Lozen drainagewater grondgebonden teelt kas

De activiteit gaat over het lozen van drainwater dat ontstaat bij grondgebonden teelt in een kas, waarin drainage is aangelegd. Drainwater is het voedingswater dat bij grondgebonden teelt niet wordt opgenomen door het gewas en dan in de bodem wegzakt. Dit drainwater kan men opvangen met drainagebuizen. De aanleg van een drainagestelsel is niet wettelijk verplicht.

Men is verplicht om het te lozen drainwater eerst te zuiveren van gewasbeschermingsmiddelen voordat men onder de hier genoemde voorwaarden mag lozen. Dit maakt het noodzakelijk om het drainagestelsel te bundelen. Alleen zo kan het drainagewater naar één centraal punt lopen om aan deze verplichting te voldoen.

kas wot nxt

De hierna genoemde voorwaarden zijn niet relevant als het bedrijf géén drainwater loost. Dit kan als het bedrijf:

  • Al het drainagewater blijft hergebruiken. Dan kan het bevoegd gezag met maatwerk ontheffing verlenen. Een bedrijf moet het niet lozen wel duidelijk kunnen laten zien.
  • Geen drainagestelsel heeft.

Grondgebonden teelt wil zeggen dat de gewassen wortelen in de (onder)grond van de kas zelf. Dus zonder een vorm van scheiding van de bodem zoals wel gebeurt bij substraatteelt. Teelt in bijvoorbeeld potten of containers vallen onder substraatteelt.

Drainwater kan men opvangen met drainagebuizen en wordt daarna drainagewater genoemd. Drainagewater is al het water dat via deze drainagebuizen wordt afgevoerd. De drainagebuizen vormen een stelsel van geperforeerde buizen die in de grond liggen. Het opgevangen water kan van verschillende bronnen komen. Denk aan:

  • hemelwater
  • grondwater
  • drainwater
  • condenswater
  • kwelwater

Drainagewater kan relatief hoge gehalten aan stikstof, fosfor en/of gewasbeschermingsmiddelen bevatten. In de praktijk vindt het lozen van drainagewater in het vuilwaterriool of een oppervlaktewaterlichaam plaats.

Streef als bedrijf erna om dit drainwater water opnieuw te gebruiken of het ontstaan te voorkomen. Lukt dit niet dan moet een bedrijf dit afvalwater voor lozing eerst zuiveren van chemische gewasbeschermingsmiddelen.

Vindplaats

De voorschriften voor het lozen van drainagewater afkomstig van de grondgebonden teelt van gewassen in een kas staan in § 3.5.1 van het Activiteitenbesluit. Zie artikel 3.64a, 3.64b en 3.70 tot en met 3.74. En artikel 3.72 tot en met 3.74 en 3.77 en 3.78 van § 3.5.1 van de Activiteitenregeling.

De voorschriften van het activiteitenbesluit zijn gewijzigd met Staatsblad 2017 nr 305.

De lozingen zijn geregeld voor riool en oppervlaktewater. Zonder maatwerkvoorschrift (artikel 2.2 Activiteitenbesluit) is het verboden om in of op de bodem te lozen, of in een hemelwaterriool te lozen.

Er gelden voor deze activiteit voorschriften voor de lozing op oppervlakte water. Daarnaast geldt dat men alleen in het oppervlaktewater mag lozen, als er binnen 40 meter geen vuilwaterriool is. Een tweede voorwaarde is dat men op het riool kan aansluiten. In sommige gevallen is wel een vuilwaterriool aanwezig, maar is de capaciteit niet toereikend en dat betekent dat niet 'kan' worden geloosd.

De afstand tot het riool meet men vanaf de kadastrale grens van het perceel. Men moet uitgaan van de kortste lijn waarlangs men afvoerleidingen zonder grote bezwaren kan aanleggen.

De activiteit is geregeld in hoofdstuk 3 van het besluit. Daarom gelden de voorschriften voor type B- en type C-bedrijven. Een inrichting type B en een inrichting type C moeten de activiteit melden.

In de oorspronkelijke tekst van het Activiteitenbesluit is een nota van toelichting (pdf, 76 kB) en in de oorspronkelijke tekst van de Activiteitenregeling is een nota van toelichting (pdf, 210 kB) opgenomen.

