Bodemvoorschriften voor het inwendig reinigen van transportmiddelen

In het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling staan voorschriften opgenomen voor het inwendig reinigen of ontsmetten van transportmiddelen. De voorschriften om de bodem te beschermen staan in paragraaf 4.8.1 van het Activiteitenbesluit en paragraaf 4.8.1 van de  Activiteitenregeling.

Het Activiteitenbesluit is een aantal keer gewijzigd met gevolgen voor landbouw.

Vloeistofdichte vloer of verharding

Het afvalwater dat vrijkomt bij het inwendig reinigen of ontsmetten moet via een vloeistofdichte vloer of verharding naar het afvoerpunt stromen. Als de ondernemer de transportmiddelen alleen inwendig reinigt en ontsmet, is dit verplicht voor dat deel, waarover het afvalwater stroomt. Het is dan niet nodig de hele wasplaats vloeistofdicht uit te voeren. Maar: als hij ook de buitenkant reinigt of ontsmet, moet de hele wasplaats vloeistofdicht zijn. Dan gelden de eisen voor uitwendig reinigen van paragraaf 3.3.2 van het Activiteitenbesluit.

Bodemonderzoek en incidentenmanagement

In geval er bodembeschermende voorzieningen nodig zijn, is ook het uitvoeren van een bodemonderzoek nodig. Dat geldt ook voor incidentenmanagement.