Grenzen vergunningplicht voor afvalgerelateerde activiteiten

Deze pagina licht per sector of activiteit toeg wat begin 2011 met de tweede tranche van de tweede fase onder het Activiteitenbesluit is gebracht en wat vlak hierna nog vergunningplichtig was.
De actuele situatie kan dus anders zijn, loop hiervoor de AIM door.

Afvalgerelateerde activiteiten en sectoren:

Kringloopwinkels, handel in tweedehands bouwmaterialen en andere sectoren die producten repareren/geschikt maken voor hergebruik

Het repareren of geschikt maken voor hergebruik van afgedankte producten, die gevaarlijk afval zijn, leidt sinds 1 januari 2011 niet meer tot vergunningplicht, zo lang de producten niet gedemonteerd worden. Voor het repareren en geschikt maken voor hergebruik is voor de volgende activiteiten geen Omgevingsvergunning milieu (Wabo, art. 2.1, eerste lid, onder e) meer nodig:

  • Het opslaan van sier- en gebruiksvoorwerpen en tweedehands bouwmaterialen niet zijnde gevaarlijke afvalstoffen met een maximale opslagoppervlakte van 6.000 vierkante meter.
  • Het voor producthergebruik geschikt maken van sier- en gebruiksvoorwerpen en tweedehands bouwmaterialen voor zover de oppervlakte voor reparatie niet groter is dan 1.000 vierkante meter;
    Kringloopwinkels mogen zonder vergunning bijvoorbeeld deurrubbers van koelkasten vervangen of apparaten van een nieuwe accu voorzien. Als het om niet gevaarlijk afval gaat, dan mag ook ontmanteld worden; kringloopwinkels kunnen dan bijvoorbeeld van twee kapotte apparaten één werkend apparaat maken.
  • Voor materiaalhergebruik scheiden, strippen en mechanisch verkleinen van ten hoogste 50 ton per dag sier- en gebruiksvoorwerpen voor zover die uitsluitend bestaan uit metaal, hout, kunststof, textiel, papier of karton en die geen elektronica bevatten.
  • Terugname van batterijen en spaarlampen en het inzamelen en bijvullen van inkt- en tonercassettes leiden niet meer tot vergunningplicht.

Autodemontagebedrijven

Autowrakken die gevaarlijke stoffen of voorwerpen bevatten, zoals motorolie en airconditioningsystemen, zijn gevaarlijke afvalstoffen. Omdat het demonteren van autowrakken is gericht op het zoveel mogelijk nuttig toepassen van de vrijkomende stromen, is voor het demonteren van autowrakken geen Omgevingsvergunning milieu (Wabo, art. 2.1, eerste lid, onder e) meer vereist.

Omgevingsvergunning beperkte milieutoets

Voordat de activiteit demonteren van autowrakken mag worden uitgevoerd, is wel een Omgevingsvergunning beperkte milieutoets (Wabo, art. 2.1, eerste lid, onder i) nodig.

Autowrakken

Autowrakken zijn wrakken van bedrijfsauto's tot 3500 kg, personenauto's en bromfietsen op meer dan twee wielen. Voor het demonteren van andere afgedankte voertuigen dan autowrakken blijft wel een Omgevingsvergunning milieu (Wabo, art. 2.1, eerste lid, onder e) nodig. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om wrakken van vrachtwagens of van bedrijfsauto's van meer dan 3500 kg.

Andere activiteiten bij autodemontage

Ook een aantal activiteiten die met autodemontage samenhangen, zoals de opslag van autowrakken en vrijkomende afvalstoffen en het neutraliseren van airbags en gordelspanners, leidt in veel gevallen niet meer tot vergunningplicht. Autodemontagebedrijven die meer dan 50 ton vrijkomende vloeibare stoffen of meer dan 1000 gedemonteerde airbags en gordelspanners kunnen opslaan, moeten nog wel een Omgevingsvergunning milieu (Wabo, art. 2.1, eerste lid, onder e) aanvragen.

