Eisen luchtwassers Activiteitenbesluit

Een veehouder die een luchtwasser heeft, moet zorgen dat het systeem goed werkt. De eisen voor luchtwassers staan in paragraaf 3.5.8 van het Activiteitenbesluit. Daarnaast moet de stal voldoen aan de eisen van de stalbeschrijving (leaflet).

Luchtwassers zijn bedoeld om de uitstoot van ammoniak, geur en fijnstof van dierenverblijven te verlagen. De eisen zijn erop gericht om te zorgen dat luchtwassers goed werken.

Voorschriften voor luchtwassers

Artikel

Inhoud

3.125 Activiteitenbesluit

eisen aan luchtwasser (zoals elektronische monitoring)

3.125a Activiteitenbesluit

overgangsrecht

3.97 Activiteitenregeling

opleveringsverklaring

3.98 Activiteitenregeling

eisen drukkamer voor evenredige verdeling stalllucht

3.99 Activiteitenregeling

eisen aan elektronisch monitoringssysteem

3.100 Activiteitenregeling

doelmatige meetvoorzieningen

3.101 Activiteitenregeling

gedragsvoorschriften

Capaciteit luchtwassysteem

De capaciteit van de luchtwasser moet uitgaan van de maximale ventilatiebehoefte van de dieren (artikel 3.125 lid 1 Activiteitenbesluit). Uitgangspunt zijn de richtlijnen van de Klimaatplatforms Varkens- en Pluimveehouderij.

Opleveringsverklaring

De veehouder moet de opleveringsverklaring in de inrichting bewaren (artikel 3.97 lid 1 Activiteitenregeling). De opleveringsverklaring bevat onder andere:

  • dimensioneringgegevens
  • bandbreedtes van de parameters die de veehouder moet registeren

Wat in de opleveringsverklaring moet staan, staat in artikel 3.97 lid 2 Activiteitenregeling.

Elektronische monitoring

Een luchtwassysteem moet elektronische monitoring hebben (artikel 3.125 lid 3 Activiteitenbesluit). Dit betekent: automatische registratie van een aantal parameters. Als de geregistreerde waarden afwijken van de waarden, moet de veehouder in actie komen (artikel 3.125 lid 6 Activiteitenbesluit). De waarden moeten staan in de opleveringsverklaring (artikel 3.99 lid 1 en 2 Activiteitenregeling).

De parameters zijn:

  1. Zuurgraad van het waswater
  2. Geleidbaarheid van het waswater
  3. Spuiwaterproductie (inclusief cumulatieve waarden)
  4. Drukval over het filterpakket
  5. Eelektriciteitsverbruik van de waswaterpomp (inclusief cumulatieve waarden)

Er moeten doelmatige meetvoorzieningen aanwezig zijn om de parameters te meten (artikel 3.100 Activiteitenregeling). Bijvoorbeeld:

  • pH-sensor
  • geleidbaarheidssensor
  • elektriciteitsmeter
  • drukverschilmeter

Het meten van de spuiwaterproductie moet gebeuren met een elektromagnetische flowmeter. Eens in de zes maanden moet de veehouder een deskundige de EC-elektrode en de PH-elektrode laten kalibreren. Hij moet bewijzen van kalibratie en de geregistreerde waarden vijf jaar bewaren (artikel 3.100 lid 4 en artikel 3.99 lid 4 Activiteitenregeling).

Het waswater moet zijn voorzien van een laagdebietalarmering die in werking treedt als het debiet van het waswater te laag is (artikel 3.99 lid 3 Activiteitenregeling). Dit derde lid is per 1 oktober 2017 gewijzigd omdat de oude formulering suggereerde dat een meter voor het meten van het waswaterdebiet aanwezig moest zijn, terwijl dit niet nodig is.

Altijd elektronische monitoring verplicht
Volgens het oude artikel 6.24t was voor luchtwassers gebouwd vóór 1 januari 2013 een elektronisch monitoringssysteem niet verplicht.  De veehouder moest een aantal parameters registeren en drie jaar bewaren en vóór 1 juli 2015 een rendementsmeting laten doen. De datum van dit overgangsrecht is verstreken. Vanaf 1 januari 2016 geldt deze uitzondering niet meerMet het oog op de handhaving zijn deze artikelen blijven staan, maar op een andere plek dan eerst (artikel 3.125 lid 8-10 Activiteitenbesluit en artikel 3.125a Activiteitenbesluit)

Drukkamer

Tussen de stal en de luchtwasser zit een drukkamer. De stallucht moet zo goed mogelijk zijn verdeeld over het hele aanstroomoppervlak van het filterpakket. Daarom gelden eisen voor de drukkamer (artikel 3.98 Activiteitenregeling):

  • Doorstroomoppervlak van het luchtkanaal is tenminste één cm2 bij de maximale capaciteit van het luchtwassysteem.
  • Afstand tussen de ventilatoren die de lucht uit de stal zuigen en het filterpakket is tenminste drie meter. Als de ventilatoren ná het filterpakket zitten, is één meter genoeg.
  • Als vóór het filterpakket een reinigingsstap zit zonder filterpakket, dan de afstand meten tot deze reinigingsstap.

Drukkamers die vóór 1 januari 2013 in gebruik zijn genomen, hoeven niet te worden aangepast als dat redelijkerwijs niet mogelijk is (artikel 3.98 lid 6 Activiteitenregeling).

Gedragsvoorschriften

De veehouder moet vastleggen welke maatregelen hij treft (of laat treffen), als blijkt dat parameters niet binnen de bandbreedtes (gaan) vallen (artikel 3.125 lid 7 Activiteitenbesluit). Dan moet hij voor elke parameter aangeven:

  • Wat zijn mogelijke oorzaken van een afwijkende waarde?
  • Wie komt in actie: de veehouder of een extern deskundige?
  • Wat is die actie?

Ook moet hij vastleggen wie het onderhoud doet, en wanneer. Welk onderhoud doet hij zelf en welk onderhoud laat hij door een externe deskundige doen? Dit volgt uit artikel 3.101 Activiteitenregeling.

Opslag spuiwater

Voor de opslag van spuiwater afkomstig van luchtwassers gelden andere paragrafen uit het Activiteitenbesluit.


Uw onderwerpen