Toestemming Bouwen

In art. 2.1 lid 1 onder a Wabo is aangegeven dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning een bouwwerk te (ver)bouwen.
U vindt hier de volgende informatie over de toestemming Bouwen:

Vergunningvrij bouwen

Niet altijd is voor bouwen een omgevingsvergunning nodig. In Bijlage II Besluit omgevingsrecht wordt in de artikelen 2 en 3 aangegeven in welke situaties er geen omgevingsvergunning voor het bouwen nodig is.

Vergunningvrij zijn bijvoorbeeld (mits voldaan wordt aan de randvoorwaarden zoals gesteld in Bijlage II): erfbebouwing op het achtererf, dakkapellen, erfafscheidingen, dakramen, et cetera. Hiervoor is geen omgevingsvergunning bouwen vereist. Er kan alleen handhaving achteraf plaatsvinden.

Er gelden hierbij wel een aantal bijzondere bepalingen. Het aantal woningen mag bijvoorbeeld niet toenemen (behalve bij mantelzorg). Vergunningvrij bouwen kan vaak niet bij monumenten. Er moet rekening gehouden worden met veiligheidszones en er kan niet vergunningvrij gebouwd worden op een illegaal bouwwerk. De bijzondere bepalingen staan in een aantal andere artikelen van bijlage II Besluit omgevingsrecht. In onderstaande tabel is aangegeven welke artikelen doorwerken in de vergunningplicht voor bouwen.

Tabel: Bor, Bijlage II en toepassing op vergunningplicht bouwen en afwijken bestemmingsplan
artikel bijlage II Vergunningplicht bouwen Hoort bij
art. 1 Begrippen

art. 2, onderdeel 1 t/m 21

Bouwactiviteiten
art. 3 Bouwactiviteiten
art. 4a, lid 1 Monumenten

art. 2
art. 3

art. 4a, lid 2 Beschermd stads- of dorpsgezicht

art. 2
art. 3

art. 5, lid 1 Aantal woningen

art. 2
art. 3

art. 5, lid 2 Illegale bouwwerken

art. 2
art. 3

art. 5, lid 3 veiligheidszones

art. 2, lid 3
art. 2, lid 22

art. 5, lid 4 Archeologie

art. 3, lid 1
art. 3, lid 2

art. 5, lid 5 Relatie tussen bouwactiviteiten art. 3, lid 8
art. 6 Bepalen hoofdgebouw

art. 2
art. 3

art. 7, lid 1 Bijzondere eis aan bouwwerk art. 2, lid 3
art. 7, lid 2 Extra bouwmogelijkheden mantelzorg art. 2, lid 3

Met de vergunningcheck van het Omgevingsloket online kunt u bepalen of wanneer het bouwen van een bouwwerk vergunningvrij is.

Gefaseerde aanvraag Bouwen en Afwijken bestemmingsplan

Het is mogelijk om wanneer er een toestemming bouwen en een toestemming afwijken bestemmingsplan nodig is, deze gefaseerd aan te vragen. Eerst wordt dan de ruimtelijke toestemming aangevraagd. Deze aanvraag moet dan wel alle, voor het ruimtelijke besluit benodigde, informatie over het bouwplan bevatten.

Samenloop omgevingsvergunning bouwen en afwijken bestemmingsplan

Voor de combinatie van de toestemming bouwen (art. 2.1, lid 1, onder a) en de toestemming planologisch strijdig gebruik (art. 2.1, lid 1 , onder c) geldt een bijzondere regeling.

Een omgevingsvergunning voor de activiteit «bouwen» wordt altijd getoetst aan de geldende planologische regelgeving, zijnde een bestemmingsplan of beheersverordening (art. 2.10, lid 1, onderdeel c). Als sprake is van strijd met die planologische regelgeving wordt (op basis van art. 2.10, lid 2) de aanvraag om te bouwen tevens aangemerkt als een aanvraag voor een «planologisch strijdig gebruik» als bedoeld in art. 2.1, lid 1, onderdeel c.

De aanvraag om omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit wordt in zo'n geval dus van rechtswege tevens een aanvraag om toe te staan dat wordt afgeweken van de geldende planologische regelgeving (bijvoorbeeld het geldende bestemmingsplan of de beheersverordening).

Indien wordt voldaan aan de voorwaarden in art. 2.12 kan de vergunning in zo'n geval met toepassing van dat artikel worden verleend.

Beoordelen aanvraag

In art. 2.10 is aangegeven waaraan de aanvraag voor de omgevingsvergunning bouwen getoetst moet worden. Voor bouwen geldt dat de vergunning moet worden verleend wanneer aan de toetsingscriteria wordt voldaan (limetatief imperatief stelsel):

  • het geldende bestemmingsplan of de beheersverordening
  • het bouwbesluit (artikel 2 en 120 van de woningwet)
  • de bouwverordening (8 van de woningwet)
  • de welstandsnota (artikel 12 van de woningwet)
  • internationale verplichtingen (artikel 120 van de woningwet)
  • de provinciale verordening (artikel 4.1 van de Wro)
  • het barro (artikel 4.3 van de Wro)

Procedurele aspecten

Als de aanvraag past in het geldende bestemmingsplan of de beheersverordening, is er in principe sprake van een reguliere procedure. Als er sprake is van strijd met het bestemmingplan of de beheersverordening, dan is de procedure afhankelijk van de toestemming die nodig is. Bij een binnenplanse afwijking of een bij AMvB aangewezen geval van afwijking (kruimellijst) is de reguliere procedure van toepassing. Bij de buitenplanse afwijking op basis van artikel 2.12, lid 1 onder a, sub 3 is de uitgebreide omgevingsvergunningsprocedure aan de orde.