Gemeentelijke milieustraat

Voorschriften in het Activiteitenbesluit

In het Activiteitenbesluit staan voor gemeentelijke milieustraten voorschriften over afval. Deze voorschriften gaan over:

Vermelding in het Activiteitenbesluit: § 3.8.2, artikel 3.155 en 3.156
Vermelding in de Activiteitenregeling: § 3.8.1, artikel 3.115

Adequaat voorzieningenniveau

Een milieustraat moet een voldoende adequaat voorzieningenniveau hebben. Dit betekent dat er voldoende en geschikte voorzieningen moeten zijn om aangeleverde afvalstromen af te scheiden.

Aparte containers of ruimtes op de milieustraat

De volgende afvalstoffen moeten altijd gescheiden worden gehouden op de milieustraat en hiervoor moeten dus altijd aparte containers of ruimtes aanwezig zijn:
1. afgedankte elektrische en elektronische apparatuur
2. asbest
3. C-hout
4. gasflessen, brandblussers en overige drukhouders
5. grond, onderscheiden naar de functieklassen van het Besluit bodemkwaliteit

Daarnaast moeten op de milieustraat (om een adequaat voorzieningenniveau te hebben) de volgende grof huishoudelijke afvalstoffen in ieder geval gescheiden kunnen worden:

6. A-hout en B-hout
7. banden van voertuigen
8. dakafval
9. geëxpandeerd polystyreenschuim
10. gemengd steenachtig materiaal, niet zijnde asfalt en niet zijnde gips
11. gips
12. grof tuinafval
13. harde kunststoffen
14. matrassen (deze mogen hierbij niet in contact komen met hemelwater)
15. metalen
16. papier en karton
17. textiel, niet zijnde tapijt
18. vlakglas

Er hoeven geen voorzieningen te zijn voor grof huishoudelijke afvalstoffen die de milieustraat niet inneemt. De milieustraat zorgt er in dat geval wel voor dat duidelijk is aangegeven waar de inwoners van de gemeente deze afvalstoffen wel kunnen aanbieden.

Maatwerkvoorschriften en nascheiding

Kan voor de afvalstromen 6 t/m 18 (hierboven genoemd) door nascheiding of een andere wijze een gelijk niveau van afvalscheiding bereikt worden? Dan hoeft de milieustraat voor deze stromen geen specifieke inzamelvoorzieningen/aparte containers te hebben.
Het bevoegd gezag kan dan via maatwerkvoorschriften toestaan dat voor die stromen geen voorzieningen voor het gescheiden houden aanwezig zijn.
Via maatwerkvoorschriften kan het bevoegd gezag ook eisen stellen aan de nascheiding of alternatieve verwerking. En aan het overleggen van informatie hierover aan het bevoegd gezag.

Verdichten verboden bij nascheiding

Verdichten is verboden als de afvalscheiding via nascheiding gebeurt. Het is dan niet wenselijk om restafval in een perscontainer te doen.

Voorzieningen voor niet-grof huishoudelijk afval

Op de hierboven genoemde lijst (afvalstromen 1 t/m 18) staan alleen grof huishoudelijke afvalstoffen. Maar neemt de milieustraat ook de volgende niet-grof huishoudelijke afvalstoffen in, dan moeten ook deze apart gehouden worden:

  • verpakkingsglas
  • batterijen
  • gasontladingslampen
  • klein chemisch afval
  • frituurvet
  • incontinentiemateriaal

Gescheiden deponeren van soorten afval en scheidingsbeleid

Naast een voldoende adequaat voorzieningenniveau moet een milieustraat ook een scheidingsbeleid hebben om het voorzieningenniveau goed uit te voeren. Het scheidingsbeleid moet voorkomen dat afvalstoffen die eigenlijk gescheiden moeten worden gehouden toch in de restfractiecontainer gaan. En niet in de daarvoor bedoelde aparte containers of ruimtes.
In de procedures van acceptatie en controle moet de milieustraat vermelden hoe dit wordt voorkomen. Dit kan (onder andere) door:

  • Duidelijk te vermelden welke voorziening voor welke soort afvalstof (niet) is bedoeld.
  • Aanwezigheid van gekwalificeerd personeel. Die vragen van burgers kunnen beantwoorden en toezicht houden op een juist gebruik van de verschillende voorzieningen.
  • De inrichting en het beheer van de milieustraat toegankelijk en laagdrempelig te maken voor de burger. Met een goede fysieke bereikbaarheid, en ook door het beperken van wachttijden en ingewikkelde administratieve procedures.

Als de milieustraat bepaalde grof huishoudelijke afvalstoffen niet inneemt, dan moet in de procedure van acceptatie en controle opgenomen zijn hoe men dan voorkomt dat die afvalstoffen toch worden ingenomen.

Uitzondering voor de milieustraat van het mengverbod voor afvalstoffen

Een van de verboden in het Activiteitenbesluit is dat mengen van afvalstoffen niet is toegestaan. Maar er zijn enkele uitzonderingen.

Voor een milieustraat is de uitzondering dat het mengen van verschillende soorten grof huishoudelijke afvalstoffen in de restfractiecontainer mag, op voorwaarde dat:

  • Het geen gevaarlijke afvalstoffen zijn
  • Alle inspanningen voor afvalscheiding zijn gedaan (een combinatie van een voldoende adequaat voorzieningenniveau en goed scheidingsbeleid)

Zie ook:

Informatie over de rol van gemeenten bij afvalscheiding in paragraaf B.3.4 van hoofdstuk B.3 van het Landelijk AFvalbeheerplan 3 (LAP3).


Uw onderwerpen

kca ingang inleveren bord