Wetgeving diergezondheid

Het bevorderen van diergezondheid en voorkomen van overdracht van besmettelijke dierziekten is primair geregeld in de diergezondheidswetgeving, zoals de Wet dieren en de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Dit blijkt uit jurisprudentie, bijvoorbeeld uit uitspraak nr. 201604157/1/R6, 5 oktober 2016, Brummen. In dat kader kunnen onder meer veterinaire (diergeneeskundige) maatregelen genomen worden.

Ruimtelijk belang

Als sprake is van een ruimtelijk belang, kan het bevoegd gezag ook ruimtelijke maatregelen nemen. Met als doel het bevorderen van diergezondheid en het voorkomen van overdracht van besmettelijke dierziekten. De Afdeling gaf in de genoemde uitspraak in Brummen aan: er is in deze situatie geen aanleiding om te vrezen voor onaanvaardbare besmettingsrisico’s. Het bestemmingsplan was daarom niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening vanwege gezondheidsrisico’s.

Wat betekent dit voor andere situaties? Dan kan mogelijk  wel aannemelijk gemaakt worden dat er gezondheidsrisico’s zijn vanwege besmettingsgevaar. Bijvoorbeeld met een m.e.r. of GGD-onderzoek. Dan kunnen ruimtelijke maatregelen wel mogelijk zijn bij besmettingsrisico’s vanwege overdracht aan omwonenden. Zie overweging 7.1 van deze uitspraak.

Milieubelang

Vanuit het milieubelang zijn hygiënemaatregelen in de omgevingsvergunning milieu mogelijk, ondanks de specifieke wetgeving voor diergezondheid. Naast de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren blijft bij vergunningverlening plaats voor een aanvullende milieu(gezondheids)toets (zie bijvoorbeeld overweging 8.1 in uitspraak nr. 201112097/1/A4, 19 juni 2013, Son en Breugel).

Voorschriften in omgevingsvergunning

Als de lokale omstandigheden daarom vragen, kan het bevoegd gezag hygiënevoorschriften opnemen in de omgevingsvergunning milieu. Ook het opnemen van gedragsvoorschriften, managementmaatregelen en maatregelen voor good housekeeping is mogelijk.

Zie bijvoorbeeld uitspraak nr. AWB-12_3065, 31 december 2013, Boxmeer. Daarin verbond de rechtbank zelf een voorschrift aan de vergunning: de veehouderij moest zich houden aan de beschreven hygiënemaatregelen. In de tussenuitspraak gaf de rechtbank eerder al aan, dat de gemeente een beschrijving moest geven van alle hygiënemaatregelen binnen het bedrijf om verspreiding van ziektekiemen te voorkomen. Zie ook uitspraak nr. 201105847/1/A4, 22 augustus 2012, Landerd.

Weigeren omgevingsvergunning

Weigeren van de omgevingsvergunning milieu met de aanvullende toets is tot nu toe slechts in één uitspraak aan de orde gekomen. Een omgevingsvergunning milieu voor een veehouderij was geweigerd vanwege het gevaar van verspreiding van dierziekten. Dit betrof wel een heel specifiek geval, dus de voorspellende waarde is beperkt. Het ging om de oprichting van een veehouderij op 300 meter van het Centraal Veterinair Instituut, tegenwoordig Wageningen Bioveterinary Research. Dit is het enige laboratorium in Nederland waar met levend mond- en klauwzeervirus mag worden gewerkt. Vanwege het risico op de verspreiding van dierziekten was de vergunning voor deze veehouderij in dit specifieke geval terecht geweigerd (uitspraak nr. 201105076/1/A4, 28 november 2012, Lelystad).

Conclusie

Uitbraken van besmettelijke dierziekten vallen buiten de focus van de handreiking en komen daarom niet uitgebreid aan de orde in het kernonderdeel Mogelijkheden voor verminderen gezondheidsrisico's. Wel geeft deze handreiking kort aandacht aan de mogelijkheid om hygiënevoorschriften en gedragsvoorschriften op te nemen om besmettelijke dierziekten te voorkomen of zoveel mogelijk beperken. Daarnaast kunnen deze maatregelen de uitstoot van bijvoorbeeld fijnstof verminderen.