Verboden en voorwaarden

BBT

De regels voor het lozen van drainwater zijn gericht op het stimuleren van het voorkomen van het lozen van dit afvalwater. Dit kan door:

  • drainwater water opnieuw te gebruiken, of
  • het ontstaan ervan te voorkomen door "droger" te telen, door een scherpere dosering van gietwater

In situaties met kwelwater of een hoge grondwaterstand is het als bedrijf voordelig om een dubbel systeem van drainage te gebruiken. Zo kan men de afvoer van grond- en kwelwater scheiden van bijvoorbeeld de afvoer van drainwater. Een dubbel drainagesysteem maakt het opnieuw gebruiken van drainwater eenvoudiger en draagt zo bij aan het voorkomen van het lozen van drainwater.

Mits goed aangelegd bevat het onderste systeem zo goed als geen drainwater van de geteelde gewassen. Men mag dit water direct op oppervlaktewater lozen. Of het stelsel goed is aangelegd kan men aantonen via de methode die staat beschreven in artikel 3.74a activiteitenbesluit.

Het streven van de overheid en de branche is erop gericht om in 2027 geen lozing van afvalwater uit een kas te hebben. Een ondernemer moet vanaf 1 januari 2018 drainwater verplicht zuiveren van chemische gewasbeschermingsmiddelen.

Voorkeursvolgorde voor lozing

Voor het afvalwater vanuit een kas geldt een voorkeursvolgorde voor lozen. Eerst moet de meest vervuilende afvalwaterstromen op het vuilwaterriool worden geloosd.

Lozingsvoorwaarde drainwater

Voor verschillende gewassen zijn verschillende maximale gebruiksnormen voor stikstof en fosfaat opgenomen. Als de geloosde hoeveelheid totaal stikstof meer is dan 25 kilogram per hectare teeltoppervlak per jaar moet het bedrijf:

Goed gietwater

Voor goed gietwater moet een hemelwateropvang ten minste 500 m3 per ha teeltoppervlak aanwezig zijn. Of er moet gebruikt worden gemaakt van water met een natriumgehalte gelijkwaardig aan hemelwater. De eis voor goed gietwater geldt altijd, of nu wel of niet of sprake is van het lozen van drainagewater.

De eis om een hemelwateropvang te hebben geldt niet als het totale teeltoppervlak in kassen kleiner is dan 2.500 m2. In andere gevallen kan het bevoegd gezag via een maatwerkvoorschrift een ontheffing voor hemelwateropvang, dit kan als de maatregel niet doelmatig is.

Gebruiksnorm totaal stikstof en totaal fosfor

Voor het lozen van drainagewater gelden maximaal toegestane hoeveelheden (pdf, 38 kB) voor totaal stikstof en voor totaal fosfor. Deze maximaal toegestane hoeveelheden heeft men uitgedrukt in kilogram per hectare teeltoppervlak per jaar. De maximaal toegestane hoeveelheden zijn een verplichting die volgt uit de Europese Nitraatrichtlijn. In deze richtlijn hebben Europese landen zich verplicht om waterverontreiniging uit de landbouw tegen te gaan.

Afstemming hoeveelheden water en meststoffen

De hoeveelheid water en meststoffen moeten zijn afgestemd op de behoefte van het gewas. Hierbij moet rekening worden gehouden met bijzondere teeltomstandigheden en de maximale gebruiksnormen voor stikstof en fosfor. De behoefte van het gewas wordt bepaald aan de hand van de hoeveelheid stikstof en fosfor in de bodem, de oppervlakte van de bemesting en de hoeveelheid toegediende meststoffen. Met deze gegevens kan de totale hoeveelheid toegediende stikstof en fosfor per oppervlakte-eenheid worden vastgesteld.

Het bevoegd gezag kan vragen naar de berekening van de hoeveelheid toegediende meststoffen en water. Als nodig voor deze verantwoording, kan het bevoegd gezag met een maatwerkvoorschrift aanvullende onderzoeksverplichting opleggen. Als bij glastuinbouwbedrijven een hoog verbruik aan meststoffen is zal moeten worden aangetoond dat het verbruik niet leidt tot grote emissies naar grondwater of oppervlaktewater.

Voor het doorspoelen van grond bij een volgteelt van bladgroentegewassen mag maximaal 3.000 m3 water per hectare gestoomde grond worden gebruikt.

Recirculatiesysteem

Een recirculatiesysteem voor drainwater moet aanwezig zijn en in gebruik. Een recirculatiesysteem is een voorziening voor het opvangen en transporteren van drainwater voor hergebruik. In combinatie met onderbemaling en een tweede drainagesysteem dat boven de onderbemaling is aangelegd kan men drainwater apart opvangen en recirculeren.

