Onder de drempelwaarde: vormvrije m.e.r.-beoordeling

Een belangrijk element in het Besluit m.e.r.. is het indicatief maken van de  drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst. Ook voor activiteiten onder deze drempelwaarde moet het bevoegd gezag een toets uitvoeren.

Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd.

Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is moet:

  • door de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie worden opgesteld.
  • het bevoegd gezag binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen. Dit besluit hoeft men niet in de Staatscourant te zetten.
  • de initiatiefnemer het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit
    bij de vergunningaanvraag (Artikel 7.28 Wet milieubeheer) of OBM aanvraag (artikel 2.2a, lid 1, van het Bor) toevoegen.

De artikelen 7.16 tot en met 7.20a Wm moeten in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst gebruikt worden. Het maakt daarvoor niet uit of het een activiteit onder of boven de D-drempel waarde zit.

De vormvrije mer-beoordeling geldt daarmee ook voor OBM beoordelingen. Dit volgt uit de invoering van artikel 1, vierde lid, onder a en b, van Richtlijn 2014/52/EU.

In de onderliggende webpagina's wordt  nader ingegaan op de vereisten en de aanpak  van de vormvrije m.e.r.-beoordeling.