Toezicht stoppers

Op 1 januari 2020 is de gedoogregeling voor stoppende bedrijven vervallen. Alle bedrijven die varkens of pluimvee houden moeten nu voldoen aan het Besluit emissiearme huisvesting. Het bevoegd gezag moet toezien op het voldoen aan dit Besluit.

Melding Activiteitenbesluit stoppers

Het Activiteitenbesluit bepaalt dat een wijziging van het aantal dieren vier weken voor de wijziging moet worden gemeld bij het bevoegd gezag.

Gestopte bedrijven

Bedrijven die daadwerkelijk gestopt zijn op 1 januari 2020 met het houden van varkens en kippen moeten dit dus gemeld hebben. Het bevoegd gezag kan een melding eventueel afdwingen.

Verzoek tot intrekking omgevingsvergunning milieu

In een aantal gevallen had het bedrijf een omgevingsvergunning milieu. Omdat de Stoppersregeling niet van toepassing was op IPPC-bedrijven, gaat het hier om een relatief klein aandeel. De meesten zullen een OBM hebben. In het Actieplan staat dat een stopper een verzoek tot intrekking van zijn vergunning kan doen bij het bevoegd gezag.

Het is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de veehouder om op tijd een verzoek tot intrekking te hebben gedaan. Volgens artikel 2.33, lid 2 onder b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht kan het bevoegd gezag daarna de intrekkingsprocedure opstarten. Ook voor het bevoegd gezag kan het in voorkomende gevallen van belang zijn de vergunning tijdig in te trekken. Met name in het geval waar overbelaste situaties bestaan.

De OBM kan ambtshalve worden ingetrokken als de vergunninghouder de voorschriften van het Besluit huisvesting niet naleeft (Wabo, artikel 5.19, 1e lid onder d). Het gaat hier over de naleving van de eisen van het Besluit huisvesting voor de activiteit waarvoor de OBM is verleend.

Doorstartende bedrijven

Bedrijven die na 1 januari 2020 doorgaan met het houden van varkens of pluimvee moeten dit ook melden bij het bevoegd gezag. Het huisvestingssysteem waarin de dieren worden gehouden is of moet immers worden aangepast. In de melding moet worden aangegeven hoeveel dieren er worden gehouden in welk huisvestingssysteem.