Bergingsbedrijven en organisaties voor justitieel onderzoek

Opslag van autowrakken bij bergingsbedrijven, of in het kader van justitieel onderzoek wordt niet beschouwd als een handeling met afvalstoffen in de zin van categorie 28 van het Besluit omgevingsrecht en leidt daarom niet tot vergunningplicht.

Autoschadeherstel- en carrosseriebedrijven

Autoschadeherstelbedrijven en carrosseriebedrijven mogen maximaal vier autowrakken in opslag hebben. Deze bedrijven mogen onder het besluit alleen accessoires van autowrakken verwijderen op verzoek van de eigenaar (artikel 4.84 van het besluit).

Metaalrecyclingbedrijven

Voor het innemen van metaalafval en bewerken om het geschikt te maken voor materiaalhergebruik is niet altijd meer een Omgevingsvergunning milieu (Wabo, art. 2.1, eerste lid, onder e) nodig. Het meeste metaalafval is geen gevaarlijk afval.

Omgevingsvergunning beperkte milieutoets

Voor het opslaan en scheiden van afvalstoffen die afkomstig zijn van buiten de inrichting is wel altijd een Omgevingsvergunning beperkte milieutoets (Wabo, art. 2.1, eerste lid, onder i) vereist.

Opslaan gevaarlijk afval

Een metaalrecyclingbedrijf mag onder het Activiteitenbesluit ook metaalafval met aanhangende olie of emulsie (dat wel gevaarlijk afval is) innemen en dit scheiden in een metaal- en oliefractie.

Verder mag een metaalrecyclingbedrijf een kleine hoeveelheid gevaarlijk metaalhoudend afval opslaan, omdat aangeboden partijen metaalafval soms kleine fracties gevaarlijk afval bevatten. Het bedrijf is wel verplicht om deze gevaarlijke afvalstroom af te voeren naar een erkende verwerker en mag er zelf niets anders mee doen dan opslaan.

Opslaan en bewerken metaalhoudend afval

Voor het opslaan, persen, knippen en snijden van schroot is geen Omgevingsvergunning milieu (Wabo, art. 2.1, eerste lid, onder e) meer nodig. Bedrijven die meer dan 50.000 ton metaalhoudend afval kunnen opslaan of meer dan 50 ton metaalhoudend afval per dag shredderen blijven wel vergunningplichtig.

Opslaan "bedrijfsvreemde" afvalstoffen

In de praktijk worden bij recyclingbedrijven afvalstoffen in partijen aangeboden, waar ook afvalstoffen in kunnen zitten, die bij andere bedrijven verwerkt moeten worden. Uitgangspunt is dat bedrijven met hun acceptatiebeleid zoveel mogelijk proberen te voorkomen om afvalstoffen aan te nemen die ze zelf niet kunnen verwerken. In de praktijk zal niet geheel te voorkomen zijn dat bedrijven dit soort afvalstoffen aangeboden krijgen. Omdat weigering van aangeboden partijen afvalstoffen niet wenselijk is, kunnen bedrijven ten hoogste 10 ton van deze afvalstoffen opslaan onder het Activiteitenbesluit.

Kunststofrecyclingbedrijven

Voor het innemen van kunststofafval en bewerken om het geschikt te maken voor materiaalhergebruik is niet altijd meer een Omgevingsvergunning milieu (Wabo, art. 2.1, eerste lid, onder e) nodig.

Omgevingsvergunning beperkte milieutoets

Voor het opslaan en opbulken van ingezameld kunststof is een Omgevingsvergunning beperkte milieutoets (Wabo, art. 2.1, eerste lid, onder i) nodig als de kunststof binnen de inrichting niet geschikt wordt gemaakt voor materiaalhergebruik maar bijvoorbeeld geschikt wordt gemaakt voor verwijdering.

