Een m.e.r.-beoordeling: wat houdt dat in?

Er zijn diverse wegen die kunnen leiden tot een m.e.r.-procedure (zie Handleiding: Wanneer is m.e.r. of m.e.r.-beoordeling verplicht?". Eén van deze wegen is via een m.e.r.-beoordeling. Bij deze beoordeling wordt door het bevoegd gezag geanalyseerd of er sprake kan zijn van (mogelijke) nadelige milieugevolgen.

Wanneer is sprake van een m.e.r.-beoordeling?

Een m.e.r.-procedure is noodzakelijk als een besluit wordt genomen over een activiteit waarbij belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. De vraag of door voorgenomen activiteiten belangrijke nadelige milieugevolgen veroorzaakt kunnen worden staat dan ook centraal bij het beoordelen of een m.e.r. moet worden uitgevoerd. De Europese Unie heeft in de richtlijn m.e.r. (2011/92/EU) reeds aangegeven bij welke activiteiten er zeer waarschijnlijk sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze activiteiten zijn door de Nederlandse regering overgenomen en verwerkt in onderdeel C van het Besluit m.e.r. Voor deze activiteiten geldt direct een m.e.r.-plicht.

Ook zijn in het Besluit m.e.r. activiteiten aangewezen waarvoor het niet zeker is of er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Deze zijn beschreven in onderdeel D van het Besluit m.e.r. Om te bepalen of er bij deze activiteiten uit onderdeel D sprake kan zijn van belangrijke nadelige milieugevolgen dient hiervoor per geval een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden.

Enkele kenmerken van een m.e.r.-beoordeling

Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een te nemen besluit belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Er kunnen twee uitkomsten zijn:

  • Belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen niet uitgesloten worden à er dient een m.e.r.-procedure doorlopen worden.
  • Belangrijke nadelige milieugevolgen treden niet op à er wordt gemotiveerd aangegeven dat geen m.e.r.-procedure wordt doorlopen.

Omdat het bij een m.e.r.-beoordeling om een formele procedure gaat bent u nog niet klaar als uit de m.e.r.-beoordeling één van de twee bovenstaande uitkomsten komt. Deze uitkomsten moeten bijvoorbeeld formeel bekend gemaakt worden door het bevoegd gezag. Bij 'de procedurestappen van een m.e.r.-beoordeling' wordt verder ingegaan op de verschillende procedures.

Naast een aantal procedurele vereisten zitten er ook enkele inhoudelijke eisen aan een m.e.r.-beoordeling. Zo dient een m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd aan de hand van een aantal vaste criteria. Deze criteria zijn vastgelegd in Bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r.

Een m.e.r.-beoordeling geldt alleen voor besluiten niet voor plannen

In onderdeel D van het Besluit m.e.r. staan alle m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten beschreven. De daar beschreven activiteiten kunnen mogelijk worden gemaakt in een plan (bijvoorbeeld een structuurvisie) of worden vastgelegd in een besluit (bijvoorbeeld een omgevingsvergunning). In de Wet milieubeheer is bepaald dat alleen voor besluiten een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt.

Als activiteiten uit onderdeel D mogelijk worden gemaakt in een plan (een zogenaamd 'kaderstellend plan voor m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten) dan geldt altijd en direct een (plan)m.e.r.-plicht. Een plan is namelijk ook direct m.e.r.-plichtig als het kaderstellend is voor m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten. Er is dan geen sprake van een m.e.r.-beoordeling. Een voorbeeld om dit te illustreren.

De aanleg, wijziging of uitbreiding van een jachthaven met meer dan 100 ligplaatsen is m.e.r.-beoor­delings­plichtig (activiteit D.10 in het Besluit m.e.r.). Als een gemeente in haar structuurvisie een jachthaven met circa 150 ligplaatsen opneemt geldt hiervoor geen m.e.r.-beoordelingsplicht, maar direct een (plan)m.e.r.-plicht. In dit MER worden dan de m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten beschouwd.

Als een jaar later een bestemmingplan wordt opgesteld om deze jachthaven concreet mogelijk te maken dient hiervoor een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, omdat sprake is van een besluit. Wel is het natuurlijk zo dat in het plan-MER dat voor het voorafgaande plan is opgesteld reeds informatie beschikbaar is om te bepalen of er sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. Hoe u slim van eerder uitgevoerde studies gebruikt kunt maken staat beschreven op de webpagina 'Een plan-MER gebruiken om uitspraken te doen over een later uit te voeren m.e.r.-beoordeling'.




Begrip: Bijlage III

Bijlage III (van de Europese richtlijn 2011/92/EU)

In artikel 4, lid 3, bedoelde selectiecriteria:

1. Kenmerken van de projecten
Bij de kenmerken van de projecten moet in het bijzonder in overweging worden genomen:

  • de omvang van het project,
  • de cumulatie met andere projecten,
  • het gebruik van natuurlijke hulpbronnen,
  • de productie van afvalstoffen,
  • verontreiniging en hinder,
  • risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën.

2. Plaats van de projecten:
Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen:

  • het bestaande grondgebruik,
  • de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied,
  • het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden:
    a. wetlands
    b. kustgebieden
    c. berg- en bosgebieden
    d. reservaten en natuurparken
    e. gebieden die in de wetgeving van lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; speciale beschermingszones door de lidstaten aangewezen volgens Richtlijn 79/409/EEG (= Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (= Habitatrichtlijn)
    f. gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen over milieukwaliteit reeds worden overschreden;
    g. gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid
    h. landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang

3. Kenmerken van het potentiële effect
Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten in samenhang met de criteria van de punten 1 en 2 in het bijzonder in overweging worden genomen:

  • het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking),
  • het grensoverschrijdende karakter van het effect
  • 'de waarschijnlijkheid van het effect,
  • de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect.