Aandachtspunten sloop

In veel gevallen zullen de stallen worden gesloopt. Het is dan van belang om met een aantal zaken rekening te houden.

Sloopmelding

Er geldt voor slopen een meldplicht via het Omgevingsloket online. Slopen moet volgens de regels uit paragraaf 1.7 van het Bouwbesluit 2012. In andere wetgeving, zoals de Monumentenwet, kan staan dat een sloopvergunning nodig is.

Zie voor meer informatie en de eisen Bouwbesluit 2012.

Asbest

Bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO) kunnen particulieren en bedrijven subsidie aanvragen voor het verwijderen van asbestdaken. Een gecertificeerd bedrijf moet dit doen.

Asbest is een gevaar voor de omgeving. Elk asbestdak verweert en levert hierdoor een gevaar op voor de omgeving. Leegstand van stallen met asbestdaken is niet gewenst. Door regen kunnen asbestvezels bodemverontreiniging veroorzaken. Het vrijkomen van asbestvezels is niet zichtbaar met het blote oog. Asbest kan daardoor lange tijd het milieu vervuilen. Maar asbest kan ook een gevaar voor de gezondheid van mensen zijn.

Ontheffing Wet natuurbescherming

In een stal kunnen diersoorten voorkomen, die onder de Wet natuurbescherming zijn. Dit kunnen bijvoorbeeld vleermuizen en broedvogels zijn. Deze soorten mag je niet verstoren, verwonden of dood maken. Ook hun nesten en de plekken waar de soorten zitten zijn beschermd. Het is belangrijk dat voor de sloop duidelijk is dat er geen beschermende soorten in de stal zitten. Een ecoloog moet dit vaststellen.

Als er beschermde soorten in het te slopen gebouw zitten heeft een aanvrager het volgende nodig:

  • een ontheffing Wet natuurbescherming
  • werken volgens een goedgekeurde gedragscode

Slopen mag alleen als er een ontheffing is en maatregelen zijn genomen.

In artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming staat de algemene zorgplicht. Dit betekent dat wanneer er tijdens het slopen geen dieren of planten mogen worden verstoord. Er moeten maatregelen worden getroffen om de negatieve gevolgen te voorkomen of om deze zoveel mogelijk te beperken.

Bodemonderzoek

Voor bodembedreigende activiteiten geldt een bodemonderzoeksplicht.

Bodembedreigende activiteiten kunnen zijn:

  • opslaan van diesel en gevaarlijke stoffen
  • opslaan vloeibare kunstmeststoffen of gewasbeschermingsmiddelen
  • een wasplaats

Binnen zes maanden nadat een veehouder is gestopt met zijn bedrijf moet een bodemonderzoek worden uitgevoerd.

Bij een vergunningplichtige veehouderij (niet IPPC), met bodembedreigende activiteiten die niet in het hoofdstuk 3 van het Activiteitenbesluit zijn geregeld, moet er in de vergunning staan dat er een eindsituatiebodemonderzoek moet worden uitgevoerd.

Voor veel agrarische activiteiten (zoals het opslaan van agrarische bedrijfsstoffen en het opslaan van drijfmest) is er geen bodemonderzoeksplicht.