Agrarische activiteiten

De wijziging van het activiteitenbesluit in het kader van agrarische activiteiten is op 1 oktober 2012 in Staatsblad 2012 nr. 441 gepubliceerd. Dit besluit is op 1 januari 2013 in werking getreden.

Inrichtingen onder het Activiteitenbesluit

Met dit besluit zijn diverse agrarische besluiten onder het Activiteitenbesluit gebracht. Het betreft het Besluit landbouw, het Besluit glastuinbouw, het Besluit mestbassins en het Besluit lozingen open teelt en veehouderij. Daarnaast komen intensieve veehouderijen tot de IPPC-grens (40.000 stuks pluimvee, 2000 vleesvarkens of 750 zeugen) onder het Activiteitenbesluit te vallen.

In het besluit is onderscheid gemaakt naar de aard van de inrichting: agrarische inrichtingen, glastuinbouwbedrijven in glastuinbouwgebieden en overige inrichtingen. Voor de overige inrichtingen geldt het regime uit het Activiteitenbesluit van voor deze wijziging.

Voor agrarische inrichtingen geldt in grote lijnen het regime uit het Besluit landbouw milieubeheer en voor glastuinbouwbedrijven in een glastuinbouwgebied in grote lijnen het regime uit het Besluit glastuinbouw. Een en ander is opgenomen in een aantal nieuwe leden van artikel 2.17 Activiteitenbesluit. Met dit wijzigingsbesluit zijn ook antihagelkanonnen aangewezen als vergunningplichtige inrichtingen.

De belangrijkste wijzigingen voor geluid zijn:

Akoestisch onderzoek

Voor inrichtingen met agrarische activiteiten is de mogelijkheid om een akoestisch onderzoek te vragen toegevoegd, als aannemelijk is dat werkzaamheden en activiteiten een significante bijdrage leveren aan de totale geluidsbelasting. De akoestische gegevens kunnen gebruikt worden om maatwerkvoorschriften te stellen (artikel 2.20). Over de mate van significante bijdrage stelt de Nota van Toelichting onder meer het volgende: als het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau van de mobiele bronnen gelijk is aan of hoger is dan dat van de vast opgestelde bronnen.

Beschermingsniveau

De waarden die gelden voor inrichtingen met agrarische activiteiten zijn toegevoegd (Artikel 2.17, vijfde lid) en gelijk aan de waarden uit het Besluit landbouw. Evenals in het voormalige Besluit landbouw milieubeheer zijn de waarden voor langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (tabel 2.17e) alleen van toepassing op de vast opgestelde installaties en toestellen. De waarden voor maximale geluidsniveaus zijn van toepassing op alle bronnen: vast en mobiel.

Inrichtingen die eerder onder de werking van het Besluit glastuinbouw vielen vallen nu ook onder het regime van inrichtingen met agrarische activiteiten in artikel 2.17, vijfde lid. Behalve als deze inrichtingen in een glastuinbouwgebied liggen.

Voor glastuinbouwbedrijven die in een glastuinbouwgebied liggen gelden de waarden uit artikel 2.17, zesde lid. De waarden in tabel 2.17g komen overeen met de waarden uit het Besluit glastuinbouw.

In afwachting van het in werking treden van artikel 2.19 zijn verordeningsmogelijkheden voor agrarische inrichtingen in artikel 2.17, zevende lid opgenomen. Deze verordeningsmogelijkheden zijn overgenomen uit Besluit landbouw en gelden voor alle agrarische inrichtingen (ook glastuinbouwbedrijven).

Bij de beoordeling van het geluid worden bepaalde geluidsbronnen niet beschouwd:

  • Voor het maximale geluidsniveau ten hoogste één transport voor de aan- en afvoer van producten per aansluitend avond- en nachtperiode buiten beschouwing. Dit is inclusief het groepsvervoer wat op grond van het voormalige Besluit landbouw milieubeheer al buiten beschouwing bleef.
  • Voor het maximale geluidsniveau het wassen van kasdekken.
  • Voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau het geluid veroorzaakt door het stomen van grond met een installatie van derden (artikel 2.18, zesde lid). Het bevoegd gezag kan met een maatwerkvoorschrift eisen stellen aan het stomen van grond (Artikel 2.18 zevende en achtste lid). Dit is een voortzetting van de regeling uit het voormalige Besluit landbouw milieubeheer en het voormalige Besluit glastuinbouw.

Overgangsrecht

De artikelen 2.17a en 2.20 zijn nu ook van toepassing op inrichtingen die eerder onder de werking van het Besluit landbouw milieubeheer of het Besluit glastuinbouw vielen.

Voor glastuinbouwbedrijven die niet zonder meer aan de nieuwe waarden uit artikel 2.17, vijfde lid kunnen voldoen is een overgangsperiode van drie jaar opgenomen. In die periode wordt onderzocht met welke maatregelen wel voldaan kan worden en of maatwerkvoorschriften nodig zijn (Artikel 2.17a, lid 4).