200103721/1 Emmen

Onderwerp: Begrip inrichting, kleinschalig of hobbymatig gehouden dieren

Inleiding:
In een woning worden drie Ierse wolfshonden en vijftien papillons (vlinderhondjes) gehouden. 's Nachts verblijven de honden in nachthokken die in een aparte kamer in de woning zijn geplaatst. De honden mogen zich tevens op het terrein buiten het huis begeven. Door middel van verplaatsbare hekken is binnen die omheining een gedeelte afgezet. Verder zijn geen voorzieningen getroffen. Jaarlijks worden twee tot drie nesten pups geboren die worden verkocht. Aan de orde komt de vraag in hoeverre hier sprake is van een inrichting in de zin van artikel 1.1 lid 1 Wm.

Voorzitter:
De kosten die verband houden met het houden van de honden zijn zodanig dat verzoekster met de verkoop van de pups geen inkomsten verwerft. Nu niet is gebleken van een op winst gerichte bedrijfsmatige exploitatie of van bedrijfsmatige commerciële activiteiten door verzoekster, kan naar het oordeel van de Voorzitter het houden en fokken van de honden niet worden aangemerkt als bedrijfsmatig handelen. Evenmin is, mede gelet op het soort honden en de huisvesting van de honden, in dit geval sprake van een bedrijvigheid in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was. Hierbij merkt de Voorzitter op dat in dit verband geen doorslaggevende betekenis kan toekomen aan de door verweerders gehanteerde richtlijn van de Regionale Inspectie Milieuhygiëne Noord, aangezien deze richtlijn slechts een handreiking biedt bij het bepalen van het karakter van een dierenhouderij. Er kan hier dus niet worden gesproken van een inrichting in de zin van artikel 1.1, eerste lid, van de Wm.

Datum uitspraak:
6 september 2001
Zaaknummer:
200103721/1
Vindplaats:
M en R 2001-11/225K, , NBSTAB2001-4/K79, JM2001-11/141
Instantie:
gemeente

Uw onderwerpen