Kunststofafval geschikt maken voor verbranding

Bedrijven mogen onder het Activiteitenbesluit kunststofafval, dat niet geschikt is voor materiaalhergebruik, tot op zekere hoogte ook geschikt maken voor verbranding. Dit mag niet ten koste gaan van de mogelijkheden tot materiaalhergebruik. Bedrijven die 75 ton of meer afvalstoffen per dag geschikt maken voor verbranding hebben wel een Omgevingsvergunning milieu (Wabo, art. 2.1, eerste lid, onder e) nodig.

Opslaan gevaarlijk afval

Vergelijkbaar met metaalrecyclingbedrijven mogen deze bedrijven kleine hoeveelheden gevaarlijk afval aannemen, maar er verder niets mee doen dan opslaan en afvoeren naar een erkende verwerker.

Opslaan en bewerken kunststofhoudend afval

Ook is in veel gevallen geen Omgevingsvergunning milieu (Wabo, art. 2.1, eerste lid, onder e) meer nodig voor het shredderen van samengestelde producten van kunststof met metaal, hout, textiel of papier om ze te scheiden in fracties die geschikt zijn voor materiaalhergebruik. Bedrijven die meer dan 10.000 ton kunststofhoudend afval kunnen opslaan of meer dan 50 ton kunststofhoudend afval per dag shredderen hebben wel een Omgevingsvergunning milieu (Wabo, art. 2.1, eerste lid, onder e) nodig.

Opslaan "bedrijfsvreemde" afvalstoffen

In de praktijk worden bij recyclingbedrijven afvalstoffen in partijen aangeboden, waar ook afvalstoffen in kunnen zitten, die bij andere bedrijven verwerkt moeten worden. Uitgangspunt is dat bedrijven met hun acceptatiebeleid zoveel mogelijk proberen te voorkomen om afvalstoffen aan te nemen die ze zelf niet kunnen verwerken. In de praktijk zal niet geheel te voorkomen zijn dat bedrijven dit soort afvalstoffen aangeboden krijgen. Omdat weigering van aangeboden partijen afvalstoffen niet wenselijk is, kunnen bedrijven ten hoogste 10 ton van deze afvalstoffen opslaan onder het Activiteitenbesluit.

Overige recyclingbedrijven

Dit zijn bedrijven die andere materialen dan metaal of kunststof recyclen.

Voor het innemen en opslaan van banden van voertuigen, papier en karton, textiel, glas en hout is tot de volgende grenzen geen Omgevingsvergunning milieu (Wabo, art. 2.1, eerste lid, onder e) meer nodig voor zover geen sprake is van gevaarlijke afvalstoffen:

  • Ten hoogste 10.000 ton banden van voertuigen;
  • Ten hoogste 10.000 ton papier en karton;
  • Ten hoogste 10.000 ton textiel;
  • Ten hoogste 10.000 ton verpakkingsglas;
  • Ten hoogste 10.000 ton vlakglas;
  • Ten hoogste 10.00 ton hout, voor zover geen sprake is van geïmpregneerd hout.

Omgevingsvergunning beperkte milieutoets

Voor de opslag van buiten de inrichting afkomstige afvalstoffen kan een Omgevingsvergunning beperkte milieutoets (Wabo, art. 2.1, eerste lid, onder i) nodig zijn.

Bewerken van papier en hout

Bij papier en A- en B-hout (schoon of geverfd hout) is ook het verkleinen toegestaan onder het besluit, waardoor bijvoorbeeld archiefvernietiging en het shredderen en persen van A- en B-hout onder het Activiteitenbesluit komen te vallen. C-hout is geïmpregneerd hout en is gevaarlijk afval. Voor handelingen met C-hout blijft een Omgevingsvergunning milieu (Wabo, art. 2.1, eerste lid, onder e) nodig.

