Stoppende bedrijven en maatregelen

Biggen in stal

Wat zijn stoppers? Dat zijn veehouders die:

Deze moeten alternatieve maatregelen nemen om de ammoniakemissie te verminderen, de zogenaamde stoppersmaatregelen. Na 1 januari 2020 mag een stopper doorgaan met de tak die wél aan het Besluit emissiearme huisvesting voldoet.

Dit volgt uit het Actieplan ammoniak en de latere wijzigingen daarop. Stoppers vallen onder categorie C van het Actieplan ammoniak.

Alle stoppersmaatregelen

Het bevoegd gezag kan met het Actieplan ammoniak gedogen dat bedrijven niet voldoen aan het Besluit emissiearme huisvesting. Bedrijven hoeven dus niet de Beste Beschikbare Technieken (BBT) toe te passen. In plaats van BBT moeten de stoppers alternatieve maatregelen nemen. Deze alternatieve maatregelen staan in een tabel met stoppersmaatregelen, opgesteld door het ministerie van Infrastructuur en Milieu.

De veehouder kan maatregelen combineren om voldoende ammoniak op het bedrijf te reduceren. Bijvoorbeeld maatregelen uit de Regeling ammoniak en veehouderij en stoppersmaatregelen. Past hij de stoppersmaatregelen niet (goed) toe, dan kan het bevoegd gezag handhaven op het Besluit emissiearme huisvesting.

Alle uitgangspunten en voorwaarden voor stoppers zijn te lezen in:

Geen melding Activiteitenbesluit nodig voor stoppersmaatregelen

Een veehouder kan wisselen in diercategorieën binnen de stoppende veehouderijtak zonder een melding Activiteitenbesluit te doen. Het gaat dus om wisselen binnen de tak die onder het gedoogbeleid van het Actieplan ammoniak valt. Dat staat in het landelijke gedoogbeleid (paragraaf 9 van het Informatiedocument minder dieren houden (pdf, 72 kB)). Daarin vindt u ook de voorwaarden waaronder wisselen van diercategorieën mogelijk is.

Reductiepercentages

Veehouders kunnen technische maatregelen combineren met voermaatregelen. Om de ammoniakreductie te berekenen, heeft het ministerie reductiepercentages vastgesteld:

Stoppersregeling: ook voor kleine veehouderijen

Kleine veehouderijen die sinds 1 januari 2013 niet meer voldoen het Besluit emissiearme huisvesting, kunnen ook stoppersmaatregelen toepassen. Datzelfde geldt voor kleine neventakken van grotere veehouderijen (artikel 4 lid 2 Besluit huisvesting). De veehouder moet wél uiterlijk 1 januari 2020 stoppen met de varkens- of pluimveetak.

Formulieren

Veehouders moeten bij bevoegd gezag aangeven welke stoppersmaatregelen ze nemen. De formulieren staan hieronder:

Verder lezen?


Uw onderwerpen