Deze eis geldt niet als:

  • het totale teeltoppervlak kleiner is dan 2.500 m2, of
  • de geloosde hoeveelheid totaal stikstof niet meer bedraagt dan 25 kilogram per hectare teeltoppervlak per jaar, of
  • er geen drainagestelsel is

Als al het drainwater wordt gerecirculeerd hoeft men dit water niet te zuiveren van chemische gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Men loost dan immers niet.

Voor glastuinbouwbedrijven is het doel om in 2027 al het water te recirculeren en geen lozing van afvalwater meer te hebben. Hierdoor komen uit de glastuinbouw geen gewasbeschermingsmiddelen meer in het oppervlaktewater. Dit kan men bereiken door geen afvalwater te lozen of door de gewasbeschermingsmiddelen uit het afvalwater te zuiveren. Wanneer men helemaal geen afvalwater loost hoeft men niet te zuiveren. Als nul-lozer heeft men ook nog andere voordelen.

Drainwater, drainagewater en water dat vrijkomt bij het schoonmaken van filters kan gewasbeschermings-middelen bevatten. Gewasbeschermingsmiddelen uit deze afvalwaterstromen mag men vanaf 1 januari 2018 niet lozen op het riool en het oppervlaktewater. Dit staat in het Activiteitenbesluit artikel 3.64a lid 1. Als men dit afvalwater loost moet men deze stoffen uit het afvalwater laten zuiveren door een speciale zuiveringsinstallatie. Daarna mag men dit afvalwater lozen. De zuiveringsinstallatie moet 95% van de gewasbeschermingsmiddelen uit het afvalwater halen. Dit moet men kunnen aantonen volgens artikel 3.78a van de Activiteitenregeling.

Men kan zelf een zuiveringsinstallatie op het eigen terrein plaatsen. Op basis van artikel 3.64a lid 2 mag men het afvalwater ook door een ander laten zuiveren. Dan gelden dezelfde regels. Dat kan bijvoorbeeld met een mobiele zuiveringsinstallatie op het eigen terrein. Men mag het afvalwater ook op het terrein van een ander laten zuiveren. Wanneer men het afvalwater door een ander laat zuiveren gelden de regels voor het afgeven van afvalstoffen. Het overdragen van het afvalwater aan een ander moet men aantonen.

Men mag ook met andere glastuinbouwbedrijven gezamenlijk de gewasbeschermingsmiddelen zuiveren. Omdat het meer tijd kost dit te organiseren krijgt men hiervoor de tijd tot 1 januari 2021. Dit staat in het Activiteitenbesluit artikel 3.64b lid 1. Men heeft hiervoor wel een maatwerkvoorschrift nodig. Deze collectieve zuiveringsinstallatie moet ook 95% van de gewasbeschermingsmiddelen uit het afvalwater halen. Dit moet men kunnen aantonen volgens artikel 3.78a van de Activiteitenregeling. Deze collectieve zuivering kan ook op meerdere manieren:

  • een collectieve zuivering met particuliere aanvoerleidingen
  • collectieve zuivering in gemeentelijke rioolsysteem; aan het einde van het laantje
  • collectieve zuivering in de RWZI

Aan het einde van het laantje

In deze situatie gaat het om tuinderscollectieven die afvalwater lozen op de gemeentelijke riolering. Zij willen hun gezamenlijke installatie zo plaatsen dat er nog geen vermenging met ander stedelijk afvalwater heeft plaatsgevonden. Het te zuiveren afvalwater bestaat dan nog uit het bedrijfsafvalwater van de glastuinbouwbedrijven in het tuinderscollectief.

Deze optie wordt ook wel "aan het einde van het laantje" genoemd. Dit zou moeten kunnen binnen de huidige wetgeving. Wel moet de collectieve zuivering voor goedkeuring worden voorgelegd aan de gemeente, omgevingsdienst en het waterschap.

Zuivering in de RWZI

Deze situatie gaat over tuinderscollectieven die het afvalwater lozen op de gemeentelijke riolering. De collectieve zuivering gebeurt vervolgens onder verantwoordelijkheid van een waterschap in een RWZI. Pas als de Waterschapswet is aangepast kan men de kosten van deze zuivering met een heffing in rekening brengen. Deze kosten maakt men namelijk alleen voor de hier aangesloten glastuinbouwbedrijven en niet voor de burgers. Onder de bestaande wetgeving kan dit nog niet.

Voorbeeld van een dergelijke zuivering is de centrale collectieve zuivering op de AWZI Nieuwe Waterweg bij Hoek van Holland. Dit onder de verantwoordelijkheid van het Hoogheemraadschap van Delfland.