Afval geschikt maken voor verbranding

Bedrijven mogen onder het Activiteitenbesluit afval, dat niet geschikt is voor materiaalhergebruik, tot op zekere hoogte ook geschikt maken voor verbranding. Dit mag niet ten koste gaan van de mogelijkheden tot materiaalhergebruik. Bedrijven die 75 ton of meer afvalstoffen per dag geschikt maken voor verbranding hebben wel een Omgevingsvergunning milieu (Wabo, art. 2.1, eerste lid, onder e) nodig.

Jachthavens

Het Activiteitenbesluit was al van toepassing op jachthavens. In de tweede tranche van het Activiteitenbesluit zijn de voorschriften voor het innemen van afvalstoffen door jachthavens in lijn gebracht met de Kaderrichtlijn afvalstoffen en met vergelijkbare activiteiten bij andere sectoren.

Opslaan en scheiden gevaarlijk afval

Jachthavens moeten, afhankelijk van het aantal ligplaatsen, een aantal afvalstromen innemen, waaronder gevaarlijk afval (bilgewater, afgewerkte olie, oliehoudend afval van onderhoud aan motoren en gevaarlijk afval van onderhoud aan schepen "op de winterberging"). De opslag van deze afvalstoffen is tot bepaalde hoeveelheden mogelijk onder het Activiteitenbesluit, zowel voor grote jachthavens die verplicht zijn om deze afvalstoffen in te nemen als voor kleine jachthavens die de afvalstoffen als service innemen. Het bilgewater mag onder het Activiteitenbesluit worden gescheiden in een water- en een oliefractie.

Jachthavens die meer dan 50 ton gevaarlijk afval opslaan hebben wel een Omgevingsvergunning milieu (Wabo, art. 2.1, eerste lid, onder e) nodig.

Bunkerstations voor de binnenvaart

Bunkerstations voor de binnenvaart kunnen onder het Activiteitenbesluit afvalstoffen innemen van schepen die bij het bunkerstation bunkeren of bevoorraad worden. Naast de afvalstoffen die in het algemeen zonder Omgevingsvergunning milieu ingenomen kunnen worden (zoals metaal, kunststof en accu's), kunnen bunkerstations in dit specifieke geval ook de volgende gevaarlijke afvalstoffen innemen zonder Omgevingsvergunning milieu (Wabo, art. 2.1, eerste lid, onder e):

  • afgewerkte olie, smeervet, olie- en vethoudend afval van onderhoud aan vaartuigen en lege ongereinigde verpakkingen van olie, verf, lijm, kit, hars ingenomen van personen die brandstof of andere producten bij het bunkerstation aanschaffen.

Bunkerstations die meer dan 50 ton gevaarlijk afval opslaan hebben wel een Omgevingsvergunning milieu (Wabo, art. 2.1, eerste lid, onder e) nodig.

Inzamelvergunning

Voor de inzameling van scheepsafvalstoffen blijft de inzamelvergunningplicht op grond van het Besluit inzamelen afvalstoffen gelden.

Rioolwaterzuiveringsinstallaties

In Nederland zijn ongeveer 365 communale rioolwaterzuiveringsinstallaties voor de zuivering van stedelijk afvalwater. In de Waterwet zijn deze installaties gedefinieerd als "zuiveringtechnisch werk". Ze worden geëxploiteerd door of in opdracht van een waterschap of hoogheemraadschap. Met de 2e tranche van het Activiteitenbesluit komt een groot deel van het zuiveringsproces van deze communale RWZI's onder het Activiteitenbesluit te vallen.

Omgevingsvergunning milieu

Bij communale RWZI's blijft voor de volgende activiteiten een Omgevingsvergunning milieu (Wabo, art. 2.1, eerste lid, onder e) nodig:

  • Slibvergisting
  • Opslag en verwerking van afvalstoffen afkomstig van buiten de inrichting
    Bijvoorbeeld de inname van slib en de ontvangst en verwerking van afvalwater dat per as (per vracht- of tankwagen) wordt aangevoerd.
  • m.e.r.-plicht voor een zuiveringtechnisch werk met een capaciteit van meer dan 150.000 inwonerequivalenten (ie.).

