Beste beschikbare Technieken (BBT)

Via de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) reguleert de Rijksoverheid de vergunningverlening aan bedrijven. Hieronder valt ook de omgevingsvergunning milieu.

Een van de eisen voor het verlenen van het milieudeel van de vergunning is dat bedrijven de beste beschikbare technieken (BBT) toepassen. Dit houdt in dat men met technieken de milieugevolgen van de activiteiten beperkt. Daarvoor reguleert het ministerie via AMvB’s de emissies naar het milieu. Voor veehouderijen gaat het dan om het Activiteitenbesluit en het Besluit emissiearme huisvesting.

In dit hoofdstuk vindt u meer informatie over de BBT voor het beperken van de fijn stof emissies bij veehouderijen. Dit hoofdstuk beschrijft wanneer en hoe u de uitstoot van fijn stof aan eisen kunt toetsen. De werkwijze is daarbij afhankelijk van de vraag of een bedrijf meldings- of vergunningplichtig is. Soms geldt ook de verplichting tot een OBM.

Beste Beschikbare Technieken voor fijn stof

Vanwege artikel 2.14 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht moet de inrichting de in aanmerking komende beste beschikbare technieken (BBT) toepassen. Als die niet worden aangevraagd dan moet het bevoegd gezag de vergunning weigeren. Dit wetsartikel geldt voor zowel IPPC- als niet IPPC-bedrijven. Bij de beoordeling van elke afzonderlijke vergunningaanvraag moet men toetsen of die beste beschikbare technieken worden toegepast. Of een techniek BBT is hangt van een aantal factoren af.

Een techniek is BBT als deze:

  • doeltreffend is
  • economisch en technisch haalbaar is binnen de bedrijfstak
  • redelijkerwijs binnen Nederland of daarbuiten te verkrijgen is

Het begrip techniek valt erg breed, denk bijvoorbeeld aan:

  • het ontwerp van de inrichting (o.a. ligging stallen)
  • de wijze van bouwen en onderhouden (o.a. stalsystemen)
  • de bedrijfsvoering

De BBT-afweging is een integrale afweging, waarbij een afweging met andere milieuaspecten wordt gemaakt.

Een BBT afweging maken voor veehouderijen is op dit moment nog erg lastig. In het Activiteitenbesluit zijn geen emissienormen voor fijn stof vastgesteld; alleen voor totaal stof. In de BREF intensieve veehouderijen besteed weinig aandacht aan het beperken van de fijn stof emissies. Zie voor meer informatie hierover ook de pagina BBT bij het onderwerp ammoniak.

Bij de beoordeling van een vergunningaanvraag maakt het bevoegd gezag steeds de afweging of er nieuwe BBT maatregelen zijn. Voor de intensieve veehouderij ontwikkelt de markt op dit moment nieuwe maatregelen. Deze zijn nu vaak nog te duur of onvoldoende toereikend. Een maatregel die nu nog te duur is, kan over een paar jaar wel kosteneffectief zijn. Een maatregel die nog niet voldoende beproefd is, kan binnen enkele jaren technisch haalbaar blijken.

Het bevoegd gezag moet na verloop van tijd de vergunningvoorschriften actualiseren. Bij meldingsplichtige bedrijven kan het bevoegd gezag maatwerkvoorschriften opleggen.

Sinds 1 augustus 2015 is het Besluit emissiearme huisvesting. Hierin heeft IenM maximale emissiewaarden voor fijn stof voor nieuwe pluimveestallen en te vervangen of uit te breiden dierenverblijven opgenomen. Deze maximale emissiewaarden voldoen aan de BBT. De werkwijze is vergelijkbaar met de voorloper van genoemd besluit: het Besluit huisvesting.

De veehouder heeft een keuze in de toe te passen maatregelen. Het Besluit emissiearme huisvesting maakt de BBT afweging voor bevoegde gezagen eenvoudiger. De invoering van dit besluit draagt bij aan het verlagen van achtergrondconcentraties. Ze geeft meer waarborg dat de luchtkwaliteit ook op langere termijn aan de grenswaarden voor fijn stof voldoet.

Beste beschikbare technieken voor totaal stof

Een veehouderij moet ook voor de uitstoot van het totaal stof aan eisen voldoen. Als er in de BREF intensieve veehouderijen een BBT-conclusie voor stof staat, neemt de vergunningverlener op basis hiervan eisen voor totaal stof op in de vergunning. Zijn er geen BBT-conclusies dan geldt afdeling 2.3 van het Activiteitenbesluit als vangnet. Artikel 2.5 geeft een emissiegrenswaarde voor totaal stof. Deze geldt voor puntbronnen. Voor diffuse bronnen kan het bevoegd gezag in maatwerk verdere eisen hieraan stellen.

Meer informatie vindt u op de website van InfoMil onder landbouw bij het onderwerp toetsing totaal stof.


Uw onderwerpen