Verordening

De gemeente legt de gebiedsafbakening en het beschermingsniveau van het gekozen scenario vast in de gemeentelijke geurverordening. Deze fase bestaat uit één stap:
Stap 17: Vastleggen van gebiedsafbakening en andere normen in de verordening

Stap 17. Vastleggen van de gebiedsafbakening en andere normen in de verordening

De keuzes (normen, gebiedsafbakening) die volgen uit de gebiedsvisie, moet u vastleggen in een verordening. Een gebiedsvisie op zichzelf heeft namelijk geen juridische status. Daarom bepaalt artikel 6 van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dan ook dat het met een gemeentelijke verordening moet. Uit de verordening moet in ieder geval duidelijk blijken wat de grenzen zijn van de (deel)gebieden en wat de maximale geurbelasting en de minimumafstanden zijn in een gebied.

In de verordening neemt u op:

  • grenzen van (deel)gebieden en de andere normstelling (andere waarde of minimumafstand) in dat gebied
  • motivatie van de andere normstelling
  • motivatie van de gebiedsafbakening
  • de relatie tussen de andere normstelling en de voornemens en redelijkerwijs te verwachten ontwikkelingen in het gebied (gewenste ruimtelijke inrichting)
  • de effecten voor veehouderijen en voor het woon- en verblijfklimaat
  • de huidige en verwachte geursituatie (percentage of aantal gehinderden)
  • de afstemming met de buurgemeenten
  • verantwoording hoe de gemeente heeft voldaan aan de IPPC-eisen
  • resultaten van de inspraak
  • evaluatie van de keuzes

Procedure

De Wgv stelt geen specifieke eisen aan de procedure voor de verordening. Wel gelden de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht voor het nemen van besluiten. Namelijk afdeling 3.4 (de uniforme openbare voorbereidingsprocedure). De inspraak is geregeld in de gemeentelijke inspraakverordening.
Indirect is er wel bezwaar en beroep mogelijk tegen de verordening. Namelijk als het bevoegde gezag de afwijkende normen toepast, bijvoorbeeld bij handhaving van artikel 3.115 van het Activiteitenbesluit of bij het verlenen van de omgevingsvergunning milieu met de Wgv. In het beroep bij de rechter, kan die de totstandkoming van de afwijkende normen op hoofdlijnen beoordelen (motiveringsbeginsel). Meer daarover leest u in Jurisprudentie over verordening. Gemeenten kunnen er daarnaast voor kiezen - dit is niet verplicht - om de gebiedsvisie vast te leggen in een reconstructieplan, bestemmingsplan, structuurvisie of een ander document waarop inspraak mogelijk is. Zie hiervoor stap 8.

In werking

Als de verordening eenmaal van kracht is (in werking is), gelden de afwijkende normen. Bij het verlenen van de omgevingsvergunning milieu moet het bevoegd gezag de afwijkende normen toepassen. Dat geldt ook bij het toetsen aan de voorschriften van paragraaf 3.5.8 Activiteitenbesluit. De normen gelden per geurgevoelig object. Ook de provincie en buurgemeenten zijn gebonden aan de afwijkende normen, als zij het bevoegd gezag zijn.