Herziene m.e.r-richtlijn: samenhang OBM en vormvrije m.e.r.-beoordeling

Met de Implementatiewet 'herziening m.e.r.-richtlijn' zijn de procedurevereisten van de m.e.r.-beoordeling en de vormvrije m.e.r.-beoordeling gelijk getrokken.

Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is moet:

  • de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen
  • het bevoegd gezag binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden
  • de initiatiefnemer het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag voegen (Artikel 7.28 Wet milieubeheer)

Meer informatie vindt u op de pagina Vormvrije m.e.r.-beoordeling in de herziene m.e.r.-richtlijn.

De werking van de koppeling tussen de m.e.r.-richtlijn en het activiteitenbesluit verandert niet . Ook de lijst met activiteiten en OBM-drempelwaarden wijzigt niet. Concreet betekent dit dat:

  • Voor elke OBM-activiteit voorafgaand aan de OBM-melding de bovenstaande procedurele stappen worden doorlopen.
  • De m.e.r.-beoordelingsbeslissing bij de vergunningaanvraag wordt gevoegd.

Voor uitbreidingen tussen de drempelwaarde in het Besluit m.e.r. en de in artikel 2.2a Bor lid 1 opgenomen drempels geldt de verplichting tot vormvrije m.e.r.-beoordeling (en gelden dus de nieuwe procedurele verplichtingen). Voor uitbreidingen onder de drempels in artikel 2.2a Bor, lid 1 verandert er niets (geen procedurele verplichtingen).


Uw onderwerpen