Meet- en registratieverplichting

Geregistreerd moet worden:

  1. jaarlijks het gewas of de gewassen die worden geteeld, het teeltoppervlak en de teeltperiode per gewas, en
  2. jaarlijks per gewas of groep van gewassen met hetzelfde bemestingsniveau, de hoeveelheid toegediende totaal stikstof en totaal fosfor per oppervlakte-eenheid, en
  3. jaarlijks de op 1 januari aanwezige meststoffen onder vermelding van de merknaam zoals die op de verpakking is vermeld, de naam en het adres van de leveranciers en de aanwezige hoeveelheid, uitgedrukt in kilogrammen of liters, en
  4. ten minste eenmaal per kwartaal per gewas of groep van gewassen met hetzelfde bemestingsniveau, de hoeveelheid totaal stikstof en totaal fosfor in een representatief grondmonster, en
  5. elke acht weken, start 1 januari en één keer in de weken 49 tot 52, het gehalte aan nitraatstikstof en ammoniumstikstof en totaal fosfor, natrium en de geleidingswaarde in het drainwater, en
  6. elke vier weken (start 1 januari) bij een representatief lozingspunt de hoeveelheid drainwater in m3 die het bedrijf loost, en de hoeveelheid water wat is gezuiverd,
  7. elke vier weken (start 1 januari) de hoeveelheid voedingswater in m3 die wordt toegediend, en
  8. elke vier weken (start 1 januari) de hoeveelheid drainagewater die wordt hergebruikt, en
  9. per keer per gewas of groep van gewassen met hetzelfde bemestingsniveau de hoeveelheid toegediende meststoffen geregistreerd onder vermelding van de samenstelling van de meststof en de oppervlakte die wordt bemest, en
  10. De fosforemissie moet een ondernemer jaarlijks rapporteren, omdat zo het bevoegd gezag de voortgang van de emissiereductie kan volgen. Op de evaluatiemomenten kan men dan nagegaan of bij het terugdringen van de stikstofemissie ook de fosforemissie in gelijke mate verminderd. De meet- en registratiegegevens moeten vijf jaar worden bewaard.

Het verbruik aan totaal stikstof en totaal fosfor wordt uitgedrukt in kilogrammen totaal stikstof en totaal fosfor. De totalen worden berekent uit iedere te onderscheiden samenstelling van de meststoffen en vervolgens de som van de uitkomsten van die berekeningen te nemen.

Voor het meten van de hoeveelheid drainwater moet een doelmatige volumemeter aanwezig zijn. Deze meter controleert men eenmaal per drie jaar op goede werking door een deskundige. De meetonnauwkeurigheid mag 10% bedragen.

De meet- en registratieverplichting geldt ook voor kleinere kassen (totale teeltoppervlak kleiner dan 2.500 m2.

De meet en registratieverplichting is niet relevant als het bedrijf géén drainwater loost, dan kan het bevoegd gezag via een maatwerkvoorschrift ontheffing verlenen. Een bedrijf moet dit alleen wel duidelijk kunnen maken.

Jaarlijkse rapportage

Elke jaar voor 1 mei moet een rapportage worden opgesteld. In deze rapportage moet het volgende zijn opgenomen over het voorafgaande kalenderjaar:

  • de geloosde hoeveelheid drainagewater
  • De hoeveelheid gezuiverd drainagewater
  • het gehalte aan nitraatstikstof en ammoniumstikstof en totaal fosfor in het te lozen drainagewater
  • de geteelde gewassen, het teeltoppervlak en de teeltperiode per gewas
  • de berekende hoeveelheid toegediend totaal stikstof en totaal fosfor per m2
  • de berekende hoeveelheid totaal stikstof en totaal fosfor in het geloosde drainagewater

De rapportage hoeft niet door een geaccepteerd deskundige te worden opgesteld. De teler mag dit ook zelf doen. De juistheid en volledigheid van de rapportage moet geborgd zijn. De bijlage van de Activiteitenregeling bevat een model (docx, 103 kB) met toelichting (pdf, 433 kB) dat voor de rapportage moet worden gebruikt. Het bevoegd gezag kan met een maatwerkvoorschrift akkoord gaan met een andere wijze van rapporteren.

De rapportage van de emissiegegevens loopt via de Uitvoeringsorganisatie glastuinbouw en milieu (UO). Een bedrijf ontvangt van de gemeente of het waterschap het UO-nummer. Met dit nummer kan jaarlijks de rapportage aan de UO worden ingediend.