Omgevingsvergunning beperkte milieutoets

Voor de m.e.r.-beoordeling en de beoordeling in het kader van de Wet geluidhinder is een Omgevingsvergunning beperkte milieutoets (Wabo, art. 2.1, eerste lid, onder i) nodig.

Lozing vanuit RWZI op oppervlaktewater

Voor de lozing van het behandelde stedelijke afvalwater (het effluent van de RWZI) blijft voorlopig een Watervergunning nodig. Het is wel de bedoeling om deze lozing onder de werking van het Activiteitenbesluit te brengen.

Bedrijfsafvalwaterzuivering

Voor installaties voor zuivering van bedrijfsafvalwater blijft een Omgevingsvergunning milieu (Wabo, art. 2.1, eerste lid, onder e) nodig.

Milieustraat, KCA-depot, gemeentewerf

Zorgplicht

De gemeente is volgens titel 10.4 van de Wet milieubeheer verantwoordelijk voor het beheer van alle afvalstoffen die bij ingezetenen vrijkomen. De gemeente moet ervoor zorgen dat alle afvalstoffen van burgers worden ingezameld of ingenomen en is verantwoordelijk voor onbeheerd aangetroffen afval.

Inrichtingen die uitvoering geven aan deze zorgplicht hebben voor het opslaan, verdichten, herverpakken, verkleinen en ontwateren van afvalstoffen geen Omgevingsvergunning milieu (Wabo, art. 2.1, eerste lid, onder e) nodig.

Omgevingsvergunning beperkte milieutoets

Als er sprake is van het verwijderen van afvalstoffen (bijvoorbeeld opslag van te storten asbest), dan is voor de verwijderingshandeling een Omgevingsvergunning beperkte milieutoets (Wabo, art. 2.1, eerste lid, onder i) nodig.

Bedrijven die in hun eigen productieproces afvalstoffen inzetten in plaats van grondstoffen

Als voor het productieproces geen Omgevingsvergunning milieu (Wabo, art. 2.1, eerste lid, onder e) vereist is, dan kunnen bedrijven onder het Activiteitenbesluit in het proces ook niet gevaarlijke afvalstoffen inzetten in plaats van grondstoffen.

Bij de bewerking van hout, kurk, kunststof, metaal, steen, papier of textiel kunnen bijvoorbeeld snijresten ingezet worden als grondstof. Dit geldt dus alleen voor activiteiten die al onder het Activiteitenbesluit vallen en alleen voor niet gevaarlijke afvalstoffen.

Opslag van bouwstoffen, grond en baggerspecie, zonder behandeling

Voor de handelingen die geregeld zijn in het Besluit bouwkwaliteit was al geen Omgevingsvergunning milieu (Wabo, art. 2.1, eerste lid, onder e) meer nodig.

Als gevolg van de 2e tranche van het Activiteitenbesluit is ook voor de opslag van bouwstoffen, grond en baggerspecie tot de volgende grenzen geen Omgevingsvergunning milieu (Wabo, art. 2.1, eerste lid, onder e) meer nodig:

