Hoe is de rolverdeling bij een melding in het kader van het Besluit algemene regels milieu mijnbouw in combinatie met een aanvraag voor een omgevingsvergunning?

Vraag

Valt een melding in het kader van het besluit algemene regels milieu mijnbouw (Barmm) onder de Wabo? Hoe is de rolverdeling bij een melding in het kader van het Barmm in combinatie met een aanvraag voor een omgevingsvergunning?

Antwoord

Nee. Meldingen in het kader van het Besluit algemene regels milieu mijnbouw (hierna: Barmm) vallen niet onder de Wabo.

Het gaat hierbij om tijdelijke werkzaamheden, zoals een (exploratie)boring of onderhoud aan installaties. Een melding aan het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) is nodig wanneer het een mijnbouwwerk betreft dat onder de werking van het Barmm valt, zie artikel 4 van het Barmm. De melding in het kader van het Barmm betreft uitsluitend de milieuaspecten van de werkzaamheden.

Op grond van artikel 2.5 van het Besluit omgevingsrecht (hierna: Bor) is in afwijking van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onderdeel e, van de Wabo geen omgevingsvergunning vereist met betrekking tot mijnbouwwerken die behoren tot een in artikel 4 van het Barmm aangewezen categorie. In deze gevallen volstaat de melding in het kader van het Barmm.

De melding in het kader van het Barmm en een aanvraag om een omgevingsvergunning kunnen wel tegelijkertijd voorkomen. Globaal zijn er twee situaties denkbaar:

1. Tijdelijke werkzaamheden: geen bestaande inrichting of niet in hoofdzaak mijnbouw

Er is sprake van tijdelijke werkzaamheden (bijv. een exploratieboring) en er bestaat nog geen inrichting. Of het betreft tijdelijke werkzaamheden op een inrichting die niet in hoofdzaak mijnbouw betreft (bijv. een aardwarmteboring bij een tuinder).

In het kader van de Wabo is EL&I (nog) geen bevoegd gezag. Wanneer naast de melding in het kader van het Barmm ook een omgevingsvergunning voor de niet-milieuaspecten is vereist, dan is de gemeente bevoegd gezag (bijv. het bouwen van een putkelder of het handelen in strijd met het bestemmingsplan).

EL&I is bevoegd gezag voor de melding in het kader van het Barmm voor de tijdelijke werkzaamheden. De melding in het kader van het Barmm wordt ook in dit geval separaat ingediend bij EL&I.

Wanneer er vervolgens sprake is van het oprichten en in werking hebben van een inrichting in hoofdzaak mijnbouw (bijv. winning van aardgas), dan is EL&I bevoegd gezag voor het afgeven van een omgevingsvergunning voor alle betreffende activiteiten die onder de Wabo vallen (artikel 2.1, aanhef en onderdeel e, van de Wabo, in samenhang met artikel 3.3., vierde lid, van het Bor).

2. Tijdelijke werkzaamheden binnen een bestaande inrichting in hoofdzaak mijnbouw

De bestaande inrichting in hoofdzaak mijnbouw heeft al een omgevingsvergunning onder bevoegd gezag van EL&I. Vervolgaanvragen om een omgevingsvergunning vallen hiermee ook onder de bevoegdheid van EL&I (artikel 2.4, vijfde lid, van de Wabo). Hierbij kan worden gedacht aan het bouwen van een putkelder of het handelen in strijd met het bestemmingsplan.

Daarnaast is EL&I bevoegd gezag voor de melding in het kader van het Barmm. Ook in dit geval is op grond van artikel 2.5 van het Bor geen omgevingsvergunning vereist voor deze tijdelijke werkzaamheden.