1. Inleiding handreiking Aarhus

Sinds 14 februari 2005 is meer milieu-informatie openbaar. Dat is het gevolg van de Wet uitvoering Verdrag van Aarhus (Stb. 2004, 519 en Stb. 2005, 66). Een van de gevolgen is dat overheden vaker moeten gaan afwegen wanneer milieu-informatie openbaar moet worden gemaakt omdat enkele absolute weigeringsgronden uit de Wet openbaarheid van bestuur zijn vervangen door een relatieve weigeringsgrond. Verder wordt van overheden verwacht dat ze hun milieu-informatie ordenen en dat ze de informatie steeds meer actief openbaar maken. Bijvoorbeeld door het plaatsen van informatie op internet.

Het verdrag van Aarhus rust op drie pijlers:

  • het recht op toegang tot informatie (1ste pijler)
  • inspraak bij besluitvorming (2de pijler)
  • toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden (3de pijler)

Deze handreiking is specifiek gericht op het onderdeel toegang tot milieu-informatie.

Het Ministerie van VROM heeft in maart 2009 een circulaire vertrouwelijke behandeling bedrijfs- fabricage- en NAW-gegevens uitgebracht. In paragraaf 5.1.4 wordt hier nader op ingegaan. Meer informatie leest u in de circulaire:

1.1 Waarom een handleiding?

Bij de verkenning van de consequenties van de implementatie van het verdrag en de richtlijn voor overheden, is duidelijk geworden dat de verschillende aspecten van de implementatie uitleg vergen. De gezamenlijke overheden, verenigd in het DUIV (het bestuurlijk overleg van VROM, Unie van Waterschappen, IPO en VNG op milieugebied), hebben daarom besloten om deze handreiking op te stellen.

1.2 Voor wie is de handreiking bedoeld?

De handreiking is bedoeld voor medewerkers bij overheidsinstanties, die te maken hebben met de uitvoering van de Aarhus-wetgeving op het gebied van milieu-informatie. Het gaat om medewerkers bij alle bestuursorganen in de zin van artikel 3 van de Wob. Hieronder vallen in ieder geval het rijk, de provincies, gemeenten, waterschappen en instellingen, diensten en bedrijven die van de overheid afgeleide verantwoordelijkheden of functies hebben of diensten verlenen met betrekking tot het milieu (onder meer geprivatiseerde overheidsbedrijven en -diensten)

Zie verder hierover onder hoofdstuk 3 van de handreiking.

1.3 Waar gaat het over?

In deze handreiking wordt aangegeven welke zaken een belangrijke rol spelen in het verdrag en de richtlijn en op welke wijze overheden daarmee om kunnen gaan. Actieve en passieve verspreiding van milieu-informatie (informatie verstrekking uit eigen beweging respectievelijk op verzoek) zijn daarbij sleutelwoorden. Het gaat immers om het betrekken van het publiek bij de beleids- en besluitvorming op het gebied van het milieu.

Met behulp van voorbeelden, uitwerkingen en toelichtingen worden overheden geïnformeerd over de nieuwe vereisten in het kader van de openbaarheid van milieu-informatie. De elementen die in het spoorboekje zijn genoemd zijn ook terug te vinden in deze handreiking.