Bevoegd gezag

Voor inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer (Wm-inrichting) is er één bevoegd gezag voor handhaving en verlening van de omgevingsvergunning en voor het Activiteitenbesluit. Dit bevoegd gezag is meestal de gemeente.

In de volgende gevallen kan een andere instantie dan de gemeente bevoegd gezag zijn:

  • BRZO- en 'RIE-4' bedrijven
  • IPPC-bedrijven
  • Defensie-inrichtingen
  • Inrichtingen in zee
  • Mijnbouwwerken
  • Gesloten stortplaatsen
  • Bepaalde lozingen

BRZO- en 'RIE-4' bedrijven

Gedeputeerde staten (GS) zijn bevoegd gezag voor:

  • alle bedrijven die onder het BRZO 2015 vallen
  • alle bedrijven waarin een installatie staat als bedoeld in bijlage I, categorie 4 (chemische industrie), van de Richtlijn industriële emissies (RIE-4 bedrijven)

Zie artikel 3.3 lid 1, onder a, van het Besluit omgevingsrecht (Bor).

IPPC-bedrijven

Gedeputeerde staten zijn bevoegd gezag voor een bedrijf:

  1. waarin een IPPC-installatie staat én
  2. waarvoor GS als bevoegd gezag zijn aangewezen in bijlage I van het Besluit omgevingsrecht (Bor).

Aan beide voorwaarden moet zijn voldaan. Alleen dan zijn Gedeputeerde Staten bevoegd gezag voor een IPPC-bedrijf dat geen BRZO- of RIE-4 bedrijf is.

Dat brengt met zich mee dat een hoop bedrijven niet onder GS vallen , ook al wijst bijlage I van het Bor GS als bevoegd gezag aan. Ook zijn er veel IPPC-bedrijven die niet onder GS vallen. Denk aan de IPPC-veehouderijen waarbij bijlage I van het Bor GS niet als bevoegd gezag aanwijst.

Zie artikel 3.3 lid 1, onder b, van het Besluit omgevingsrecht (Bor).

Defensie-inrichtingen

De minister van Infrastructuur en Waterstaat is bevoegd gezag voor defensie-inrichtingen die een defensie-OBM hebben of die vallen onder categorie 29.3 van bijlage I Bor. Zie artikel 3.3 lid 2 van het Bor.

Inrichtingen in zee

Voor Wm-inrichtingen die:

  1. in de territoriale zee liggen
  2. geen onderdeel zijn van een gemeente of provincie en
  3. geen mijnbouwwerk zijn

is de minister van Infrastructuur en Waterstaat bevoegd gezag. Zie artikel 3.3 lid 3 van het Bor.

Mijnbouwwerken

De minister van Economische Zaken en Klimaat is bevoegd gezag voor mijnbouwwerken. Zie artikel 3.3 lid 4 van het Bor.

Gesloten stortplaatsen

Gedeputeerde Staten zijn bevoegd gezag voor een activiteit in, op, onder of over een gesloten stortplaats. Zie artikel 3.4 van het Bor.

Bepaalde lozingen

De meeste lozingen vallen onder de Wet milieubeheer en bij vergunningplichtige inrichtingen onder de Wabo. In die situaties is meestal de gemeente, soms de provincie en in uitzonderingsgevallen het rijk bevoegd gezag (zie hiervoor).

Direct lozen in het oppervlaktewater en rechtstreeks op de RWZI (rioolwaterzuiveringinstallatie, zuiveringtechnisch werk) valt onder de Waterwet. Dan is de beheerder van het oppervlaktewater of de RWZI bevoegd gezag.

Zie verder Lozingsroutes en bevoegd gezag.

Samenloop met een andere toestemming waarvoor een hoger bevoegd gezag is aangewezen

Er is maar één bevoegd gezag op basis van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) per project. Wanneer een omgevingsvergunning betrekking heeft op meerdere Wabo-toestemmingen, dan "wint" het hoogste bevoegd gezag. Dat is dan bevoegd voor alles: verlening van de omgevingsvergunning, handhaving van het Activiteitenbesluit, etc.

Voorbeeld:
Gedeputeerde Staten zijn bevoegd gezag voor een omgevingsvergunning voor handelen in strijd met een provinciaal inpassingsplan. Zie artikel 3.1, onder a, van het Bor.

In dat geval zijn Gedeputeerde Staten bevoegd gezag voor het hele project. Dus ook voor een aanvraag voor een omgevingsvergunning milieu en handhaving van het Activiteitenbesluit. Ook al is er geen sprake van een provinciale Wm-inrichting.