  • Ten hoogste 10.000 ton bouwstoffen in de zin van artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit;
    Onder bouwstoffen zoals bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit vallen allerlei steenachtige materialen die als bouwstof op of in de bodem mogen worden toegepast. Ook de opslag van IBC-bouwstoffen die alleen onder voorwaarden als bouwstof mogen worden toegepast, is vrijgesteld van vergunningplicht mits er geen sprake is van gevaarlijk afval;
  • Ten hoogste 10.000 ton textiel;
  • Ten hoogste 10.000 ton verpakkingsglas;
  • Ten hoogste 10.000 ton vlakglas;
  • Ten hoogste 10.000 ton voedingsmiddelen afkomstig van detail- en groothandel;
  • Ten hoogste 10.000 kubieke meter grond en baggerspecie die voldoet aan de eisen van artikelen 39, 59 en 60 van het Besluit bodemkwaliteit;
    Bij de opslag van grond en baggerspecie die bedoeld is voor nuttige toepassing kan het voorkomen dat het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) niet van toepassing is. De belangrijkste gevallen zijn:
    - de grond of baggerspecie voldoet op plaats van opslag niet aan de voorschriften van het Bbk;
    - het is niet binnen 6 maanden duidelijk waar de grond of baggerspecie toegepast gaat worden;
    - de grond of baggerspecie wordt langer opgeslagen dan volgens het Bbk is toegestaan.
    In deze gevallen kan de opslag van ten hoogste 10.000 kubieke meter onder het Activiteitenbesluit vallen en is geen Omgevingsvergunning milieu (Wabo, art. 2.1, eerste lid, onder e) nodig.

Met het Handvat tijdelijke opslag bepaalt u eenvoudig wat er voor tijdelijke opslag van 1 partij grond op 1 locatie nodig is.

Omgevingsvergunning beperkte milieutoets

Voor het opbulken van grond die afkomstig is van buiten de inrichting kan een Omgevingsvergunning beperkte milieutoets (Wabo, art. 2.1, eerste lid, onder i) nodig zijn.

Opslaan van teruggenomen afvalstoffen

Voor opslag van gevaarlijke afvalstoffen waarvoor een terugnameplicht geldt (batterijen, spaarlampen, accu's, elektrische en elektronische apparatuur en medicijnafval) hebben inrichtingen, die de terugnameplicht uitvoeren, in veel gevallen geen Omgevingsvergunning milieu meer. De volgende afvalstoffen kunnen onder het Activiteitenbesluit worden opgeslagen:

  • Afval van gezondheidszorg bij mens en dier en van gebruikte hygiënische producten;
    Oude medicijnen worden ingenomen door apotheken en andere medische instellingen die ook medicijnen verstrekken.
    Omdat er bij het opslaan van medisch afval sprake is van een verwijderingshandeling die volgens de Kaderrichtlijn afvalstoffen niet volledig vrijgesteld mag worden van vergunningplicht, is er wel een Omgevingsvergunning beperkte milieutoets nodig (Wabo, art. 2.1, eerste lid, onder i).
  • Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur
    Ten hoogste 100 kubieke meter afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, die is ingenomen bij het ter beschikking stellen van een nieuw product;
    Het gaat hier om de zogenaamde "oud-voor-nieuw" regeling (de Regeling beheer elektrische en elektronische apparatuur). Het kan dan gaan om opslag bij detailhandel en postorderbedrijven en de daaropvolgende opslag bij distributiecentra of transportbedrijven voorafgaand aan het terugbrengen van de apparaten naar de producent of importeur.
  • Batterijen, spaarlampen, gasontladingslampen, inkt- en tonercartridges
    Ten hoogste 5 kubieke meter batterijen, spaarlampen en gasontladingslampen en het opslaan en bijvullen van inkt- en tonercartridges.
  • Loodzuuraccu's
    Ten hoogste 30 ton loodzuuraccu's.
    Een vergunning voor de opslag van loodzuuraccu's is niet nodig zo lang de accu's alleen worden opgeslagen en gesorteerd. Het ontmantelen van de accu's is niet toegestaan zonder Omgevingsvergunning milieu (Wabo, art. 2.1, eerste lid, onder e).

Opslaan van afvalstoffen van eigen werkzaamheden buiten de inrichting

Bedrijven die op een locatie buiten de inrichting onderhouds- of installatiewerkzaamheden uitvoeren, kunnen sinds 2011 zonder Omgevingsvergunning milieu (Wabo, art. 2.1, eerste lid, onder e) een aantal afvalstoffen opslaan bij het bedrijf om het van daaruit af te voeren naar een erkende afvalverwerker. Hierbij hebben deze bedrijven in ieder geval dezelfde opslagmogelijkheden als sectoren die producten geschikt maken voor hergebruik, metaalrecyclingbedrijven, kunststofrecyclingbedrijven, overige recyclingbedrijven en sectoren die bouwstoffen, grond en baggerspecie opslaan.

