Mag een veehouder uitbreiden in dieren als de gevel-tot-gevelafstand te kort is?

Vraag

Mag een veehouder uitbreiden in dieren (met minimumafstanden of met geuremissiefactoren) als hij niet voldoet aan de gevel-tot-gevelafstand?

Antwoord

Ja, als de dieren tenminste wel voldoen aan de eisen. Dit is dezelfde redenering als bij uitbreiden in dieren met minimumafstanden als de situatie overbelast is door dieren met geuremissiefactoren. De systematiek in de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) en paragraaf 3.5.8 van het Activiteitenbesluit gaat namelijk uit van twee beoordelingskaders, die los van elkaar staan.

Dit uitgangspunt geldt ook voor de minimumafstand tussen de gevel van de stal en gevel van een geurgevoelig object. Voor de Wgv blijkt dit onder andere uit het gebruik van het woord "of" in artikel 5, lid 2 Wgv. Wat staat in artikel 5 lid 2 onder a en artikel 5 lid 2 onder b zijn geen cumulatieve voorwaarden, maar twee losstaande beoordelingskaders. Voor het Activiteitenbesluit volgt dit uit het woord 'onverminderd' van artikel 3.119.

Samenvattend: de beoordeling van de geurbelasting (odour units), de toets aan minimumafstanden (voor dieren zonder geuremissiefactoren) en de minimumafstand gevel-tot-gevel staan los van elkaar.

Voorbeeld
Bij een veehouderij is de afstand tussen de gevel van de varkensstal en de gevel van het geurgevoelig object 20 meter in plaats van de 25 meter, die nodig is. Deze veehouder vraagt een omgevingsvergunning aan voor een paardenstal, waarvan de gevel wel op meer dan 25 meter ligt. Het bevoegd gezag kan deze omgevingsvergunning verlenen, als de paardenstal op voldoende afstand staat (die van artikel 4 Wgv). Ook al voldoet hij niet aan de minimum gevel-tot-gevelafstand voor de varkens.
Zou het gaan om een veehouderij die als type B-bedrijf onder het Activiteitenbesluit valt, dan mag hij de paardenstal oprichten, als die op voldoende afstand staat.