Maatwerk

Als men in een "van gras naar glas"-situatie drainwater in oppervlaktewater loost kan het bevoegd gezag maatwerkvoorschriften opstellen bij percelen die men voor 1 november 1994 niet gebuikte voor het telen of kweken van gewassen in een kas. Met dit maatwerk kan zij het lozen van drainwater in oppervlaktewater voorkomen of verder beperken. Dat kan overigens alleen in het belang van de bescherming van het milieu.

In het geval er voor het bedrijf op 1 november 1994 een actieve lozingsvergunning was op grond van:

  • artikel 1 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, of
  • artikel 6.2 van de Waterwet

kunnen voorschriften van die vergunning aangemerkt zijn als maatwerkvoorschriften binnen het Activiteitenbesluit. Voorwaarde is wel dat het Activiteitenbesluit ruimte geeft aan het bevoegde gezag om maatwerkvoorschriften te stellen (artikel 3.64).

Het bevoegd gezag kan aan het bedrijf vragen om een verantwoording te geven over de hoeveelheid toegediende meststoffen en water. Bij maatwerkvoorschrift kan het bevoegd gezag aanvullende onderzoeksverplichtingen opleggen om verantwoording van het meststoffen- en watergebruik te verbeteren.

Bij maatwerkvoorschrift kan het bevoegd gezag eisen stellen aan de verzegeling van de volumemeter.

Als zowel lozing op het vuilwaterriool als oppervlaktewater plaatsvindt, kan het bevoegd gezag via maatwerk een gescheiden registratie verplichten. De meet-, bereken- en registratieplicht is onafhankelijk van de vraag of er op een moment daadwerkelijk drainwater wordt geloosd. De verplichting geldt ook voor kleinere kassen (totale teeltoppervlak kleiner dan 2.500 m2).

Het bevoegd gezag kan met maatwerkvoorschriften eisen stellen aan het meten en registreren. Als er voortdurend geen sprake is van lozen kan het bevoegd gezag ontheffing verlenen.

Bij hoge grondwater standen en of situaties met kwelwater kan het bedrijf via de drainagebuizen ook kwel of inzijgend water lozen. Het kan dan ondoelmatig zijn om al het drainagewater te zuiveren van gewasbeschermingsmiddelen. Het bevoegd gezag kan met maatwerkvoorschriften toestaan om af te wijken van de eis om tenminste 95% van de gewasbeschermingsmiddelen te zuiveren.

De eis om een hemelwateropvang te hebben kan het bevoegd gezag via maatwerkvoorschrift schrappen. Dit kan als de maatregel niet doelmatig is.

Wanneer niet voldoende afvalwater in het vuilwaterriool kan worden geloosd kan bevoegd gezag maatwerk verlenen om lozing op oppervlaktewater toe te staan.

Controleaspecten

  1. Is er sprake van grondgebondenteelt of van substraatteelt? Bij grondgebondenteelt:
    1. Is er een drainagestelsel en wordt het drainwater centraal opgevangen en gerecirculeerd?
    2. Is er sprake van kwel of hogegrondwaterstand?
      1. Bij een ja: Wordt dit water apart opgevangen van het drainwater via een eigen drainagestelsel?
      2. Is dit stelsel voorzien van een beoordeling door een deskundige (bevat max. 10% drainwater)?
  2. Wordt er geen drainwater geloosd?
    1. Kan het bedrijf dit laten zien? Dan kan het bevoegd gezag via maatwerk ontheffingen verlenen. Het bedrijf dient hiervoor een verzoek tot maatwerk in.
    2. Is er maatwerk verleend vanwege de nullozing?
      1. Neem eens waterkwaliteitsmonsters in de omgeving en/of bemonster de riolering.
      2. Geen door het bedrijf gebruikte gewasbeschermingsmiddelen en of biociden aangetroffen?
      3. Verbeterd de waterkwaliteit?
      4. Is het debiet in het rioolstelsel afgenomen?
  3. Wordt geloosd in het vuilwaterriool of in het oppervlaktewater? En bij een Ja, wordt:
    1. Voor de lozing het drainwater uit het drainagestelsel gezuiverd met tenminste 95% van de hoeveelheid gewasbeschermingsmiddelen?
    2. Voor de lozing het spoelwater van filters van een waterdoseringsinstallatie gezuiverd met tenminste 95% van de hoeveelheid gewasbeschermingsmiddelen?
    3. De lozing gemeten en geregistreerd?
    4. Voldaan aan de maximale gebruiksnormen voor stikstof en fosfaat?
    5. Jaarlijks gerapporteerd? En op tijd?
    6. Voldaan aan de voorkeursvolgorde van lozen?
    7. Is er sprake van het gebruik van goed gietwater?

Uw onderwerpen

Zie ook