Daarnaast kunnen deze bedrijven onder het Activiteitenbesluit de volgende afvalstoffen, die bij werkzaamheden buiten de inrichting vrijkomen, opslaan bij het bedrijf om het van daaruit af te voeren naar een erkende afvalverwerker:

  • Ten hoogste 50 ton totaal van de volgende afvalstoffen:
    - smeervet, afgewerkte olie en olie- en vethoudend afval van onderhoud aan voorzieningen en installaties;
    - teerhoudend of bitumineus dakafval, composieten van teerhoudend of bitumineus dakafval, dakgrind verkleefd met teer of bitumen;
    - brandblussers;
    - organische niet-halogeenhoudende oplosmiddelen;
    - lege ongereinigde verpakkingen van verf, lijm, kit, hars en van overige gevaarlijke stoffen;
  • Ten hoogste 45 kubieke meter van de volgende afvalstoffen, voor zover niet gevaarlijk:
    - keukenafval en etensresten;
    - gemengd bouw- en sloopafval
    Dit afval mag niet gemengd zijn met gevaarlijke stoffen als asbest of lege ongereinigde verpakkingen van gevaarlijke stoffen. Als bij bouwwerkzaamheden grotere hoeveelheden dan 45 kubieke meter vrijkomen is het doelmatiger om deze met containers vanaf de bouwplaats af te voeren en leidt het mee terug nemen naar het bedrijf tot vergunningplicht.
  • Opslaan, versnipperen en composteren van ten hoogste 600 kubieke meter groenafval, afgedragen gewas of bloembollenafval ontstaan bij werkzaamheden die buiten de inrichting zijn verricht door degene die de inrichting drijft of niet afkomstig van buiten de inrichting, voor zover geen sprake is van gevaarlijke afvalstoffen.

Zie ook de Vraag en antwoord hierover.

Afvalstoffen bij landbouwbedrijven

Relevante grenzen voor vergunningplicht zijn toegelicht bij de activiteiten:

Voor handelingen met grond gelden de voorschriften van het Besluit bodemkwaliteit, aangevuld met §3.4.3 of §3.4.5 van het Activiteitenbesluit. Voor het composteren van groenafval geldt §3.5.7 van het Activiteitenbesluit.

Daarnaast zijn sinds de wijzigingen van het Besluit omgevingsrecht per 1 januari 2011 de volgende activiteiten door landbouwbedrijven mogelijk zonder dat een omgevingsvergunning milieu nodig is:

  • Opslaan, versnipperen en composteren van ten hoogste 600 kubieke meter groenafval, afgedragen gewas of bloembollenafval ontstaan bij werkzaamheden die buiten de inrichting zijn verricht door degene die de inrichting drijft of niet afkomstig van buiten de inrichting, voor zover geen sprake is van gevaarlijke afvalstoffen;
    Het gaat hierbij dus om het opslaan, versnipperen en composteren van eigen materiaal. Zodra er sprake is van handelingen met ingezameld groenafval, dan is er een Omgevingsvergunning voor het deelaspect milieu nodig.
  • Opslaan van ten hoogste 1.000 kubieke meter en het als diervoeder binnen de inrichting gebruiken en voor dit gebruik geschikt maken van plantaardige restproducten uit de land- en tuinbouw en uit de voedselbereiding en -verwerking uitgezonderd voedselresten afkomstig van restaurants, cateringfaciliteiten en keukens, met een maximale opslagcapaciteit van 4.000 ton per jaar;
    Deze categorie komt uitsluitend voor bij intensieve veehouderijen, die met de de opname van op 1 januari 2013 onder het Activiteitenbesluit zijn komen te vallen.