal', dat wil zeggen voor alle milieuthema's uitgewerkt. In dit hoofdstuk staan onder andere eisen voor LPG-tankstations en bepaalde soorten stookinstallaties.

Hoofdstuk 6 Overgangs- en slotbepalingen

Dit hoofdstuk regelt het algemene overgangsrecht voor bestaande inrichtingen. Daarnaast is er overgangsrecht per activiteit en per thema. Dit overgangsrecht staat in het besluit bij de desbetreffende paragrafen in hoofdstuk 2 tot en met 5.

Het algemene overgangsrecht gaat onder andere over:

  • vervallen vergunningvoorschriften
  • nadere eisen die golden onder een vervallen ander besluit (voormalige 8.40-amvb)
  • lopende vergunningprocedure wanneer de vergunningplicht is vervallen