Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets: Wanneer weigeren en welke procedure?

Deze pagina geeft informatie over de procedure van aanvragen en weigeren van de Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets (OBM).

Welke procedure?

OBM m.e.r.

Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is moet:

  • door de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie worden opgesteld.
  • het bevoegd gezag binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen. Dit besluit hoeft men niet in de Staatscourant te zetten.
  • de initiatiefnemer het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit
    bij de vergunningaanvraag (Artikel 7.28 Wet milieubeheer) of OBM aanvraag (artikel 2.2a, lid 1, van het Bor) toevoegen.

De artikelen 7.16 tot en met 7.20a Wm moeten in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst gebruikt worden. Het maakt daarvoor niet uit of het een activiteit onder of boven de D-drempel waarde zit.

De vormvrije mer-beoordeling geldt daarmee ook voor OBM beoordelingen. Dit volgt uit de invoering van artikel 1, vierde lid, onder a en b, van Richtlijn 2014/52/EU.

OBM

Voor de OBM geldt de reguliere voorbereidingsprocedure. Deze procedure is opgenomen in hoofdstuk 4 van de Algemene wet bestuursrecht. Aanvullend hierop gelden de artikelen 3.8 en 3.9 Wabo en artikel 6.19 Bor. Hierin is opgenomen:

  • een beslistermijn van acht weken (en mogelijke verlenging met 6 weken)
  • kennisgeving van de aanvraag en mededeling van het besluit in de dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen
  • verlening van rechtswege van de vergunning (lex silencio positivo) als het bevoegd gezag de beslistermijn van 8 weken overschrijdt, behalve als de lex silencio niet van toepassing is op deze OBM categorie (artikel 6.19 Bor)

Als er ook een andere Wabo-activiteit wordt aangevraagd, waarvoor de uitgebreide voorbereidingsprocedure geldt, dan geldt ook voor de OBM de uitgebreide voorbereidingsprocedure.

Voor de indieningsvereisten bij de aanvraag OBM gelden de algemene eisen uit de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor) en de gegevens die nodig zijn volgens 1.10 van het Activiteitenbesluit.

Wanneer weigeren?

De gevallen waarin de OBM moet of kan worden geweigerd volgen uit artikel 5.13b Bor. Het zijn:

  1. het bevoegd gezag heeft besloten dat een milieueffectrapport moet worden opgesteld voor aangewezen activiteiten
  2. in het belang van het doelmatig beheer van afvalstoffen
  3. een groot cement- of betonbedrijf voldoet niet aan de geluidsgrenswaarden
  4. een bepaald type afvalstoffenbedrijf komt niet door de Bibob-toets
  5. de grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10) dreigen te worden overschreden bij een groot cement- of betonbedrijf of bij het houden van bepaalde hoeveelheden landbouwhuisdieren
  6. bepaalde luchtkwaliteitsnormen dreigen te worden overschreden bij een groot betonbedrijf
  7. bij het verwerken van polyesterhars dreigt een onaanvaardbaar niveau van geurhinder
  8. een gesloten bodemenergiesysteem kan interferentie veroorzaken met een ander bodemenergiesysteem
  9. een opslag van explosieven bij een defensie-inrichting of een mestvergistingsinstallatie heeft een te groot veiligheidsrisico

In tabellen per OBM-categorie is per activiteit aangegeven welke weigeringsgronden van toepassing zijn.

Over punt 1 (m.e.r.-beoordelingsplicht)

Voor de activiteiten met een m.e.r.-beoordelingsplicht kan de OBM alleen worden verleend als het bevoegd gezag heeft besloten dat er geen m.e.r. hoeft te worden gemaakt.

Na het verlenen van de OBM gelden vervolgens de algemene regels van het Activiteitenbesluit. Moet er wel een milieueffectrapport worden gemaakt? Dan wordt de OBM geweigerd. Er moet dan een "normale" omgevingsvergunning voor het aspect milieu worden aangevraagd. Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e van de Wabo.

Over punt 4 (Bibob-toets)

Het bevoegd gezag mag deze OBM weigeren als er ernstig gevaar is dat de OBM gebruikt gaat worden om strafbare feiten te plegen of crimineel geld te investeren. Het gaat hier om een niet-verplichte weigeringsgrond. Er is bovendien geen verplichting om het bureau Bibob om advies te vragen.

Over de punten 3 en 5 tot en met 9 (lokale toets)

Voor de activiteiten waarvoor een lokale toets nodig is kan het bevoegd gezag de OBM verlenen als uit de toets blijkt dat de activiteit lokaal in te passen is. Bijvoorbeeld voor activiteiten die moeten voldoen aan de grenswaarden voor geluid.

Na het verlenen van de OBM gelden vervolgens de algemene regels van het Activiteitenbesluit. Als uit de toets blijkt dat de activiteit niet lokaal in te passen is, dan weigert het bevoegd gezag de OBM. Het uitvoeren van de activiteit is op de gekozen locatie dan niet mogelijk, ook niet met een "normale" omgevingsvergunning voor het aspect milieu.


Uw onderwerpen